Karm Psych 3IV Moeilijk in de Omgang –
Hoe
functioneren mensen met borderline en hoe kan borderline geheeld
worden?
Doordat
mensen met een borderlinepersoonlijkheid opgegroeid en opgevoed zijn
met hoofdzakelijk onbetrouwbare mensen om zich heen, vertrekken ze
bij elke menselijke interactie vanuit preventief wantrouwen. Elke
relatie die ze aangaan gaat gebukt onder hun onvermogen om te
vertrouwen en hun angst dat als ze toch iemand zouden vertrouwen, dat
vertrouwen vrijwel zeker geschonden zou worden. Hoe intiemer de
relatie, hoe meer hun traumatische jeugd getriggerd wordt en hoe
minder ze in staat zijn om vertrouwen en emotionele veiligheid te
ontvangen.
Doordat
de negatieve gebeurtenissen overheersten tijdens hun opgroeien, zijn
ze onbewust gefocust op het negatieve om hen heen. Gebeurt er iets
positiefs, dan gaan ze automatisch op zoek naar een onderliggend
negatief element. Bewust zijn ze daarentegen obsessief op zoek naar
relaties en situaties die perfect veilig en betrouwbaar zijn. Ze zijn
als het ware permanent op speurtocht naar de heilige graal. Maar als
ze een relatie aangaan met een betrouwbaar iemand of ze komen terecht
in een situatie waarin respect en emotionele veiligheid te vinden
zijn, wordt elk detail dat afwijkt van het perfectiebeeld dat ze
hierbij voor ogen hebben, uitvergroot. Onbewust zijn ze immers
voortdurend op zoek naar feiten die hun op wantrouwen gebaseerd
wereldbeeld bevestigen.
Voortdurend
op hun hoede zijn is hun eerste natuur. Om deze attitude te laten
vallen, voelen ze zich veel te kwetsbaar. Doordat emotionele
onveiligheid en menselijke onbetrouwbaarheid het enige was dat ze
kenden tijdens hun jeugd, is dit voor hen ‘normaal’ en hebben ze
een manier van functioneren opgebouwd die hieraan aangepast is. Ze
zijn daarentegen absoluut niet aangepast aan omgaan met
betrouwbaarheid en veiligheid. Open staan voor wat positief en
betrouwbaar is, is voor hen bijgevolg zeer moeilijk.
Wat
betreft het omgaan met emoties hebben ze maar twee uitersten tot hun
beschikking: ofwel onderdrukken en verbergen ze hun emoties ofwel
freaken ze uit.
Elke menselijke interactie, elke ontmoeting of gebeurtenis die
intense emoties opwekt, kan leiden tot het beleven van een emotionele
crisis. In een intieme relatie volgt op die manier de ene crisis na
de andere op, waardoor niet alleen zijzelf maar ook hun relatie op
den duur permanent in crisis is. Deze crises draaien allemaal rond
dezelfde twee thema’s: hun behoefte aan bevestiging en hun eis van
de tegenpartij om diens betrouwbaarheid tot in het absurde toe te
bevestigen. Pas bij voldoende bevestiging en vertrouwen kan iemand
emotionele veiligheid ervaren, maar aangezien dit bij iemand met
borderline terechtkomt in een bodemloze put, ervaren zij deze nooit.
Zolang
ze de ene emotionele crisis na de andere beleven, hebben ze geen
enkele ruimte om zich nog met iets of iemand anders bezig te houden.
In een intieme relatie leidt dit de facto tot extreem egoïstisch
gedrag. Alles draait rond hen en hun emotionele crises, de ander
komt niet meer aan bod.
Mensen
met borderline die dit patroon van zichzelf door hebben en onder ogen
zien hoe het is ontstaan, kunnen echter wel uit deze vicieuze cirkel
loskomen. In de bodemloze put moet daartoe als het ware een bodem
gelegd worden.
Bij
mensen die als kind betrouwbare ouders hebben gehad en emotionele
veiligheid hebben ervaren, is die bodem automatisch ontstaan. Elke
blijk van menselijk vertrouwen en elke ervaring van veiligheid komt
bij hen als het ware in een bewustzijnsreservoir met een bodem te
recht, wat erop neer komt dat ze positieve ervaringen niet alleen
kunnen ontvangen maar dat deze ook nog hun algemeen besef van
veiligheid en hun vertrouwen in de samenleving versterken.
