zondag 23 maart 2025

Vriendschap

 

Vriendschap

‘Wil je mijn vriend zijn?’ kreeg ik als vraag. Ik wist niet wat ik daarop kon antwoorden. Vriendschap is immers niet iets van willen of moeten. Vriendschap ontstaat of het ontstaat niet. Het is als een zaadje dat pas kiemt als het in vruchtbare aarde terechtkomt en in de juiste klimatologische omstandigheden. Er kan een boom uit opgroeien of een piepklein plantje. Wat het wordt, dat weet je op voorhand niet.

Sommige vriendschappen groeien traag maar gestaag. Het zijn als plantjes die lang groen blijven, steeds meer bladeren maken om pas na lange tijd te bloeien.

Andere ontstaan als in een explosie van kleur. Eerst zijn er bloemen en dan pas ontluikt de rest van de plant. Dit zijn de vriendschappen die vrolijk beginnen, met humor, kolder en gebulderlach. Je tovert bij elke ontmoeting weer een glimlach op elkaars gezicht, wetend dat er meer komt.

Er zijn vriendschappen die als sneeuwklokjes of narcissen het grootste deel van het jaar onzichtbaar blijven, maar op geregelde tijdstippen keren ze terug. Ze blijven overleven, ondergronds, tot de tijd rijp is om opnieuw te bloeien.

Je hebt vriendschappen die als bomen zijn en hoge toppen scheren. Soms is het voor de buitenwereld overduidelijk, zoals wanneer twee bomen van dezelfde soort naast elkaar opgroeien, geworteld in dezelfde aarde en als het ware een gezamenlijke kruin vormen.Maar als twee op elkaar lijkende bomen elk aan een andere kant van het bos groeien, kan er bij gebrek aan ontmoeting toch geen vriendschap ontstaan.

Vriendschap blijft zelden verborgen, daarvoor sprankelt ze te veel. Maar die zeldzame gevallen van onzichtbare vriendschap zijn meestal zeer belangrijk, zoals deze tussen bomen en de ondergrondse netwerken van zwamdraden die elkaar van voedsel en water voorzien. Onzichtbaar voor de ogen van de buitenwereld steunen echte vrienden elkaar door op belangrijke momenten en trekken ze zich aan elkaar op, in wederzijds evenwicht.

Klimop daarentegen heeft een boom nodig om tegenop te klimmen, net zoals bij sommige vriendschappen een van beide de onvoorwaardelijke steunpilaar is voor de ander die dankzij die steun tot in het licht kan groeien. Maar net zoals kamperfoelie zich om een berkenstam kan winden, waardoor de boom langzaam stikt omdat zijn stam niet dikker worden kan zonder dat zijn sapstroom wordt afgenepen, verworden sommige vriendschappen tot een wurggreep van de een op de ander waardoor de steungever niet langer groeien kan.

Er zijn planten die veel water nodig hebben en andere die het graag droog houden. Wat water is voor de planten zijn emoties voor de mensen. De ene vriendschap drijft op een zee van emoties terwijl er in een andere vriendschap spaarzaam mee moet worden omgegaan, kwestie van er niet in te verdrinken.

Licht en warmte kunnen overdadig aanwezig zijn in vriendschap, zoals er ook planten zijn die enkel in de volle zon gedijen. Andere planten houden van schaduw en koelte, zoals er ook vriendschappen zijn waarbij je vooral tot rust komt bij elkaar.

Vriendschappen kunnen een leven lang hun zelfde karakter behouden of ze kunnen veranderen van vorm en inhoud, in harmonie met hoe men evolueert. Bomen die eens jong en fris waren, worden knoestig en oud.

Als een van beiden veel verandert en de ander staat stil, dan komt de vriendschap onder druk te staan en verwordt ze langzaam maar zeker tot een aangename herinnering aan vroegere tijden.

 Vriendschappen ontstaan door samen te zijn of samen te doen, zoals twee zaden die samen ontkiemen en uitgroeien tot planten die van nature in harmonie met elkaar samenleven. In het ‘zijn’ kan je elkaar vinden door een gemeenschappelijke kijk op de wereld en een wederzijds besef van emotionele veiligheid. In het 'doen' ontstaan vriendschappen door samen te werken, door gemeenschappelijke hobby’s en interesses. Maar als de klik er niet is, kan je proberen wat je wil, je blijft naast elkaar werken of bestaan zonder dat daar ooit vriendschap uit zal ontstaan.

Wil ik vriendschap met jou? Wat spontaan groeit, kan ik sowieso niet negeren en het benieuwt me welke vorm het zal krijgen. Mijn wil heeft daar weinig invloed op, de spontaniteit van het leven des te meer. 

 *************************************************************************************

 Deze tekst is een voorproefje van 'Karmische Psychologie Deel 3: Relaties, Seksualiteit en Opvoeding, - Boek 3: Relaties. 

Een overzicht van mijn gepubliceerde boeken vind je op www.henkcoudenys.be

maandag 10 maart 2025

Hoogsensitief – Anders Bekeken Voorwoord bij de derde druk

 

Hoogsensitief – Anders Bekeken

Voorwoord bij de derde druk

ISBN 9789077101209

In 2016 verscheen Hoogsensitief – Anders Bekeken (eerste druk). Sindsdien heb ik meer dan twintig aanvullende hoofdstukjes geschreven en gepubliceerd op mijn blog. De eerste helft hiervan werd
geïntegreerd in de tweede uitgave die in 2018 werd gedrukt. In de huidige, nieuwe versie van 2025 zijn de overige aanvullende hoofdstukjes achteraan in het boek opgenomen.

De toegevoegde waarde van Hoogsensitief – Anders bekeken aan de intussen zeer omvangrijke literatuur over dit onderwerp bevindt zich onder meer in de volgende inzichten:

  • Alhoewel de meeste hooggevoelige personen introvert zijn, bestaan er ook veel extraverte hoogsensitieven. Zij worden minder snel herkend in hun hoogsensitiviteit.

  • Hetzelfde geldt met betrekking tot bedachtzaamheid versus impulsiviteit: meestal gaat hoogsensitiviteit hand in hand met bedachtzaamheid, maar soms ook zit hoogsensitiviteit ingebed in een impulsieve persoonlijkheid.

  • In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, is hoogsensitiviteit niet altijd aangeboren. Het kan ook ontstaan in reactie op een bijna-doodervaring of een ervaring die hieraan verwant is.

  • Er is heel wat verwarring tussen hoogsensitiviteit en autisme, omdat hooggevoelige mensen die chronisch overprikkeld zijn (tijdelijk of in specifieke omstandigheden) op een gelijkaardige
    manier functioneren als mensen met autisme.

