woensdag 20 juli 2022

Hoogbegaafd of hoogontwikkeld? (Hoogsensitief - Anders Bekeken, Aanvulling 25)

 

Hoogbegaafd of Hoogontwikkeld?

(Hoogsensitief – Anders Bekeken : Aanvulling 25)


De combinatie hoogsensitiviteit en hoogbegaafdheid komt bij veel mensen voor, maar is geen algemene regel. Wat echter nog vaker voorkomt is dat iemand die hoogsensitief is, tegelijkertijd ook ‘hoogontwikkeld’ is. Wat ik daarmee precies bedoel is het volgende:

Hoogontwikkeld zijn betekent niet noodzakelijk dat iemand over uitzonderlijke parate kennis beschikt of over bijzondere ontwikkelde talenten, ook al kan het soms wel die vorm aannemen. Wat het wel betekent, is dat er latent een schat aan kennis en menselijke vaardigheden aanwezig zijn, die men in wezen reeds heeft ontwikkeld tijdens vorige incarnaties en die men zich gemakkelijk terug eigen kan maken indien de gelegenheid of de noodzaak hiertoe zich voordoet. Dit valt vooral op met betrekking tot talenten op sociaal vlak. Het gaat dus niet zozeer om intellectueel meetbare prestaties die uitzonderlijk hoge puntenscores leiden op examens en evaluaties, al kan het ook wel om die dingen gaan.

Een voorbeeld hiervan is een man, die zonder dat hij hiervoor een opleiding had gekregen, de kans kreeg om een grootschalig sociaal project op te zetten. Al doende bleek niet alleen dat hij organisatietalent had maar tevens op een verbindende manier kon leiding geven, voldoende autoriteit in huis had om moeilijke knopen door te hakken, al heel snel leerde wat en hoe hij moest delegeren zonder het overzicht over het geheel te verliezen en over een diplomatiek onderhandelingstalent beschikte. Voordat hij aan dit project begon (iets waar hij niet uit eigen ambitie naar had gestreefd) bleven al deze menselijke vaardigheden onder de radar.


Hoogontwikkeldheid kan aan de oppervlakte komen in crisissituaties, waarbij iemand die voordien weinig blijk gaf van opvallende talenten, plots als enige het hoofd koel weet te houden en op een creatieve manier met de problemen weet om te gaan en anderen door de moeilijke situatie heen loodst.

Het hoeft echter niet altijd om noodsituaties te gaan. Soms is er gewoon een uitdaging voorhanden en is er een innerlijke zekerheid die zegt: ‘Ik heb dit nog nooit eerder gedaan, maar ik voel dat ik dit kan.’ Als dit gebeurt, dan weet je niet waar die zekerheid vandaan komt of waarop ze is gebaseerd. Je wordt er tevens zelf door verrast, niet in het minst omdat het achteraf nog blijkt te kloppen ook.

Een voorbeeld hiervan beleefde ik zelf tijdens mijn jonge jaren. Ik werkte op een bioboerderij en er kwam een klas lagereschoolkinderen op bezoek. Hun namiddag raakte echter onvoldoende ingevuld en mij werd gevraagd iets hiervoor te verzinnen. Ik besloot een wandeling met hen te maken en onderweg een verhaal te vertellen om hen op die manier bezig te houden. Alhoewel ik helemaal geen verhaal klaar had en dit nooit eerder had gedaan, was er de zekerheid dat ik dit zou kunnen, ondanks dat ik mezelf tezelfdertijd gek verklaarde en achtervolgd werd door het schrikbeeld van een groep losgeslagen schoolkinderen die niet in toom te houden waren. Maar het lukte. Er kwam inspiratie voor een verhaal en ik wist op die manier de aandacht van de groep te vangen en tot het einde toe vast te houden.


Typisch ook is dat hoogontwikkelde mensen vooral gemakkelijk leren via zelfstudie. Het is voldoende dat hen een begin wordt aangereikt en dat ze af en toe bij iemand te rade kunnen gaan tijdens een leerproces. Meer begeleiding remt hen eerder af dan dat het hen stimuleert. Ze ontwikkelen tevens gemakkelijk nieuwe methodes om een probleem aan te pakken dan deze die standaard onderwezen worden.

Maar het meest nog valt deze eigenschap op bij jonge kinderen die – ongeacht het niveau van hun schoolse prestaties – blijk geven van sociale inzichten die absoluut niet vanzelfsprekend zijn voor hun leeftijd.

Dank zij het intensieve wezenscontact dat bij hooggevoelige mensen standaard aanwezig is, hebben ze gemakkelijker dan gemiddeld toegang tot alle kennis en vaardigheden waarover ze in wezen beschikken als gevolg van de groei- en leerprocessen die ze in de loop van hun reïncarnatiegeschiedenis hebben opgebouwd. Een belangrijke voorwaarde om hierop terug te kunnen vallen is echter dat men over voldoende eigenwaarde en een positief zelfbeeld moet beschikken. Toegang krijgen tot wezenlijke kennis en vaardigheden is immers een intuïtief proces en het vermogen om te vertrouwen op de eigen intuïtie wordt sterker naarmate het zelfbeeld positiever is.

Hooggevoelige mensen wiens eigenwaarde als gevolg van traumatisering (meestal in de jeugd) erg laag is, missen in de regel het zelfvertrouwen om hun intuïtie actief toe te laten en erop te vertrouwen dat wat hun intuïtie hen ingeeft, tevens zinvol is. Zij hebben wel intuïtie en de mogelijkheid om via hun intuïtie hun wezenlijke kennis en vaardigheden te bereiken, maar maken hier uit angst en onzekerheid meestal weinig tot geen gebruik van.

Anders is het gesteld met hooggevoelige mensen wiens eigenwaarde voldoende gestimuleerd is geworden tijdens hun opvoeding. Zij ontwikkelen een positief zelfbeeld en durven wel te vertrouwen op hun intuïtie. De toegang die ze via hun intuïtie krijgen tot hun wezenlijke verworvenheden, versterkt op zijn beurt hun eigenwaarde.