Het
doorbreken van een borderlinepatroon kan enkel door de borderliners
zelf gedaan worden. De mensen om hen heen kunnen hier hooguit een
rol in spelen door zich consequent betrouwbaar te gedragen, of dat nu
door de borderliners (h)erkend wordt of niet.
De
eerste stap in het genezingsproces van het borderlinetrauma is het
vermogen ontwikkelen om mentaal afstand te nemen van zichzelf en als
een buitenstaander naar de eigen op wantrouwen gebaseerde emotionele
reflexen en gedragspatronen leren kijken. Ook al is het maar af en
toe dat dit lukt, het is zeer waardevol. Hoe vaker deze
bewustzijnstoestand kan opgeroepen worden, hoe breder het fundament
wordt waarop men verder kan bouwen.
Maar
om de volgende stappen te kunnen zetten, moet men wel met op zijn
minst één of enkele mensen in contact staan die betrouwbaar zijn en
moet men voldoende afstand kunnen nemen van de veroorzakers van het
borderlinepatroon. Dat laatste komt er in de meeste gevallen op neer
dat men het manipulatief gedrag van de ouders of opvoeders die men
gehad heeft, moet doorzien en dat men zich voor hen moet afschermen.
Niet alle wantrouwen van iemand met borderline is immers onterecht!
Integendeel hebben ze heel goede redenen gehad om een systematisch
wantrouwen te ontwikkelen. Zich emotioneel afschermen voor de
veroorzakers van hun trauma’s is bijgevolg een minimum vereiste om
verder te kunnen genezen, hen op zijn minst tijdelijk uit hun leven
bannen, is nog wenselijker.
Om
te kunnen herkennen of iemand betrouwbaar is of niet, is het nuttig
om daar enkele mentale criteria voor te hebben. Het intuïtief
herkennen van betrouwbaarheid is voor een borderliner immers zo goed
als onmogelijk. Wat als kind vertrouwd was, wordt gevoelsmatig
immers opnieuw vertrouwd omdat het vertrouwd aanvoelt, terwijl het
vertrouwde net niet te vertrouwen was! Mentaal houvast kan men
vinden in de volgende criteria:
Betrouwbare
mensen doen geen loze beloftes en houden zich aan hun woord.
Als iemands
woorden en daden niet met elkaar in overeenstemming zijn, is er veel
kans dat je te maken hebt met iemand die je niet mag vertrouwen.
Fouten kunnen
toegeven, is een teken van integriteit en betrouwbaarheid. Fouten
van zich afschuiven en op een ander steken is een teken van
onbetrouwbaarheid.
Als je aan
integere mensen duidelijk aangeeft waar je grenzen zijn, dan
respecteren ze jouw grenzen. Onbetrouwbare mensen zijn ook dan nog
in staat jou te forceren om over je grenzen te gaan of te laten
gaan.
Verantwoordelijkheid
nemen duidt op betrouwbaarheid, macht uitoefenen niet.
Mensen die
zichzelf kunnen relativeren zijn over het algemeen betrouwbaarder
dan mensen die zichzelf altijd en overal ernstig nemen.
Betrouwbare
mensen hebben vaak humor waarmee ze aan zelfrelativering doen. Humor
die gebruikt wordt om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan of weg
te vluchten van confronterende onderwerpen duidt vaak op
onbetrouwbaarheid.
Als
je een borderlinepersoonlijkheid hebt en je selecteert op deze basis
de mensen met wie je omgaat en wie je vermijdt, doe je automatisch
positieve ervaringen op. Maar dat betekent nog niet dat je inherent
wantrouwen even automatisch verdwijnt. Elke aarzeling,
vergeetachtigheid, verstrooidheid of occasionele fout van deze
mensen, zal opnieuw je a priori wantrouwen aanwakkeren.