  • Overgevoeligheid ten gevolge van traumatisering leidt tot gelijkaardige reactiepatronen als bij hoogsensitiviteit, maar dat geldt ook voor niet-hooggevoelige getraumatiseerde mensen. Er zijn nog steeds duidelijke verschillen tussen beide in de mate waarin empathie plaats inneemt in hun functioneren.

  • En ten slotte biedt de invalshoek van de reïncarnatiepsychologie interessante bijkomende inzichten.


Ik hoop dat dit boek aan ieder die het nodig heeft de juiste inzichten biedt, vooral deze die helpen om een geschonden zelfbeeld te herstellen en beter te leren omgaan met de hoogsensitiviteit van zichzelf of van anderen.


Henk Coudenys,

13 januari 2025



zaterdag 1 februari 2025

Van Borderline tot Narcisme

 

Hoe narcisme ontstaat vanuit hechtingsstoornissen

Het voorstadium van narcisme is ‘borderline1’. Ik spreek hierbij liever van een’ borderlinepatroon’ dan van een ‘borderlinestoornis’. Sowieso is ‘borderline’ een lelijk woord dat inhoudelijk overigens nergens op slaat. Dit begrip stamt uit de beginjaren van de psychiatrie, toen er nog gewerkt werd met een tweeledige classificatie van psychiatrische problemen. Enerzijds had je de neuroses en anderzijds de psychoses. En dan had je nog iets met kenmerken van beide en dat werd borderline genoemd. Feitelijk gaat het hier om de gevolgen van een onveilige hechting tijdens de jeugd op de ontwikkeling van de persoonlijkheid. De specifieke trauma’s die met hechtingsproblematiek gepaard gaan, uiten zich in herkenbare gedragspatronen en manieren van functioneren, onder meer felle en soms extreme jaloezie, mensen op een voetstuk plaatsen om ze er daarna terug af te laten donderen en onbetrouwbaarheid in hun emotionele engagementen. Maar vooral hebben ze een nooit te lessen dorst naar bevestiging. Mensen met borderline hebben als kind vrijwel voortdurend meegemaakt dat er met hun emotionele grenzen geen rekening werd gehouden. Indien het begrip borderline aan dit feit gelinkt wordt, heeft het nog enige betekenis.

De eenvoudigste manier om te begrijpen wat er gebeurt bij iemand met een borderlinepatroon is door je te verplaatsen in een kind dat bij onbetrouwbare ouders opgroeit. Het is nooit echt honderd procent veilig, want als er eens geen spanningen zijn dan kan de sfeer zo weer omslaan. Op emotioneel vlak zijn de ouders vaker afwezig dan aanwezig en op begrip voor je eigen emoties en behoeften hoef je niet te rekenen. Het kan zijn dat je in materieel opzicht niets te kort komt en dat je in intellectueel opzicht best wel ontwikkelingskansen krijgt of zelfs intens gestimuleerd wordt, maar als het om je emotionele ontwikkeling gaat, sta je er al vanaf het prille begin alleen voor. Emotionele onveiligheid is het vertrouwde, emotionele veiligheid is waar je naar verlangt zonder dat het ooit bereikbaar wordt. Gevolg: in al je menselijke interacties en relaties is wantrouwen je vertrekpunt; je hebt immers niet geleerd om te vertrouwen omdat je niet uit ervaring weet wat betrouwbaarheid is.

Een van de meest hardnekkige gevolgen hiervan is een enorme behoefte aan emotioneel kwalitatieve en veilige aandacht, maar aangezien iemand met borderline niet in staat is om te herkennen wanneer aandacht gepaard gaat met emotionele veiligheid en daarenboven bang is om deze aandacht echt te ontvangen – het onbekende wordt immers als onveilig ervaren – kan dit heel gemakkelijk leiden tot afglijden in de bodemloze put van een ziekelijke aandachtsbehoefte.

Ontdekt iemand met een dergelijk patroon een manier om veel aandacht en waardering te verwerven, meestal door de ontwikkeling van een talent waar de buitenwereld veel waardering voor heeft, dan kan dit leiden tot een overexploitatie van dat talent, louter in functie van de bevestigende aandacht die men hiervoor krijgt. En dan opent zich de weg naar narcisme.

Mensen met een borderlinepatroon die daarentegen al op jonge leeftijd therapeutische hulp zoeken voor hun hechtingstrauma, maken veel minder kans om in deze valkuil terecht te komen.

Narcisme kan meerdere wortels hebben. De wortel in het huidige leven situeert zich in de jeugd. Naast emotionele verwaarlozing kan het gaan om een gebrek aan erkenning voor hun talenten en voor wat uit henzelf komt tout court. Vaak gaat dat laatste samen met een ernstige verwaarlozing van de emotionele behoeften. Als kind worden ze veel te weinig gestimuleerd of erg eenzijdig gestimuleerd. In dat laatste geval gaat het meestal om een intellectuele stimulans in combinatie met ernstige verwaarlozing van emotionele, spirituele en/of creatieve behoeften. Ze moeten ofwel hun eigen talenten ontdekken en buiten hun ouders of opvoeders om ontwikkelen, of ze worden door hen uitsluitend bevestigd indien ze een bepaald eenzijdig talent ontwikkelen en vooral indien ze dit ten toon te spreiden.

  • Een voorbeeld van het eerste principe is een vrouw die als kind in kansarmoede opgroeide. Haar jeugd kenmerkte zich door grauwe verveling. Als tiener liep ze van huis weg en al uitgaand ontwikkelde ze haar danstalent. Hiermee kwam ze als volwassene pas halfweg haar leven naar buiten en het bescheiden succes dat ze had als regisseuse en danseres, verdween in de bodemloze put van de onbevredigde behoefte aan erkenning. Ze was dan ook permanent jaloers op anderen die meer succes genoten.

  • Een man kreeg als kind weinig tot geen affectie van zijn moeder. Hij kreeg enkel bevestiging van haar als hij er goed uit zag (d.w.z. als hij mooi gekleed rondliep) en voor zijn studieprestaties. Als volwassene gedroeg hij zich als een dandy die een nooit aflatende stroom van aandacht van vrouwen wist te verzamelen. In zijn beroep combineerde hij zijn vakbekwaamheid met een tikkeltje arrogantie en vooral veel dedain naar zijn collega’s toe, met uitzondering van zijn eigen leerlingen, van wie velen hem op handen droegen.