Hetzelfde kan gebeuren met hoogsensitieve mensen die aanvankelijk leden onder een negatief zelfbeeld maar die dit aan het doorbreken zijn als gevolg van therapeutisch hulp. Tijdens hun groeiproces ontdekken ze vaak onvermoede talenten in zichzelf en komen ze niet zelden tot de conclusie dat ze intelligenter en begaafder zijn dan ze altijd van zichzelf dachten. Hun hoogontwikkelde kant komt nu eindelijk tot zijn recht.


Hoogbegaafdheid komt niet altijd voor in combinatie met hooggevoeligheid. Niet zelden gaat het zelfs om autistische mensen, een groep die gekenmerkt wordt door een verstoord wezenscontact en verminderde empathische functies, wat ongeveer de tegenpool is van hoogsensitiviteit. Hun hoogbegaafdheid is meestal gelimiteerd tot één of enkele specifieke onderwerpen en is terug te voeren tot het contact met één specifiek vorig leven waarin ze zich reeds bekwaamd hadden in die specifieke vaardigheid. Zelden of nooit heeft hun hoogbegaafdheid een holistisch karakter.

Hooggevoelige mensen die tevens op een klassieke manier hoogbegaafd zijn, zijn dat meestal op meerdere vlakken. Ze blinken bv uit in zowel talen als wiskunde, muziek en leidinggevende capaciteiten. Dit is heel anders dan bv een chirurg die een wereldvermaard specialist is voor een bepaald type behandeling, maar die voor de dagelijkse leiding van zijn afdeling volledig afhankelijk is van een medewerker en die los van zijn specialisatie uitblinkt in middelmatigheid op alle andere vlakken.


Hoogontwikkeldheid daarentegen is in meerdere opzichten holistisch van karakter: vaardigheden en kennis die zich in een bepaald interesseveld bevinden, kunnen gemakkelijk meegenomen worden naar andere gebieden.

Hetzelfde inzichtsvermogen dat nodig is om bv de werking van het menselijk metabolisme te doorgronden kan door een hoogontwikkeld persoon vlot toegepast worden om inzicht te verwerven in de dynamiek van een ecosysteem of in de sociale dynamiek tussen mensen binnen een grote organisatie.


Een ander aspect van dit holistisch karakter is dat hoogontwikkelde mensen vrijwel altijd over het vermogen beschikken om kruisverbanden te leggen tussen kennis uit verschillende domeinen, daar waar de hoogbegaafdheid van autistische mensen exclusief gekoppeld blijft aan één domein.

De recente kruisbevruchting tussen inzichten uit de paleontologie, de archeologie, de psychologie, de biologie en de culturele antropologie, die leiden tot zowel een herinterpretatie van de menselijke geschiedenis als tot een nieuwe visie op wat de essentie is van onze menselijkheid, is hier een mooi voorbeeld van. Schrijvers zoals de primatoloog Frans De Waal, de historicus Yuval Noah Harari, de antropoloog David Graeber, de archeoloog David Wengrow, de filosofe Griet Vandermassen of de historicus Rutger Bregman, geven zowel blijk van de fijngevoeligheid die typisch is voor hoogsensitieve mensen als het vermogen tot holistisch denken dat eigen is aan hoogontwikkeld zijn. 1


Kennis en vaardigheden die wezenlijk geïntegreerd zijn, zijn tevens losgeweekt uit de omstandigheden waarin deze werd verworven. Ze zijn eigen gemaakt en kunnen daardoor ook toegepast worden in andere omstandigheden dan waarin ze tot stand zijn gekomen. Kennis die daarentegen exclusief gekoppeld is aan de ik-persoonlijkheid die deze heeft verworden en dus aan de culturele omstandigheden waarin deze is tot stand gekomen, kan niet zomaar soepel worden overgedragen naar andere domeinen.

1 ‘De meeste mensen deugen’ van Rutger Bregman, ‘Dames voor Darwin’ van Griet Vandermassen, ‘Het begin van alles’ van David Graeber en David Wengrow en ‘Sapiens’ van Yuval Noah Harari zijn maar enkele van de recent verschenen boeken die onze visie op de mens en zijn geschiedenis grondig herkaderen.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

,

woensdag 2 februari 2022

Psychosomatiek werkt in twee richtingen (Hoogsensitief - Anders Bekeken, aanvulling 24)

 

Psychosomatiek werkt in twee richtingen

Hoogsensitief – Anders Bekeken (Aanvulling 24) -

Vrijwel alle hoogsensitieve mensen zijn intensief onderhevig aan psychosomatische processen: heftige emoties en mentale stress vertalen zich vrijwel automatisch in lichamelijke verschijnselen, meestal ongemakken. Wie zich met aurawaarneming of –voelen bezig houdt, herkent dit aan de naadloze overgang tussen de lichamelijke auralaag en de hierop aansluitende emotionele auralaag. De grens tussen beide auralagen is zeer permeabel. Op die manier lijken emotionele ladingen zich toegang te verschaffen tot de lichaamsbeleving. Mensen die over een betere afgrenzing tussen het lichamelijke en het emotionele domein beschikken, hebben hier minder last van. Maar dit is dus niet het geval voor de meeste HSP-ers.

Spanning in de onderbuik, diarree, maagklachten, pijnlijke schouders of onderrug: het komt en gaat in overeenstemming met de overheersende emoties van de dag.

Een extremer voorbeeld van dit principe vinden we bij hooggevoelige kleine kinderen die hoge koorts ontwikkelen in reactie op overdreven drukte. Hun immuunsysteem komt in actie tegen een vermeende infectie, terwijl er ‘slechts’ sprake is van een psychosomatische reactie: er komen te veel prikkels binnen en hun lichaam reageert hierop alsof er een invasie is van een ziekteverwekker. De koorts verdwijnt in de regel even snel als hij opkomt, namelijk na een goeie nachtrust in een prikkelarme thuisomgeving.

Na een dag vol intense emotionele belevenissen kan het lichaam van hoogsensitieve mensen aanvoelen alsof het is gesloopt. Alles doet pijn, niet vanwege overdreven fysieke inspanningen, maar als gevolg van het incasseren van heftige emoties. Al is fysieke zorg voor het lichaam uiteraard meer dan welkom op dergelijke momenten (een warm bad, een massage, knufels!), tijd en ruimte voor emotionele verwerking is evenzeer aan de orde. De combinatie van de twee werkt het best.

Ook het beleven van positieve emoties heeft een directe impact op het lichamelijk welzijn. Geluk, genot, vreugde, emotionele warmte en veiligheid leiden vrijwel onmiddellijk tot een intense ontspanning van het lichaam. Dit kunnen zeer efficiënte pijnstillers zijn. Het opzoeken van ervaringen en het uitvoeren van bezigheden die tot vreugde leiden, kunnen de levenskwaliteit op zowel emotioneel als lichamelijk vlak enorm verbeteren. Mensen met een intense psychosomatiek die gelukkig zijn, zijn in de regel ook gezond.

Indien er permanente prikkels zijn in je leven die voor even permanente belastende psychosomatische ongemakken zorgen, is het zeer belangrijk om heel goed voor je lichaam zorg te dragen. Psychosomatiek werkt namelijk in twee richtingen. Wat ontspannend en helend werkt voor het lichaam, werkt tevens door in het emotionele domein. Gezond eten, gezonde lichaamsbeweging (het liefst in de open lucht), voldoende lange nachtrust, creatieve bezigheden die met heel het lichaam beleefd worden (bv musiceren, dansen!) dragen bij tot de emotionele verwerking en het tot rust komen van gevoelens en gedachten. Al wat je doet om je lichaam te koesteren, leidt tevens tot het herstellen van een innerlijk evenwicht op emotioneel vlak.

Heel wat mensen die zich fysiek gesloopt voelen als gevolg van mentale en emotionele stress, neigen echter tot het tegenovergestelde: een snelle ongezonde hap, snoepen, tv-kijken om zich te verdoven (in een vruchteloze poging zich te ontspannen), laat opblijven, op de zetel hangen, alcohol consumeren en dergelijke meer. Het gevolg hiervan is het ontstaan van een vicieuze cirkel waarbij lichamelijk ongemak het emotioneel onevenwicht versterkt terwijl de emotionele stress de werking en de beleving van het lichaam verder ontwricht via de psychosomatische wisselwerking tussen lichaam en emoties.

In dergelijke gevallen is er maar één oplossing: gebruik je laatste restje wilskracht om ondanks de vermoeidheid iets helends te doen, zoals een warm bad nemen of een wandeling in de frisse lucht maken, gevolgd door het nuttigen van een gezonde maaltijd. Zoek tevens een klankbord voor je emoties door ofwel de dag door te praten met iemand die jou begrijpt of door je emoties uit te schrijven of er een creatieve uitweg aan te geven. Deze mogelijkheden dien je in de structuur van je leven in te bouwen zodat deze structuur je houvast biedt. Op die manier kan je vermijden om in een negatieve spiraal terecht te komen onder invloed van de beide richtingen van de psychosomatiek.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

zondag 9 januari 2022

De GYX III - Voorlaatste hoofdstuk

 

61 Drakendroom


AARGH!’ Met een kreet schrikt Grace wakker uit haar nachtmerrie. Terwijl ze met verschrikte ogen in het halfduister naar het slaapkamerplafond staart, ziet ze nog steeds die gele ogen voor zich, de ogen van de draak die daarnet haar vader met huid en haar heeft opgeslokt.

Eén slaapkamer verder ligt Maarten onrustig in zijn bed te woelen. Ook hij heeft net gezien hoe zijn vader werd verorberd door een draak met gele ogen. De akelige droom waarin hij zich bevindt, is echter nog niet voorbij. Hij is in een machteloos gevecht verwikkeld met het monster. Vruchteloos probeert hij het de bek open te wrikken, in een poging zijn vader van de vurige ingewanden van het beest te redden.

Tegelijkertijd roept Sammy vanuit zijn bed heel hard ‘NEEN!’ Zijn nachtmerrie ziet er iets anders uit. Hij vliegt rond het hoofd van de draak die net zijn vader heeft verorberd, terwijl het beest naar hem hapt en gromt.

Laat hem eruit!’ schreeuwt Sammy woedend.

Hij heeft het zelf gewild,’ gromt de draak met gorgelende stem. ‘Nu ben ik aan zet!’

Moeder ziet met lede ogen aan hoe haar man een duel uitvecht met zijn innerlijke draak, het beest met de gele ogen dat ze reeds eerder heeft gezien, toen hij nog gevangen zat daar ergens in Turks Koerdistan. Om beurten blazen Reinhard en de draak vuurwolken uit. Steeds groter en hoger reiken de vlammen, elkaar telkens weer overtreffend. Maar bij de laatste vuurstoot van de draak, ziet ze hoe Reinhard eerst verbrand wordt en daarna als een gaar barbecueworstje naar binnen wordt gewerkt door de draak. Ze schrikt wakker. Ze hoort Grace gillen. Ze hoort Sammy roepen. Ze hoort hoe Maarten de trap komt afgebonkt.

In de keuken gaat de achterdeur open. Opa komt binnen gesloft. Hij vult een glas water aan de kraan en spoelt er zijn mond mee. Op die manier probeert hij de nare nasmaak weg te spoelen van de droom waaruit hij daarnet is wakker geworden. Zijn schoonzoon die met een aangelijnd hondje op wandel was. Het hondje dat steeds groter werd en in een draak veranderde. De draak die met een gerichte vuurstoot zijn leiband doorbrandde en zich vervolgens tegen Reinhard keerde. ‘Hé, slome!’ had Opa nog geroepen. ‘Je moet je poedeltje wat beter africhten! Straks bijt hij je nog.’

Maar toen had de draak hem een vuurwolk in zijn gezicht geblazen. Daarop was hij wakker geworden. Het stompje van de sigaar die hij de avond voordien maar half had opgerookt, had liggen smeulen in de asbak op zijn nachtkastje.

Heb jij…’

‘…ook zo’n…’

‘…nare droom gehad?’

Sammy, Grace en Maarten vulden elkaars zin aan. Eventjes voelden ze zich net zoals toen ze in Ierland waren - intussen al weer meer dan twee jaar geleden - en ze alle drie de GYX hadden. Ook toen konden ze elkaars gedachten voelen, raden en aanvullen.