De innerlijke tegenpool van het volkomen gebrek aan eigenwaarde van de narcist, wordt gevormd door hoogmoed en zelfoverschatting. Hoe meer erkenning en status een narcist krijgt, hoe hoogmoediger en arroganter hij zich gedraagt. Uiteindelijk is het alleen dat nog wat telt en bij velen gaat hun creativiteit uiteindelijk lijden onder het succes. Eindelijk lijkt er voldoende invulling voor de innerlijke leegte te komen en ze doen er dan ook alles aan om deze stroom vast te houden. Een succesrijke narcist vertoont dan ook steeds meer gelijkenissen met een psychopaat: de machtspositie en de consolidatie ervan worden belangrijker dan het verder ontwikkelen van hun talent. Alle middelen zijn op den duur goed, ook al betekent dit dat de eigen creativiteit verloochend moet worden. Desnoods wordt er bedrog gepleegd en blufpoker wordt steeds vaker aangewend om te doen alsof men nog iets te bieden heeft. Dergelijke patronen zijn gemakkelijk te herkennen bij getalenteerde mensen die steeds vaker in de media komen als bv gerechtsdeskundige, wetenschapper, ontwerper, acteur, muzikant of zanger.

Een tweede bron voor het ontstaan van narcisme vinden we in de vorige-levensgeschiedenis. Vaak hebben dergelijke mensen meerdere levens achter de rug waarbij ze in een schier onaantastbare positie stonden. Voorbeelden hiervan zijn adellijke machtshebbers, (hoge)priesters, profeten, legerbevelhebbers, zeekapiteins, uitgesproken rijke mensen en leden van de hogere sociale klassen. De hybris die ze daaraan hebben overgehouden (onder de vorm van een hoogmoedige schaduwdeelpersoonlijkheid) dient karmisch gecompenseerd te worden door levens waarin ze tijdens hun jeugd weinig op een schoteltje aangereikt krijgen. Ze moeten nu alles zien te verkrijgen door hard en bescheiden te werken. Vaak loopt dit mis en trekt zo iemand een traumatiserende jeugd aan, waarbij een innerlijke leegte ontstaat die hij poogt op te vullen vanuit een niet aflatende behoefte aan aandacht. Dit vormt een perfecte kapstok waaraan de hoogmoedige schaduw zich kan vasthaken van zodra er voldoende erkenning komt voor wat hij uit zichzelf presteert.

Een vaak voorkomende combinatie van factoren die leidt tot het ontstaan van narcisme bestaat uit een emotioneel onveilige hechting (geen aandacht krijgen voor je emotionele behoeften) ten opzichte van minstens één van de ouders, vorige-levenservaringen waarbij men ofwel op een voetstuk werd geplaatst ofwel als minderwaardig werd behandeld, plus opgroeien tussen mensen die zichzelf superieur achten ten opzichte van hun medemensen omwille van hun rijkdom, beroep, sterrenstatus, afkomst, sociale klasse, geloof, huidskleur of wat dan ook. Wie met een innerlijke leegte en emotionele eenzaamheid kampt en tezelfdertijd opgroeit in een narcistische cultuur loopt veel risico om zelf ook in narcisme af te glijden. Het is een typisch voorbeeld van slachtofferschap dat onder impuls van een innerlijke schaduw uitgroeit tot daderschap.

Vooral indien een bestaande schaduwdeelpersoonlijkheid uit vroegere incarnaties gereactiveerd kan worden is dit risico groot. Gedroeg men zich in dat verre verleden ook reeds narcistisch, dan kan dit zomaar terug de kop op steken. Was men toen het slachtoffer van discriminatie, dan kan de schaduwzijde hiervan – de drang om zich koste wat kost te laten gelden en op die manier genoegdoening te eisen – de aanzet vormen tot narcistisch gedrag.


Andere wegen naar narcisme

Lang niet alle mensen met een borderlinepatroon glijden af richting narcisme. Omgekeerd zijn niet alle narcisten hun leven begonnen als slachtoffers van onbetrouwbare ouders of opvoeders. In plaats van een hechtingsstoornis kunnen er ook andere jeugdtrauma’s bestaan die gecompenseerd worden met narcistisch gedrag.

Een voorbeeld hiervan was een jongetje dat in de lagere school niet meekon met het leertempo. Hij verzon tegenover de leerkracht telkens nieuwe excuses voor het feit dat hij zijn huistaken niet af had en als hij in de klas niet mee was, stak hij de schuld altijd op andere kinderen die zogenaamd zijn aandacht steevast afleidden. Aangezien dat laatste ook wel gebeurde, kwam hij maar al te vaak weg met dit excuus. Thuis gebeurde hetzelfde: zijn mama had weliswaar wel door dat hij allerlei uitvluchten verzond voor zijn slechte prestaties, maar liet hem ermee wegkomen. Ze voelde zijn achterliggende onmacht, had medelijden met hem en kreeg het niet over haar hart om hem terecht te wijzen voor zijn vele leugentjes. Hierdoor voelde de jongen zich bevestigd dat zijn strategie om de verantwoordelijkheid van zich af te schuiven werkte. Hij bleef hierin volharden en tegen dat hij volwassen was, had hij sterk narcistische gedragspatronen ontwikkeld.

Een andere ingang tot narcisme ontstaat indien kinderen in het gezin waarin ze opgroeien telkens weer met manipulatieve gedragspatronen van de ene ouder naar de andere geconfronteerd worden en hierbij merken dat de manipulator steevast aan het langste eind trekt. Indien deze niet systematisch gecorrigeerd worden terwijl ze dergelijk gedrag nabootsen, ontwikkelen ze zelf narcistische gedragspatronen en deze kunnen uiteindelijk hun ik-persoonlijkheid gaan overheersen.

Maar wie in een dergelijke sfeer opgroeit, ervaart zelden voldoende emotionele veiligheid. In die zin is een dergelijke jeugd opnieuw een voorbeeld van het meest voorkomende patroon dat tot narcisme kan leiden, namelijk een hechtingstrauma.

1 Hierop wordt dieper ingegaan in Karmische Psychologie 3, Boek II: Moeilijk in de Omgang.

 

************************************************************************************

Deze tekst is een voorpublicatie van mijn volgende boek uit de reeks Karmische Psychologie,

Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw, Boek III: Psychopathie en Narcisme.

Dit boek verschijnt medio 2025. 

Een overzicht van mijn gepubliceerde boeken vind je op www.henkcoudenys.be

zaterdag 4 januari 2025

Psychopathie in een notendop

 

Psychopathie in een notendop

Psychopathie is het gevolg van een verregaande afwezigheid van Wezenscontact1 en de bijbehorende empathische reflex. Dit is geenszins synoniem voor een gebrek aan intelligentie of andere persoonlijkheidskwaliteiten. Wezenloze mensen kunnen immers op allerlei andere vlakken zeer ontwikkeld zijn. Vanuit de invalshoek van de karmische psychologie beke­ken, worden dergelijke mensen volledig geregeerd door zeer goed ontwikkelde, autonome schaduwdeelper­soonlijkheden.