Ik ook,’ zuchtte moeder.

Ik denk dat er iets gaat gebeuren,’ sprak Opa. Hij klonk vreemd plechtig, geheel tegen zijn gewoonte in.

Ik ga naar de meditatieruimte,’ zei Maarten. ‘En ik verlies hem geen seconde meer uit het oog.

Maar toen hij daar aankwam, was er van zijn vader geen spoor meer te bekennen, zelfs geen handgeschreven briefje.

Het was de negenentwintigste dag van december van het jaar tweeduizend en twaalf.

                                                     **********************

De GYX III is het laatste deel van een trilogie. 

In deel I was hij afwezig, in deel II werd hij gered, in deel III eist hij langzaam maar zeker de hoofdrol op.  Reinhard Donkers, wereldverbeteraar, vuurvreter, fantast, maar vooral:  bezeten door de GYX!

Delen I en II kan je bestellen via mijn website: www.henkcoudenys.be

Deel II kan ook via de reguliere boekhandels besteld worden.

Deel III verschijnt in het voorjaar van 2022.  Nog even geduld dus, indien je de ontknoping wil weten.

 

donderdag 25 november 2021

Hoe we met zieken omgaan

 

Hoe we omgaan met zieken

 

(Karmische Psychologie 4 ~ Aarde & Schaduw,Hfdst I: Onze Erfenis van Moeder Aarde (53))


De eerste emotionele reflex waar we zowat allemaal mee te kampen hebben in reactie op de nabijheid van iemand die ziek is, is een soort angstige afkeer. Soms kan deze de richting van walging opgaan, soms leidt deze emotie slechts tot afstandelijkheid en afstand houden. De tweede reflex komt vanuit ons geweten en stelt dat we de zieke moeten verzorgen. Dit gaat in emotionele zin niet alleen gepaard met zorgzaamheid en plicht, maar in de regel ook met liefde en verbondenheid.

De verzorgingsreflex komt sneller en gemakkelijker naar boven ten opzichte van mensen met wie we ons verwant voelen of weten en is het sterkst naar dichte familieleden, goeie vrienden en mensen met wie we samenleven of met wie ons leven is verweven. Van een moeder naar haar kind is deze instinctieve reflex zelfs alles overheersend.

De verzorgingsreflex zit ingebed in het sociaal overlevingsinstinct. De afkeerreflex daarentegen, komt voort uit ons individueel overlevingsinstinct. Beide zijn zinvol om ons te helpen overleven op aarde.

Ziektes zijn vaak besmettelijk en besmettelijke ziektes zijn vaak dodelijk. Wie het contact met een zieke vermijdt, maakt bijgevolg meer kans om zelf niet ziek te worden en dus te blijven leven. Dit is de zin op korte termijn van de afkeerreflex. Maar als sociale wezens, die geëvolueerd zijn in kleine tot middelgrote familiegroepen waarbij iedereen elkaar nodig had om collectief te kunnen overleven, is de verzorgingsreflex even cruciaal. Onze aardse natuur heeft ons wat dat betreft met een lastig dilemma opgezadeld.

In de praktijk zien we dat hooggevoelige mensen veel sneller naar hun verzorgingsreflex luisteren en dat daarbij vaak het onderscheid tussen de eigen groep en ‘de anderen’ doorbroken wordt. Ook dat zit ingebed in ons sociaal overlevingsinstinct. Als we in gedachten terugkeren naar een tijd toen er nog maar weinig, relatief kleine mensengroepen rondzwierven op aarde, dan is het niet zo moeilijk om ons voor te stellen dat onderlinge solidariteit tussen de verschillende groepen op lange termijn meer overlevingskansen bood dan concurrentie. Hooggevoelige mensen functioneren in emotionele zin nog heel gelijkaardig als de oorspronkelijke mensen die de aarde bevolkten voorafgaand aan het ontstaan van de landbouw en de hiërarchisch geordende, patriarchale maatschappijvormen met hun inherente machtsstructuren.

Macht is een magneet voor egoïstisch ingestelde persoonlijkheden die vooral naar hun individueel overlevingsinstinct luisteren en gemakkelijk hun sociale verantwoordelijkheden opzij schuiven. Hoe meer een persoonlijkheid neigt naar narcisme of psychopathie, hoe sterker de invloed is van de afkeerreflex en hoe minder de verzorgingsreflex aan bod komt. De mensen die met behulp van egoïsme hun levenskansen vergroten en veiligstellen binnen het patriarchale maatschappelijke bestel, zijn sinds het ontstaan van de landbouw systematisch in aantal toegenomen, terwijl ze bij oorspronkelijke jagers-verzamelaars daartoe de kans niet kregen.

De gevolgen hiervan zien we in onze huidige leefwereld onder de vorm van onverschilligheid, vaak zelfs bij overheden die wetten uitvaardigen die geen of onvoldoende rekening houden met fysiek, emotioneel en sociaal zwakkeren. We vinden dit ook terug in het regelrecht egoïsme en machtsmisbruik van heel wat mensen die de een of andere machtspositie bekleden, of die nu groot of klein is. Voor de kleiner geworden groep van gevoelige mensen met een sterke oorspronkelijke solidariteitsreflex, is het steeds weer vechten voor het behoud van maatschappelijke structuren en rechten die ruimte bieden aan de verzorgingsreflex.

Van het spanningsveld tussen de verzorgingsreflex en de afkeerreflex ten opzichte van zieken, vinden we heel wat voorbeelden terug in de sociale spanningen die ontstaat door de hedendaagse corona-epidemie:

  • Heel wat mensen lopen in een boog om elkaar heen, alleen al uit angst om besmet te geraken, laat staan dat ze in de buurt van een zieke durven te komen. Anderen vinden dit soort gedrag mensonwaardig. Bij deze laatsten overheerst de verzorgingsreflex, bij de eersten de afkeerreflex. Beiden verpakken hun standpunt naar de buitenwereld toe als ‘gezond verstand’, maar feitelijk gaat het om instinctieve reflexen die sneller gaan dan de bewuste gedachten.