De oorzaken van psychopathie zijn altijd karmisch: het Wezen heeft zich afgekeerd van het aardse leven als gevolg van walging, angst en opgelopen trauma’s, vaak ook vanuit een principiële afwijzing van de aarde en het aardse overlevingsinstinct, of een combinatie van beiden. Of het is buiten spel gezet door zijn eigen Schaduw2. Hoe dan ook vormt het totale gebrek aan Wezenscontact een schrijnende leegte die de aanleiding vormt om het hartchakra volledig af te sluiten. Dit betekent dat er geen mogelijkheid meer is om diepere gevoelens, spirituele indrukken en gewetensconflicten te ervaren. Het integreren van kennis en inzichten wordt evenmin mogelijk indien het bewustzijn van het hart buiten spel wordt gezet.

Een basiskenmerk van psychopathie is de afwezigheid van de gewetensfunctie. Het geweten ontstaat im­mers als gevolg van de interactie tussen het tijdloze Wezen en de heersende wetten en regels in de maatschappij. Zonder Wezenscontact is er wel een besef van die normen en waarden, maar is er geen intuïtieve aandrang om deze te respecteren.

Een psychopaat wordt geregeerd door de drijfveren van het primitieve overlevingsinstinct. Hij functioneert als een superroofdier dat streeft naar macht en overheersing, omdat dit hem de meeste garantie oplevert voor een lang en comfortabel leven. Psychopathie komt overigens bij zowel mannen als vrouwen voor.

Mensen met een psychopate persoonlijkheidsstructuur nestelen zich bijgevolg, van zodra mogelijk, in lei­dinggevende posities van waaruit ze invloed kunnen uitoefenen op hun medemensen met als hoofddoel hun eigen levens te vergemakkelijken. Dit doen ze ongeacht of ze al dan niet over de kwaliteiten beschikken die voor het uitoefenen van deze functies noodzakelijk zijn. Blufpoker is hen lang niet vreemd, evenals alle technieken waarmee geïntimideerd en geïntrigeerd kan worden. Bij communicatie primeert het effect van hun woorden op de inhoud. De inhoud van de boodschappen die ze geven is vaak zelfs van geen en­kel belang, indien het vooropgestelde doel er maar door wordt bereikt.

Een psychopate persoonlijkheidsstructuur kan zich vertalen in uiteenlopende vormen van asociaal en egoïs­tisch gedrag. Uitgesproken sadisme is een uitzondering, omdat ook psychopaten zich zeer goed bewust zijn van de negatieve gevolgen die sociaal onacceptabel gedrag voor henzelf kan hebben. Het zich houden aan wetten en regels vormt voor hen in dit opzicht een louter pragmatische keuze. Die keuze behoedt echter wel hun medemensen voor de ergste consequenties van hun afwijkende persoonlijkheid, tenminste voor zover het leven zich in het openbaar afspeelt. Achter gesloten deuren gaan psychopaten in de regel hun egoïstische gangetje, maar het liefst doen ze dit zonder zichtbare sporen na te laten.

Verder is het afhankelijk van het milieu waarin een psychopaat functioneert welk repertoire aan egoïstisch, asociaal en kwetsend gedrag zich ontwikkeld. Ook is de mate van sociale integratie of - omgekeerd – van sociale isolatie erg belangrijk voor hoe ze in de praktijk functioneren. De fatsoenlijksten onder hen zijn zeer goed geïntegreerd in het maatschappelijk weefsel, wat hen veel voordelen biedt. Daarentegen hebben psychopaten die zich uitgestoten weten en een geïsoleerd bestaan leiden geen voordeel meer bij sociaal aanvaardbaar gedrag. Dergelijke mensen zijn vaak tot extreem sadistische daden in staat. Geen enkele psychopaat is echter ooit vrij van gewetenloos gedrag.

Voor hun medemensen vormen ze steevast een gevaar. Afhankelijk van de context moet men op zijn hoede zijn voor vergaande emotionele manipulatie, psychologische terreur, fysieke terreur of regelrechte mishandeling. Psychopaten hebben een voorkeur voor gekwetste, kwetsbare en hooggevoelige mensen en het liefst nog een combinatie van dit alles. Elke ingang die ze kunnen bespelen, zullen ze misbruiken. Getraumatiseerde men­sen hebben meer ingangen dan anderen. De naweeën van trauma’s gaan immers gepaard met angstreacties, met zich aanpassen of lijdzaam opstellen in geval van gevaar en manipulatie. Getraumatiseerde mensen la­ten zich in veel situaties doen als gevolg van emotionele blokkades, daar waar anderen voor zichzelf zouden opkomen en zichzelf verdedigen.

Hooggevoelige mensen zijn dan weer moeilijk in staat om niet empathisch te functioneren. Ze beleven mee met het innerlijke lijden van de psychopaat, met zijn schrijnende leegte op hartniveau en willen hier automa­tisch iets aan verhelpen. Daardoor stellen ze zich open voor de enige soort mensen voor wie ze zich per defi­nitie zouden moeten afsluiten.

Psychopaten verleiden hun prooien, misleiden hun omgeving en spelen toneel om mensen aan zich te binden die ze vervolgens schaamteloos gebruiken tot ze hen niet meer nodig hebben.

Ontsnappen aan de greep van een psychopaat is niet eenvoudig. Het vergt een ingesteldheid die men pas ontwikkelen kan indien men al zijn eigen innerlijke kwetsuren oplost. Tevens moet men zijn Wezenlijke blinde vlekken uitwissen en de Schaduw van het leven onder ogen willen zien.

Wie er bv zeer Wezenlijk van overtuigd is dat elk probleem door middel van verbondenheid en liefde kan worden opgelost, komt bedrogen uit indien hij dit principe wil toepassen in relatie met een psychopaat. Wie de neiging heeft problemen voor anderen op te lossen vanuit bv het toepassen van de Christelijke mythe dat men net zoals Christus het lijden van een ander op zich moet nemen en dit toepast in contact met een psychopaat, biedt zichzelf met open ogen aan om tot op het bot gemanipuleerd te worden.

In de praktijk komt het erop neer dat men moet doorgronden op welke manier men bespeeld wordt door de psychopaat in wiens netten men is verstrikt geraakt, de oorzaken hiervan moet leren kennen en deze via the­rapeutisch werk moet aanpakken. Daarnaast dient elke bron van Wezenlijke naïviteit drooggelegd worden. Onze Wezens zijn immers niet exclusief aan het aardse leven gebonden. Een groot deel van onze Wezenlijke beleving speelt zich af in tussenlevens en velen onder ons hebben een Wezen dat zich voorafgaand aan zijn aardse incarnaties reeds ontwikkeld had in andere belevingssferen waar andere spelregels heersen. Leugens en bedrog, zoals deze op aarde voorkomen, kennen zij niet vanuit die achtergrond.