  • Het principiële standpunt van ziekenhuisartsen is dat ze geen onderscheid maken tussen gevaccineerde en ongevaccineerde patiënten die worden opgenomen. Beide groepen krijgen een even goede verzorging. Dit is een significant voorbeeld van ons vermogen om het onderscheid tussen de eigen groep en ‘de anderen’ te overstijgen.

  • Een veelvoorkomende mening daarentegen, die in brede lagen van de bevolking leeft, is dat ongevaccineerden maar moeten boeten voor hun asociaal gedrag en geen recht hebben op verzorging indien ze ten prooi vallen aan covid19. Dit is een duidelijk voorbeeld van de afkeerreflex die heel gemakkelijk de kop opsteekt naar mensen die niet tot de eigen groep behoren. De groepsgrens wordt hier gevormd door het al dan niet gevaccineerd zijn.

  • Zowel gevaccineerden als ongevaccineerden eisen of hopen op solidariteit met betrekking tot hun kwetsbaarheid. De eerste groep hanteert de logica dat al wie zich niet laat vaccineren zich egoïstisch opstelt en dus verzaakt aan de verzorgingsreflex. Bij de tweede groep zitten echter veel mensen die zich (al dan niet terecht) heel kwetsbaar voelen, omdat ze al eens eerder zeer slecht hebben gereageerd op vaccins. Sommigen onder hen hebben hierbij de dood in de ogen gekeken, of kennen iemand wiens leven aan een zijden draadje heeft gehangen door een overreactie op een vaccin. Anderen zijn gewoon bang dat zij tot die kleine minderheid behoren die hier kwetsbaar voor is. Deze groep verwijt diegenen die hen willen dwingen zich toch te vaccineren geen rekening te houden met hun kwetsbaarheid en dus te verzaken aan de verzorgingsreflex.


Met betrekking tot dit maatschappelijk thema kunnen nog meer voorbeelden gegeven worden. Eén ding is hierbij zeer duidelijk: ondanks onze éénentwintigste-eeuwse beschaving met al zijn wetenschap en rationaliteit, zijn we nog steeds zoogdieren die onderhevig zijn aan de overlevingsreflexen die ons door Moeder Aarde zijn meegegeven. En net zoals bij egels die zich tot een bal oprollen in reactie op een auto die hen dreigt te overrijden, is ook ons overlevingsinstinct verre van perfect. Het hierboven geschetste spanningsveld is daar illustratief voor. 

**********************************************************************************

 Deze tekst maakt deel uit van een nog te verschijnen boek, getiteld

Karmsiche Psychologie Deel 4 - Aarde en Schaduw,  Hoofdstuk I: Onze Erfenis van Moeder Aarde

 ***

Van Karmische Psychologie zijn reeds twee delen verschenen:

Deel 1- In Dialoog met het Onbewuste omvat een introductie tot de aura-chakrapsychologie, een uitgebreide bespreking van de psycho-energetica, een hoofdstuk over de aard, de zin en de betekenis van dromen, een visie vanuit de reïncarnatiepsychologie op karma, trauma’s, het oertrauma en de menselijke persoonlijkheid in het algemeen.

Deel 2 - Individuatie en Healing behandelt het individuatieproces doorheen de levens, de reïncarnatiecyclus en bevat heel wat informatie over healingmethodes en regressietherapie.

Van Karmische Psychologie zijn er ook nog twee delen in voorbereiding:

Deel 3 - Relaties, Seksualiteit en Opvoeding bespreekt deze drie onderwerpen in het licht van de reïncarnatiepsychologie en het individuatieproces doorheen de levens en bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over afscheid en rouwprocessen.

Deel 4 - Aarde en Schaduw gaat dieper in op de aardse, instinctieve aspecten van onze menselijke persoonlijkheid en bespreekt hoe we met de schaduwzijde van onze persoonlijkheid kunnen omgaan om deze ten slotte te integreren. Deel vier bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over narcisme en psychopathie en een hedendaagse visie op sjamanisme.

Enkele onderwerpen die oorspronkelijk bedoeld waren als hoofdstukken uit deel 3, leiden intussen een eigen leven als afzonderlijk boek namelijk Autisme en Vorige Levens en Hoogsensitief – Anders Bekeken., Het kan zijn dat enkele (of misschien zelfs alle?) hoofdstukken uit delen 3 en 4 dezelfde weg op gaan en als afzonderlijke boeken worden uitgegeven. De tijd zal het uitwijzen.

Twee andere boeken, Wat gebeurt er als ik dood ga? en De Pijn van het Opperwezen, sluiten qua onderwerp en inhoud naadloos aan bij Karmische Psychologie. 

Meer informatie over mijn boeken vind je op www.henkcoudenys.be en op https://www.facebook.com/karmischepsychologie 


 

vrijdag 12 november 2021

Verweven bewustzijn

 

Verweven bewustzijn

(aanvulling Karm Psych 1, hfdst IV: Enkele Basisconcepten – Bewustzijn)

Onze bewustzijnservaringen bewegen zich tussen twee uitersten: extreme eenzaamheid en intense verbondenheid. Aangezien het woord ‘verbondenheid’ meerdere subtiel verschillende betekenissen kan hebben, gebruik ik hier liever het woord ‘verwevenheid’.

Meestal bevinden we ons ergens tussen beide uitersten in, zonder dat we dit expliciet beseffen. Ons individualiteitsbesef is in de regel niet zodanig extreem dat het als eenzaamheid aanvoelt terwijl de verwevenheid van ons bewustzijn met dat van de mensen die een belangrijke rol spelen in ons leven zodanig vanzelfsprekend is, dat we dit pas beseffen als een van hen wegvalt.

Puur individueel bewustzijn, zonder enige inmenging van buitenaf, gaat gepaard met een gevoel van existentiële eenzaamheid. Eenzaamheid zouden we kunnen definiëren als ‘het al dan niet tijdelijk onvermogen om het bewustzijn van anderen toe te laten en te ervaren in verwevenheid met ons individueel bewustzijn’. Eenzaamheid vormt als het ware een grens om het individueel bewustzijn heen. Deze grens is ondoorlaatbaar voor andere bewustzijns. Noch die van andere mensen, noch die van andere levende wezens komen er doorheen. Dit kan tijdelijk zijn (bv in reactie op een schokkende gebeurtenis) of van lange duur (bv indien je langdurig moet functioneren in een situatie waarin niemand jou begrijpt of rekening met je houdt). Voor sommige mensen vormt eenzaamheid een levenslange, pijnlijke ervaring. Dit kan het gevolg zijn van een specifieke persoonlijkheidsstructuur (bv psychopathie, niet herkend autisme) of van zeer ernstige trauma’s in de jeugd.

Het andere uiterste noemen we meestal een mystiek ervaring. Dit voelt aan alsof de grenzen van het individueel bewustzijn volledig oplossen, waardoor er een ‘wij-ervaring’ ontstaat, wat gepaard gaat met een doordrongen zijn van het besef dat men een deel is van een grotere Eenheid. Ik schrijf dit bewust met een hoofdletter, omdat die Eenheid ook als een ruime, wezenlijke superpersoonlijkheid aangevoeld wordt.

Maar intense belevingen van bewustzijnsverwevenheid komen vaker voor dan we beseffen in het dagelijks leven. Het kan gaan om de verwevenheid met andere menselijke bewustzijns en / of met het leven om ons heen.

Het eerste treedt vaak spontaan op tijdens collectieve creatieve activiteiten zoals samen zingen of dansen, het bijwonen van muziekoptredens, theatervoorstellingen, sportmanifestaties en andere groepsactiviteiten waarbij er een gemeenschappelijke focus ontstaat waardoor elke deelnemer zich automatisch op alle anderen afstemt.

De verwevenheid met de bewustzijns van andere levende wezens en van levensgemeenschappen, ervaren we tijdens wandelingen en activiteiten in de natuur, terwijl we al dan niet alleen zijn. Geaarde mensen reageren hierop met een innerlijk vertrouwen en stellen er zich steeds verder voor open. Ze ontvangen de verwevenheid met de levende omgeving. Mensen die hun vermogen om te aarden zijn kwijtgespeeld of die deze nog niet hebben ontwikkeld, reageren op diezelfde bewustzijnsverwevenheid vaak met angst, waarbij ze zich vruchteloos proberen af te sluiten voor het meebeleven met de bewustzijnservaringen van de andere levende wezens om zich heen.

Hoe hooggevoeliger een mens is, hoe intenser dergelijke ervaringen tot het ik-bewustzijn doordringen en hoe gemakkelijker men zich hieraan overgeeft. De bewustzijnsinhouden van andere mensen en andere levende wezens – emoties, gevoelens en gedachten – beïnvloeden die van onszelf. Ze gaan in interactie met onze eigen emoties, gevoelens en gedachten. Deze vermenging kan leiden tot versmelting of tot verwarring. Het kan ook gewoon zijn wat het is: een interactie tussen de eigen bewustzijnsinhouden en die van de al dan niet menselijke omgeving. Hoe hoogsensitiever een mens is, hoe intenser deze interactie is.

Hoe dan ook zijn en ervaren we zelden of nooit uitsluitend onszelf, tenzij we vervallen in een toestand van extreme eenzaamheid. Dan voelt het leven meestal aan alsof het geen zin meer heeft. Eenzaamheid heft zichzelf echter op van zodra we weer ander bewustzijn in het onze toelaten, hetzij van andere mensen, hetzij van huisdieren of van de levende omgeving.

Het is mogelijk om je eenzaam te voelen ten opzichte van je medemensen, afgesneden van hen in bewustzijn, terwijl je de verwevenheid met het bewustzijn van andere levende wezens volkomen toelaat. Het omgekeerde bestaat eveneens: enkel de verwevenheid met het bewustzijn van je medemens ervaren en niet die met het andere leven op aarde. Dit komt voor bij mensen die niet geaard zijn, die zich in wezen nog niet of niet langer met de aarde hebben verbonden.

Een niet te onderschatten consequentie van dit alles is dat we altijd beïnvloed worden door de mensen met wie we ons leven (en ons bewustzijn) delen. De emoties, gevoelens en gedachten van de mensen met wie we omgaan kleuren onze eigen bewustzijnservaringen en dus de manier waarop we de realiteit ervaren. Omgekeerd oefenen we zelf ook steeds invloed uit op hoe anderen het leven ervaren, op hun emoties, gevoelens en gedachten, of we dit nu willen of niet, of we ons hiervan bewust willen zijn of niet. De verwevenheid in bewustzijn is namelijk tezelfdertijd een communicatienetwerk dat altijd actief is, tenzij we ons hiervoor afsluiten door ons terug te trekken in een beleving van existentiële eenzaamheid.

***********************************************************************************

 Deze tekst vormt een aanvullend hoofdstuk bij mijn boek Karmische Psychologie Deel 1: In Dialoog met het Onbewuste (ISBN 9789077101117)

zaterdag 30 oktober 2021

Emoties en eigenwaarde (Hoogsensitief – Anders Bekeken Aanvulling 24)


Emoties en eigenwaarde

(Hoogsensitief – Anders Bekeken Aanvulling 24)

Doordat zoveel hoogsensitieve mensen als kind werden afgerekend op hun heftige emoties, doordat op hun intense emoties al te vaak afkeurend werd gereageerd, halen ze hun eigenwaarde uit het zich aanpassen aan wat hun medemensen van hen verlangen en hebben ze hun eigenwaarde losgekoppeld van het luisteren naar wat hun eigen emoties hen te vertellen hebben. Maar hun belevingswereld blijft wel zeer emotioneel gekleurd.

Door hun hoge graad van empathisch functioneren, zijn ze zich tezelfdertijd zeer bewust van de emoties van andere mensen. Dit gegeven, in combinatie met de reflex om zich af te stemmen op wat een ander van hen verlangt, leidt bij veel hoogsensitieve mensen tot het vermengen met andermans emoties. Met vermengen bedoel ik, dat de emoties van iemand anders zodanig intens gevoeld worden, dat men deze gaat verwarren met de eigen emoties. Deze emoties worden meebeleefd alsof die van henzelf zijn. In combinatie met het onderdrukken van de eigen emoties leidt deze verwarring niet zelden tot het overnemen van andermans emotionele behoeften, zonder dat men daar erg in heeft, terwijl men geen contact meer heeft met de eigen emoties met betrekking tot hetzelfde onderwerp.