In de concrete omgang met een psychopaat moet men zich zeer neutraal leren opstellen. Men moet zich de ingesteldheid eigen maken om niet langer te reageren op welke provocatie of verleiding dan ook. Ten slotte moet men bereid zijn om niet alleen de psychopaat maar tevens een volledige manier van leven achter zich te laten en grondig opnieuw te begin­nen. Dit laatste is meestal nodig om elke connectie met de psychopaat ongedaan te maken.

Voetnoten:

1 Het Wezen is de oudste kern van de menselijke persoonlijkheid en evolueert leven na leven onder impuls van het individuatieproces. Het begrip Wezen komt overeen met wat C.G.Jung het archetype van het Zelf noemde.

2 Zie Karmische Psychologie 4, Boek II: De Integratie van de Schaduw (ISBN 9789077101179)

************************************************************************************

Deze tekst is een voorpublicatie van mijn volgende boek uit de reeks Karmische Psychologie,

Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw, Boek III: Psychopathie en Narcisme.

Dit boek verschijnt medio 2025. 

Een overzicht van mijn gepubliceerde boeken vind je op www.henkcoudenys.be

dinsdag 3 december 2024

Empathisch Contact - Intiem Contact? (Hoogsensitief - Anders Bekeken - Aanvulling 27)

 

Karmische Psychologie 3III – Relaties (49): Empathisch contact – Intiem contact?

(Empathisch contact houdt in dat men niet alleen rekening houdt met de emoties van een ander, maar deze tevens in zekere mate meebeleeft. Bij empathisch contact tussen twee mensen is er niet alleen aandacht en begrip voor elkaar maar is het begrip gebaseerd op elkaars emoties, gevoelens en motieven aanvoelen en begrijpen. Empathisch contact is dus alles behalve oppervlakkig.

Afhankelijk van de context waarin empathisch contact tussen twee mensen ontstaat, kan het gaan om ofwel eenrichtingsverkeer, ofwel om een wederkerig contact waarbij beide partijen elkaar even intens aanvoelen en zich even sterk in de ander inleven.

In het eerste geval is er sprake van een vorm van therapeutisch contact, ook al speelt dit zich niet noodzakelijk af in een therapeutische context. Er zijn immers heel wat mensen die zeer empathisch aangelegd zijn (hoogsensitieve personen), bij wie anderen hun verhaal komen doen. Het feit dat de een niet alleen luistert maar ook meebeleeft en daardoor begrijpt, leidt er bij de ander toe dat die zich begrepen voelt. Heel wat kappers hebben bv deze rol ten opzichte van hun klanten.

Dit soort contacten houden altijd een zekere mate van intimiteit in dat voor beiden voelbaar is. Indien de ‘ontvanger’ van het empathisch contact op relationeel vlak een groot gemis ervaart, kan dit gemakkelijk leiden tot projecties op de tegenpartij. Hierdoor kunnen asymmetrische relaties ontstaan waarbij de een zich op den duur leeg geeft en de ontvanger zich steeds emotioneel afhankelijker opstelt.

Indien dit zich in een therapeutische context afspeelt, is het aan de therapeut om de cliënt te helpen deze afhankelijkheid om te buigen tot een innerlijk groeiproces. In andere situaties kan het zeer lastig worden voor de hooggevoelige persoon die tegen wil en dank de rol toebedeeld krijgt van immer beschikbare moeder- of vaderfiguur. Dit leidt voor beiden tot een leerproces waarin het neerzetten en aanvaarden van grenzen ten opzichte van elkaar een erg belangrijke rol speelt. Zo niet volgt er vroeg of laat een onvermijdelijke breuk.

Indien het gemis van de ontvanger niet zozeer voortvloeit uit de behoefte aan iemand die emotionele veiligheid biedt – veel mensen lijden immers aan een hechtingstrauma omdat de band met hun eigen moeder en/of vader in emotionele zin onveilig was – maar uit het gemis aan een vaste partner, leidt eenzijdig empathisch contact er vaak toe dat de ontvanger verliefd wordt op de tegenpartij. Verliefdheid is in een dergelijke context echter niets meer dan een projectie van de eigen noden, behoeften en verlangens op iemand die zich alleen maar begrijpend opstelt en meelevend open stelt. Dergelijke projecties zijn zowel in een therapeutische context als in andere situaties lastig voor het doelwit van de verliefde.

Een therapeut moet in dit geval niet alleen de grenzen duidelijk neerzetten maar tevens begrip opbrengen voor het feit dat dit gebeurt. Via de projecties komt er immers een onderliggend trauma aan de oppervlakte dat om begeleide verwerking vraagt. Gebeurt iets dergelijks buiten een therapeutische context om, dan is het belangrijk dat de hooggevoelige aandachtsgever duidelijke grenzen neerzet en gas terugneemt wat het empathisch contact betreft. Zijn die grenzen er niet, dan wordt de ontvanger hoe dan ook gestimuleerd in het blijven hopen op wederkerige verliefdheid.

Er zijn heel wat hoogsensitieve mensen die zich op den duur toch open stellen voor een relatie met iemand voor wie ze weliswaar veel zorgzaamheid en begrip hebben, maar die voor henzelf niet als de juiste partner voor een intieme relatie aanvoelt. Dit komt vooral voor indien de ontvanger niet tot rede te brengen is en tezelfdertijd over enig manipulatief talent beschikt, terwijl de gever niet in staat is de eigen grenzen duidelijk neer te zetten en te handhaven. Dit leidt dit tot een verwarrende vermenging van emoties, waarbij deze laatste op den duur zodanig aan zichzelf gaat twijfelen dat hij of zij denkt toch ook verliefd te zijn. Al snel blijkt echter dat ze in een zorgrelatie terecht gekomen zijn waarbij ze maar blijven geven en zelf niet aan hun behoeften toe komen. Hooggevoelige mensen zijn erg kwetsbaar voor deze valkuil.

Wat hierbij ook een rol speelt is dat veel hoogsensitieve mensen moeite met oppervlakkige contacten. Ofwel gaan ze een diepgaand, empathisch contact aan, ofwel liever geen. Het gevolg is dat ze meer dan gemiddeld in de gevende rol terecht komen waarbij de empathie vooral uit eenrichtingsverkeer bestaat.

De moeilijkste situaties ontstaan indien de ontvanger van empathisch eenrichtingsverkeer iemand is met een borderlinepatroon. Borderline is een lelijk woord voor de gevolgen van een ernstig hechtingstrauma, meestal opgelopen in de prille jeugd. Deze mensen hebben als kind niet de nodige afstemming van hun moeder – en bij uitbreiding van hun voornaamste opvoeders – ervaren, waarbij ze zodanig weinig erkenning en ruimte kregen voor hun emotionele behoeften dat ze zich hun hele jeugd lang onveilig en onbegrepen hebben gevoeld.

Indien dit trauma niet wordt behandeld, blijft het hen voor de rest van hun leven parten spelen. Een van de negatieve gevolgen hiervan is dat als ze contact krijgen met een empathisch persoon die hen begrijpt, aanvoelt en daarbij een grote emotionele zorgzaamheid aan de dag legt, hun hechtingstrauma volledig gereactiveerd wordt. Dit leidt tot ernstige emotionele verwarring: enerzijds willen ze voortdurend die emotionele zorgzaamheid ontvangen omdat dit eindelijk de pijnlijke leegte invult waar ze al hun hele leven onder lijden, anderzijds is het zodanig moeilijk om te vertrouwen dat het waar is wat ze ervaren, dat ze voortdurend heen en weer geslingerd worden tussen wantrouwen en hoop. Het gedragspatroon dat hieruit voortvloeit houdt in dat ze hun wantrouwen steeds opnieuw projecteren op de empathische gever, voortdurend bevestiging vragen (en ten slotte eisen) en zich in een onmogelijke emotionele afhankelijkheidsrelatie manoeuvreren. In de regel eindigt dit doordat de tegenpartij zich steeds meer beklemd, gestalkt en mis begrepen voelt en ten slotte alle banden verbreekt. En daardoor gaat voor de diep gekwetste ontvanger ook de helende werking van het empathisch contact verloren.

Dergelijke emotionele afhankelijkheidsrelaties met het bijbehorende duw- en trekwerk dat voortvloeit uit a priori wantrouwen, zijn vaak tezelfdertijd intieme relaties. In deze context wordt de partner van iemand met een borderlinepatroon zonder uitzondering het slachtoffer van extreme jaloezie die meestal nergens op gebaseerd is. Elke vorm van appreciatie of affectie voor een ander wordt geïnterpreteerd als mogelijke ontrouw en vooral als afwijzing. Dat dit een bom vormt onder de partnerrelatie, is een understatement. Iedereen heeft immers naast zijn vaste partner ook behoefte aan andere vertrouwenspersonen en aan vrienden met wie iets gedeeld kan worden dat niet in de partnerrelatie aan bod komt.

Het is belangrijk dat kinderen met een hechtingstrauma al op jonge leeftijd therapeutisch begeleid worden opdat ze niet in een dergelijk zelfdestructief borderlinepatroon gevangen komen te zitten. Want eens dit patroon zich heeft vast gezet, is het maar moeilijk meer te doorbreken.

Indien het empathisch contact wel wederkerig is, ontstaat de mogelijkheid dat dit uitgroeit tot een intieme band en uiteindelijk - indien de context het toelaat – tot een intieme partnerrelatie. Indien een partnerrelatie ontstaat zonder een dergelijk wederzijds begrip, aanvoelen en invoelen, dan is deze en emotionele zin niet veilig genoeg om er een duurzame relatie op te bouwen. Door gebrek aan wederzijdsz begrip ontstaat er al snel heel wat frictie tussen beide partners. Dergelijke relaties drijven op de tijdelijke brandstof van verliefdheid en seksuele aantrekking en verzanden meestal in afstandelijkheid naar elkaar toe en een vorm van samenleven dat aan elkaar hangt van de compromissen. Zonder wederzijds empathisch contact blijven koppels zelden langdurig bij elkaar en indien ze dat toch doen zijn ze niet gelukkig met elkaar.

Wederzijds empathisch contact is weliswaar een voorwaarde voor het ontstaan van een duurzame intieme relatie, maar het betekent geenszins dat elk empathisch contact een uitnodiging vormt om een intieme relatie te beginnen.

**************************************************************************************

Deze tekst is een aanvulling op mijn boek 'Hoogsensitief- Anders Bekeken' (ISBN 9789077101124)

Tevens is het een voorpublicatie uit 'Karmische Psychologie Deel 3: Relaties, Seksualiteit en Opvoeding, Boek IV: Relaties.

zaterdag 30 november 2024

Libido en de biologische klok - Aanvulling 3 bij Onze Erfenis van Moeder Aarde

 Libido en de biologische klok

Een van de meest essentiële kenmerken van onze aardse natuur is ons voortplantingsinstinct. Dit vertaalt zich vanaf de puberteit in een drang om seks te hebben. Sinds Sigmund Freud zijn grondslagen voor de psychoanalyse ontwikkelde, wordt deze drang ‘libido’ genoemd. Hoe jonger en gezonder we zijn, hoe sterker ons libido gemiddeld genomen is. Uiteraard zijn er tal van factoren die hierop invloed uitoefenen en waardoor er heel wat fluctuaties ontstaan binnen een mensenleven en heel wat verschillen tussen mensen. In de regel neemt het libido sterk af naarmate we ouder worden, al kunnen de onderlinge verschillen tussen mensen op dat vlak zeer groot zijn en geldt dit voor vrouwen in sterkere mate dan voor mannen. Vanuit het voortplantingsinstinct bekeken is dit laatste zeer logisch: mannen blijven in principe hun hele leven vruchtbaar, vrouwen niet. Maar zonder zoiets als het libido zou er niet veel kans bestaan dat we ons hier op aarde blijven handhaven.

Een ander aspect van ons voortplantingsinstinct is wat we ‘de biologische klok’ zijn gaan noemen. In tegenstelling tot het libido is dit geen permanent aanwezig gegeven. Het gevoel geen tijd meer op overschot te hebben om een kind op de wereld te zetten, oefent pas vanaf een zekere leeftijd zijn invloed uit op het bewustzijn. Bij kinderloze vrouwen is dit gemiddeld vanaf de leeftijd van dertig en deze dwingende kinderwens kan tien tot vijftien jaar lang het bewustzijn blijven overheersen. Die leeftijd is niet willekeurig: een vrouw van dertig leeft gemiddeld nog lang genoeg om haar kind volwassen te helpen worden. Met ‘volwassen’ wordt door moeder natuur ‘het bereiken van de vruchtbare leeftijd’ bedoeld en ‘lang genoeg leven’ moeten we zien in de context van de oorspronkelijke levensomstandigheden van de mens. Deze verschillen qua levensverwachting nogal sterk van wat we tegenwoordig gewoon zijn.