Dit heeft in de praktijk ernstige consequenties. Deze komen het sterkst tot uitdrukking bij relatieproblemen. Een voorbeeld:

Een hoogsensitieve vrouw wil de relatie met haar partner stop zetten omdat hun behoeften op allerlei vlakken te ver uiteen liggen. Ze voelt zich al een hele tijd beklemd en ongelukkig in die relatie. Wanneer ze eindelijk de moed heeft om haar partner te laten weten dat ze niet langer een relatie met hem wil, wordt ze overvallen door een enorm gemis en een verlangen om naar hem toe te gaan, in weerwil van alle emoties die haar reeds weken lang kwellen en die haar precies het tegenoverstelde vertellen.

Wat er feitelijk aan de hand is, is dat ze zich sowieso al een hele tijd schuldig voelt omwille van haar keuze om de relatie stop te zetten. Gevolg geven aan haar eigen emotionele behoeften triggert het geheel van alle ervaringen waarbij er negatief gereageerd werd op haar emoties. Hieraan heeft ze dat schuldgevoel te danken en het bijbehorende gebrek aan eigenwaarde. Een intieme relatie gaat voor haar sowieso gepaard met een intense afstemming op de emotionele behoeften van haar partner, dus is het vanzelfsprekend dat ze ook nu voelt wat zijn emoties van haar verlangen. De onbewuste reflex om wat haar eigen emoties van haar vragen automatisch weg te duwen, schiet eveneens in gang. Automatisch. Bijgevolg ontstaat er een zodanige vermenging met zijn wanhopig verlangen, dat ze ei zo na terugkeert op haar beslissing om de relatie eindelijk stop te zetten, vooral omdat ze het contact kwijt is met alle kwaadheid, frustratie, emotionele pijn en verdriet die haar aangezet hebben tot de relatiebreuk.


Heel wat hooggevoelige mensen – vooral, maar niet alleen vrouwen – blijven bij een partner met wie het niet voldoende klikt en blijven bijgevolg hangen in een onbevredigende relatie als gevolg van dit mechanisme. Het vermogen om uit een dergelijke relatie te stappen, kunnen ze maar opbouwen parallel met het leren waarderen van hun persoonlijke emoties. Zolang deze geassocieerd blijven met een negatief zelfbeeld, zullen ze steeds opnieuw in dezelfde val trappen: hun eigen emoties inruilen voor die van een ander en hieraan gevolg geven. Om dat patroon te kunnen doorbreken, moeten ze alle traumatiserende interacties die ze tijdens hun jeugd hebben ervaren in verband met hun emotionaliteit verwerken en herwerken. Pas indien er een associatie ontstaat tussen luisteren naar hun eigen emotionele behoeften en een positief zelfbeeld, pas als ze eigenwaarde putten uit het kiezen voor wat ze zelf nodig hebben op emotioneel vlak en als ze tezelfdertijd afstand nemen van die van een ander, kunnen ze ook effectief breken met een partner bij wie ze geen emotionele veiligheid ervaren.


Heel anders is het voor hooggevoelige mensen die van kleins af aan hebben geleerd dat hun emoties waardevol zijn en dat ze gehoor mogen geven aan hun persoonlijke emotionele behoeften. Ondanks hun gevoeligheid en hun neiging zich via empathische weg intens met een ander te verbinden, zijn ze veel beter in staat om onbevredigende vriendschappen en intieme relaties los te laten. Rekening houden met hun eigen emoties is immers verankerd in hun eigenwaarde en geassocieerd met een positief zelfbeeld.


Een ander levensthema waarop dit fenomeen een sterke invloed heeft, is de opvoeding van kinderen. Hoogsensitieve ouders zijn in de regel nog net ietsje meer afgestemd op de emotionele behoeften van hun kinderen. Anderzijds hebben ook zijn als taak hun kinderen grenzen bij te brengen. In de praktijk manifesteert de noodzaak tot het geven van grenzen zich vaak als gevolg van emotionele behoeften van de ouders die niet in overeenstemming zijn met die van de kinderen.

Een voorbeeld hiervan: alle moeders voelen vroeg of laat de nood om ook nog een leven te hebben buiten hun kleine kinderen om. Kleine kinderen echter, voelen de behoefte om zoveel mogelijk bij hun moeder te zijn en op elk ogenblik op haar aandacht te kunnen rekenen. Een gezonde oplossing van dit conflict bestaat erin om als moeder je kinderen toch regelmatig eens onder de hoede te plaatsen van iemand anders, in de mate dat je kinderen dit aankunnen. Dat laatste is meestal niet hetzelfde als wat de kinderen als emotionele behoefte voelen.


Hoogsensitieve ouders bij wie het uiten van hun eigen emoties en het toegeven aan hun eigen emotionele behoeften geassocieerd is met af- of terechtgewezen worden, zullen in de regel heel vlot hun eigen behoeftes opzij zetten om aan die van hun kinderen tegemoet te komen. Ze voelen immers zodanig sterk met hun kinderen mee, dat hun eigen emoties er vlot door naar de achtergrond worden geduwd. En zich afstemmen op de emotionele behoeften van een ander levert hen een positief gevoel op, terwijl hun eigen emoties geassocieerd zijn met een negatief zelfbeeld. De enige eigen emotie die steevast in hun bewustzijn blijft hangen, is schuldgevoel in reactie op het feit dat hun eigen behoeften niet in overeenstemming zijn met die van hun kinderen. Hierdoor neigen veel hooggevoelige ouders ertoe om te weinig - vaak noodzakelijke - grenzen te geven aan hun kroost.