Bij mannen is de leeftijdsfactor minder dominant met betrekking tot een kinderwens. Ook dit is een logisch gevolg van de menselijke biologie, namelijk het feit dat mannen hun leven lang vruchtbaar blijven en het absoluut geen onnatuurlijk gegeven is dat ze zich met jongere vrouwen verbinden. Hierdoor is ‘de biologische klok’ in de mannelijke natuur minder dwingend van aard. Maar bij iedereen die deze klok genadeloos voelt voort tikken, krijgt het libido een sterke boost. Bij vrouwen die enkel op andere vrouwen vallen, kan dit zelfs tijdelijk gepaard gaan met zich seksueel aangetrokken voelen tot mannen.

Bij veel vrouwen leidt de alarmbel van de biologische klok tot een obsessieve focus op zwanger worden. Hun voortplantingsinstinct geeft hen in dat hun leven zo niet zinloos, dan toch minstens onvolledig is indien ze geen moeder worden. In dat geval wordt alles geprobeerd wat maar voor handen is zoals zo vaak mogelijk seks hebben tijdens hun vruchtbare dagen tot en met de meest geavanceerde fertiliteitsbehandelingen. Ook een scheve schaats rijden wordt in dit geval verleidelijker dan voordien. Zwanger worden in ongunstige omstandigheden en/of door een onbetrouwbare partner komt in deze levensfase vaker voor dan gemiddeld.

Deze preoccupatie kan sterk beïnvloed en verkleurd worden door ervaringen uit vorige levens, levens waarin een vrouw het risico liep verstoten en sociaal achtergesteld te worden indien ze haar man (en de samenleving) zou teleurstellen op dat vlak. Bij vrouwen die dergelijke vorige-levenstrauma’s met zich meezeulen, gaat het opgejaagd worden door hun biologische klok gepaard met angstige stress en een gevoel dat ze door onrechtvaardig benadeeld worden door het leven (of door ‘God’)..

Er zijn anderzijds ook heel wat vrouwen die geen nestdrang voelen en absoluut geen verlangen hebben om moeder te worden, maar integendeel hun vrijheid en onafhankelijkheid prefereren. Bij velen is het niet zomaar een voorkeur maar een basisvoorwaarde om levensvreugde en zingeving in hun leven te blijven ervaren, in tegenstelling tot vrouwen voor wie de zin van het leven (al dan niet tijdelijk) gelijkgesteld wordt met het verwekken van een kind.

Vrouwen van boven de dertig zonder voortplantingsdrang voelen weliswaar geen aandrang om hun menopauze voor te zijn en vooralsnog zwanger te worden, bij velen onder hen reageert hun lichaam desondanks op de biologische klok met een sterk verhoogd libido. Het voortplantingsinstinct heeft dit zo geregeld omdat in dat geval de kans op een ongewenste zwangerschap door seksueel risicogedrag groter wordt.

Moeder Aarde heeft bij wijze van spreken haar eigen agenda wat onze seksualiteit betreft en voert deze agenda uit via die functies van het menselijk lichaam die gemakkelijk aan onze mentale controle ontsnappen, zoals het libido. Onze lichamen zijn immers een onvervreemdbaar deel van Hare Majesteit de Aarde.

 *******************************************************************************

Deze tekst is tezelfdertijd een voorpublicatie uit Karmische Psychologie 3: Relaties, Seksualiteit en Opvoeding - Boek 4: Seksualiteit en een aanvulling om mijn boek Onze Erfenis van Moeder Aarde 

Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw - Boek I: Onze Erfenis van Moeder Aarde 
(Te koop in elke boekhandel en online-boekhandel)

Onze Erfenis van Moeder Aarde gaat over het spanningsveld tussen de het Wezenlijke in de mens en onze instinctieve drijfveren en reflexen. Wat het lichaam wil, als gevolg van miljoenen jaren evolutie, komt vaak in conflict met waar we vanuit onze mentale en spirituele ingesteldheid naar streven. De emoties die voortkomen uit onze instinctieve reflexen doen ons vaak denken, voelen en handelen op een manier die tegengesteld is aan waar we naar streven. Hoe kunnen we meer harmonie scheppen tussen deze innerlijke tegenpolen? En welke plaats neemt deze innerlijke zoektocht in, in ons groeiproces als mens op aarde?

Dit boek telt 466 pagina’s  ISBN-nummer: 978-90-77101-19-3

 

woensdag 20 november 2024

Competitiviteit - Aanvulling 2 bij 'Onze Erfenis van Moeder Aarde'

 

Competitiviteit

Een van de instinctieve gedragspatronen waar Moeder Aarde de mens van heeft voorzien, is een competitieve ingesteldheid. In de natuurlijke omstandigheden waarin de mens is geëvolueerd leidde dit tot een systematische verbetering van onze overlevingskansen. Competitie draaide van nature immers om vaardigheden die met leven en overleven te maken hebben zoals uithoudingsvermogen, voedsel zoeken en vinden, spoorzoeken, raak kunnen gooien met stenen, stokken of speren, raak kunnen schieten met een boog, vanop grote afstand situaties kunnen inschatten, geluiden herkennen van dieren, mensen en natuurfenomenen en oriëntatievermogen. Minder voor de hand liggend maar minstens even belangrijk waren het vermogen om diplomatisch om te gaan met conflicten, genuanceerde oordelen te vellen, verzoening te bewerkstelligen en dromen interpreteren. Ook hierin bestond er een vorm van competitiviteit.

Een derde categorie behelst theoretische en praktische kennis. Weten welke planten eetbaar zijn of een genezende werking hebben was zowel onmiddellijk praktisch toepasbaar als voor in noodgevallen. Wat wel eetbaar is maar niet lekker wordt gemakkelijk vergeten, behalve door oudere mensen die ooit hongersnood hebben meegemaakt en nog weten wat ze toen uit noodzaak aten om het te overleven.

Het kennen van de geschiedenis en de ontstaansmythes van het eigen volk is een totaal ander soort kennis dat meestal hand in hand ging met het vermogen hierover te kunnen vertellen. Wie hier bekwaam in was, kon altijd op bijval en een zekere status rekenen.


Wie ergens de beste in bleek te zijn, kreeg in oorspronkelijke samenlevingen automatisch een vorm van leiderschap. De beste spoorzoeker werd gevolgd bij het zoeken naar prooidieren, de beste schutter mocht de eerste pijl afvuren op het jachtwild, wie het beste oriëntatievermogen had leidde de groep naar nieuwe leefgebieden en wie het best was in conflicten beslechten op een manier waar iedereen zich in kon schikken werd het vaakst om een oordeel gevraagd. Zo ging het er hoogstwaarschijnlijk tijdens het grootste deel van het bestaan van de Homo sapiens aan toe.

Dit alles veranderde drastisch na de opkomst van hiërarchisch gelaagde samenlevingen. Om in een leiderspositie terecht te komen was het nu niet meer noodzakelijk om uit te blinken op het domein waarin men leiding gaf. Dit was immers vastgelegd in wetten en regels, waarbij afkomst en sociale klasse – en vooral de machtspositie die daaruit voortvloeit - meer gewicht in de weegschaal legden dan kennis, ervaring en vaardigheid. En zo is het tot op de dag van vandaag gebleven.

Dit betekent echter niet dat ons instinctief beoordelingssysteem dat zegt dat de beste leiding moet geven, volledig is lamgelegd. Ook binnen leidinggevende klassen speelt dit nog steeds een rol, maar de sociale controle die ertoe leidde dat onbekwame leiders al snel opzij werden gezet is niet langer werkzaam. Naar protesten tegen leidinggevenden die er een potje van maken, wordt niet gauw geluisterd, tenzij deze komen uit de hoek van andere mensen met macht. Het tegendeel is eerder regel dan uitzondering: protesten worden weggewuifd of onderdrukt vanuit de psychopate reflex waaraan machtshebbers zich maar al te gemakkelijk overgeven en die louter ten dienste staat van het behouden van hun macht.

Als het gaat om kennis die ten dienste staat van het algemeen belang zoals toepasbare wetenschappelijke kennis, bestaat er nog steeds een gezonde competitie met een gereguleerde vorm van sociale controle, maar binnen een hiërarchisch systeem bestaat er ook veel corruptie die oogluikend toegelaten of toegedekt wordt door diegenen die in een machtspositie staan. Als wetenschap verkochte leugens zijn immers zeer handig om macht en invloed te consolideren.

Twee bekende voorbeelden hiervan zijn de agro-industrie en de farmaceutische industrie. Wat deze laatste betreft is het vooral in de sector van de psychoactieve medicatie dat onderzoeksresultaten creatief bijgewerkt worden om ogenschijnlijk positieve resultaten te kunnen presenteren en medicijnen goedgekeurd en verkocht te krijgen. De agro-industrie pretendeert dan weer de enige manier om voldoende voedsel te produceren te stimuleren, maar ziet maar al te graag over het hoofd dat hun systeem op lange termijn niet alleen boeren doet failliet gaan maar de landbouwgrond zelf laat degenereren tot een niveau dat deze onbruikbaar wordt. Wat beide voorbeelden gemeen hebben is dat de schijn gewekt wordt dat ze zich inzetten voor het algemeen belang, maar dat uit hun handelswijzen blijkt dat ze louter uit zijn op winstbejag.

Onze instinctieve drang tot competitiviteit is zich in een hiërarchische samenleving blijven manifesteren maar heeft sterk aan overlevingswaarde ingeboet, met uitzondering dus van de concurrentie op wetenschappelijk vlak. Onze competitiviteitsdrang staat tegenwoordig vooral ten dienste van het opklimmen op de sociale ladder in functie van het eigen voordeel. Superieure capaciteiten komen niet meer automatisch ten goede aan de samenlevingsgroep waartoe men behoort. Competitiviteit is steeds meer in de klauwen terecht gekomen van een narcistische cultuur. De voorbeelden hiervan liggen voor het oprapen.

  • In de culturele sector worden competities georganiseerd waarin ‘de beste1’ wordt verkozen op basis van het criterium ‘wie of wat heeft het meest verkocht’.

  • Hetzelfde gebeurt in de commerciële sector met verkiezingen zoals van de beste manager of het beste reclamebureau.

  • In vrijwel elke sportieve discipline is de overlevingswaarde zeer ver te zoeken en topsport beoefenen is daarenboven nog ongezond ook:

Wat is bv de overlevingswaarde van over twee meter te kunnen springen of nog een centimetertje hoger? Of van een marathon lopen in twee uur tijd? Laat staan van hard en raak tegen een bal te kunnen schoppen of diezelfde bal met een zweefsprong uit de winkelhaak te kunnen duwen? Hoe komt dit de samenleving potentieel ten goede? Toch wekken dergelijke prestaties in ruime kring bewondering op.

Niet alleen krijgen topsporters, acteurs en zangers overmatig veel waardering voor wat ze maar bijdragen aan het reilen en zeilen in de maatschappij, ze krijgen automatisch ook een podium om hun mening over allerlei maatschappelijk belangrijke kwesties te ventileren. En er wordt nog naar hen geluisterd ook.

Het is niet moeilijk om in dat laatste feit terug de hand van ons oorspronkelijk instinct te herkennen: wie de beste is, krijgt de voorkeur als leider. Jammer genoeg zijn kwaliteiten en leiderschap intussen zodanig losgekoppeld van elkaar dat dit nergens meer op slaat. Wie goed is in een basketbal dunken, heeft niet automatisch de kwaliteiten om de gezondheidszorg te beoordelen en wie de ene hit na de andere scoort heeft daarom nog geen goed zicht op de internationale politiek. En toch wordt er aan topsporters, gevierde acteurs en auteurs wiens boeken veel verkopen bovenproportioneel vaak een podium gegeven waarop ze hun mening kunnen ventileren over politieke en maatschappelijke thema’s alsof hun creatieve en sportieve kwaliteiten van hen ook automatisch goede leiders of maatschappelijke adviseurs zouden maken.

Conclusie: in een samenleving waarin op narcisme gebaseerde spelregels de dienst uitmaken, is competitiviteit een doel op zich geworden, grotendeels losgekoppeld van het vermogen om als soort te groeien in de bekwaamheden van leven en overleven.

1 Vul in naar believen: film, acteur, zanger, theaterproductie, tv-programma, presentator, reclamebureau, fotograaf, krantendesign…

************************************************************************************

Deze tekst is een aanvulling om mijn boek Onze Erfenis van Moeder Aarde of voluit:

Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw - Boek I: Onze Erfenis van Moeder Aarde

Onze Erfenis van Moeder Aarde gaat over het spanningsveld tussen de het Wezenlijke in de mens en onze instinctieve drijfveren en reflexen. Wat het lichaam wil, als gevolg van miljoenen jaren evolutie, komt vaak in conflict met waar we vanuit onze mentale en spirituele ingesteldheid naar streven. De emoties die voortkomen uit onze instinctieve reflexen doen ons vaak denken, voelen en handelen op een manier die tegengesteld is aan waar we naar streven. Hoe kunnen we meer harmonie scheppen tussen deze innerlijke tegenpolen? En welke plaats neemt deze innerlijke zoektocht in, in ons groeiproces als mens op aarde?

Dit boek telt 466 pagina’s en bevat een bondige inleiding tot de reïncarnatiepsychologie. ISBN-nummer: 978-90-77101-19-3