Hooggevoelige ouders die wel eigenwaarde halen uit het toelaten van en het luisteren naar hun emoties, voelen eveneens sterk mee met de emoties van hun kinderen, maar ze worden niet tezelfdertijd overspoeld door schuldgevoel indien er sprake is van conflicterende emotionele behoeften. Zij kunnen gemakkelijker grenzen neerzetten naar hun kinderen toe en tezelfdertijd beter voor zichzelf zorgen op emotioneel vlak, zonder echter het belang van hun kinderen uit het oog te verliezen. Ze zullen hun kinderen geen grenzen opleggen die deze nog niet aankunnen, met dank aan hun sterke empathische afstemming.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

 

dinsdag 6 juli 2021

De GYX III - Hoofdstukken 6,7 & 8

 

6 – Een lang verhaal


Moet jij niet mee om je pappie op te halen?’ vroeg Fred geïrriteerd.

Sammy, die zich niet zo gauw liet afschepen, negeerde hem. ‘Knap staaltje technologie,’ zei hij, met zijn kin in de richting van de omgebouwde platenspeler wijzend. ‘Hoe heb je dat hologram van Grace gemaakt? Stiekem foto’s genomen van mijn zusje?’ Dat laatste zei hij met evenveel irritatie in zijn stem als waar Fred hem daarnet op getrakteerd had.

Strijdbijl begraven?’ stelde Fred voor. Ruzie maken met Grace, daar zag hij geen graten in. Een intiemer contact dan dat kon hij toch niet met haar maken en hij nam wat hij krijgen kon. Maar met Sammy bleef hij liever op goede voet. Die had immers jarenlang met de GYX in zijn lijf rondgelopen en ondanks dat hij daar intussen al een hele tijd van was bevrijd, kon hij nog even dwingend zijn als toen. Sammy knikte kort.

Zit je hier incognito?’ vroeg hij, vriendelijk nu.

Tot voor kort wel,’ bekende Fred.

En wie is Simon Wypertael?’

Die bestaat niet. Valse identiteit. We hebben er zo wel een aantal in voorraad op de dienst.’

Maarten zei dat je opgestapt was.’

Roddeltante, die broer van jou.’ Sammy bleef hem aankijken met een blik die meer uitleg verwachtte.

Lang verhaal,’ sprak Fred. ‘Lang verhaal.’ Toen zweeg hij.

Sammy probeerde hem opnieuw aan het praten te krijgen. ‘Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’ Opnieuw wees hij met zijn kin naar het plasmascherm, waarop Wendy nu zachtjes neuriënd stond te heupwiegen.

Dat is het begin van mijn lang verhaal,’ antwoordde Fred.

Sammy bleef hem aankijken, vastbesloten om hem niet meer met zijn blijk los te laten tot hij aan dat lange verhaal zou beginnen.



7 – Intussen in de auto


Die vreselijke etter van een Fred,’ foetert Grace. ‘Die ellendige zuignap!’

Tuttuttut,’ doet moeder, maar Grace komt nu pas goed op dreef.

Hoe durft hij! Een driedimensionale karikatuur van mij! Hij heeft een goedkope lellebel van mij gemaakt! Een vulgair knipogende del die hem de hele tijd meester noemt! En met knalrood haar! De vieze, vettige blabberzak! De per...per...’ Zodanig woedend is ze, dat ze niet meer uit haar scheldwoorden komt.

Wees blij dat hij je niet ook nog sproeten heeft gegeven,’ zegt Maarten waarna moeder ondanks – of juist als gevolg van – de spanning in een slappe lach schiet. Gedurende de rest van de rit kijkt Grace beledigd door het zijraam naar buiten.



8 – Digitale gedachten


Het begon allemaal met de ontwikkeling van software om hersengolven te digitaliseren. De bedoeling was om iemands gedachten rechtstreeks over te hevelen naar de computer en deze vervolgens via een hulpprogramma uit te schrijven. Op die manier zouden ondervragingen overbodig worden. Liegen zou niet langer mogelijk zijn, evenmin als zwijgen. Snap je?’

Na een lange stilte was Fred eindelijk aan zijn verhaal begonnen. Sammy zweeg en knikte. Hij was een aandachtig luisteraar.

Met het digitaliseren van hersengolven was ik snel klaar. Nu moesten ze nog ontcijferd worden. Hiervoor had ik drie mogelijkheden. De eerste was de gemakkelijkste om uit te testen: zet de gedigitaliseerde hersengolven om in geschreven taal, via een aangepast tekstverwerkingsprogramma. Het probleem daarmee is, dat niemand van ons in grammaticaal correcte zinnen denkt. We denken in beelden en af en toe komt daar een woord of een flard van een zin bij. Het resultaat was dus alles behalve bevredigend: onsamenhangende woorden en verhakkelde zinnen. De tweede mogelijkheid was het inzetten van spraaktechnologie, zodat de computer de gedachten die in de hersengolven opgeslagen zitten in gesproken taal zou omzetten. Zelfde probleem: het resultaat klonk als gestamel, met veel gezucht en gegrom ertussen. De derde en laatste mogelijkheid was mijn idee: zet de gedigitaliseerde hersengolven om in driedimensionale filmbeelden. Tweedimensionaal was technisch gesproken veel eenvoudiger geweest, maar we denken nu eenmaal niet in platte filmbeelden. Onze gedachtebeelden zijn driedimensionaal.’

Sammy knikte. Van het omgaan met plastische denkbeelden wist hij alles. Gedurende het grootste deel van zijn kindertijd had hij immers moeten oefenen om zijn gedachtebeelden in onschuldige vormen te gieten, zodat de GYX ze niet in een ongewenst stukje realiteit zou omzetten.

Ik ben er hier thuis mee beginnen experimenteren. Zo heb ik Wendy gemaakt.’ Fred bloosde lichtjes toen hij dat zei.

Bedoel je dat dit pratende hologram, dat zo sprekend op Grace lijkt, ontstaan is uit jouw gedigitaliseerde hersengolven?’ vroeg Sammy verbaasd.

De vorm in elk geval,’ bekende Fred. ‘De artificiële intelligentie waarmee ze functioneert, die bestond al.’

Fieuw!’ floot Sammy bewonderend. En hij meende het.

De ellende begon toen ik ermee bij de baas kwam.’ Na deze woorden keek Fred weer een hele tijd strak voor zich uit. Buiten begon het te schemeren.