Een
volgende stap is, om de heldere, afstandelijke, mentale kijk op
jezelf en op je relaties met je hart te verbinden. In het hartchakra
ontmoet je het bewustzijn van je Wezen.
Bij
iemand met borderline is de kans zeer groot dat de ingesteldheid van
het Wezen het totaal tegenovergestelde is van die van de
ik-persoonlijkheid. Wezenlijk is er bij hen bijna altijd sprake van
een uitgesproken naïviteit, van schaduwblindheid ook. Voor elk
extreem patroon huist er immers een even extreme tegenpool in de
totale persoonlijkheid. In dit geval: a priori wantrouwen op
ik-niveau tegenover blind vertrouwen op Wezensniveau. Karmisch
gezien is de positieve intentie en de bijbehorende levensles achter
het aantrekken van onbetrouwbare situaties in de kindertijd, het
doorbreken van de naïviteit van het Wezen.
In
functie van het individuatieproces is het erg belangrijk om de blinde
vlekken van het Wezen die te maken hebben met een te eenzijdige kijk
op de menselijke persoonlijkheid, weg te werken. Veel Wezens baseren
hun vertrouwen in hun medemensen op de intense ervaringen van
verbondenheid en verwevenheid die in onstoffelijke werelden
vanzelfsprekend zijn, maar niet op aarde. Door conclusies te trekken
over de aard van de menselijke persoonlijkheid uit ervaringen die
zich niet op aarde hebben afgespeeld, gaan veel Wezens voorbij aan
het gebrek aan verbondenheidservaringen, aan de emotionele
onveiligheid en aan de bijbehorende onbetrouwbaarheid die hier op
aarde mogelijk zijn. Deze hebben een zeer grote invloed op de
ik-persoonlijkheid en kunnen leiden tot een manier van functioneren
die we ‘on-Wezenlijk’ kunnen noemen. Psychopathie, narcisme en
borderline zijn hier drie extreme voorbeelden van. Maar de Schaduw
die ontstaat als gevolg van eenzaamheid en traumatisering kan ook
minder uitgesproken zijn van aard. Het kan onder meer gaan om
verlatingsangst, bindingsangst, gebrek aan levensvreugde en
levensmotivatie of sterke minderwaardigheidsgevoelens.
Door
het mentale besef dat er zowel de betrouwbare als de onbetrouwbare
ervaringen bestaan vanuit het hoofd met het hart te verbinden, kan de
Wezenlijke schaduwblindheid doorbroken worden. Het mentale weten
wordt op dan een gevoelsmatig weten. Wat de ik-persoonlijkheid
mentaal heeft geleerd, wordt als intuïtieve kennis in het Wezen
geïntegreerd. Dat is de manier waarom het Wezen bijleert. In dit
geval kan het tot het besef komen dat er op aarde andere
wetmatigheden gelden dan in de onstoffelijke werelden, waar het
reilen en zeilen veel sterker beïnvloed wordt door het besef van
verbondenheid en verwevenheid. Maar daarmee is het borderlinepatroon
nog niet volledig doorbroken. Er is wel al een tegengewicht voor
ontstaan.
Het
innerlijk kind van mensen met een borderlinepersoonlijkheid is vaak
gefragmenteerd, waarbij elke kinddeelpersoonlijkheid vast is blijven
zitten in bepaalde fasen of aspecten van de kindertijd. Elk trauma
kan voor een verdere fragmentatie zorgen. Met behulp van
therapeutische verwerkingstechnieken, kunnen deze
kinddeelpersoonlijkheden weer samengevoegd en geheeld worden.
Er
is echter altijd één innerlijk kind dat zich gedurende het ganse
verloop van de kindertijd op een eenzijdige manier heeft verder
ontwikkeld. Het is gegroeid in antwoord op alle negatieve ervaringen
en vooral alle ervaringen met onbetrouwbaarheid. Deze
kinddeelpersoonlijkheid noem ik het innerlijk borderlinekind.
Het is deze innerlijke schaduw die steevast elke sociale interactie
met argwaan benadert. Het borderlinekind geeft zich niet zo maar
gewonnen. Het blijft vasthouden aan het eigen gelijk, vanuit een
aangeleerde noodzaak tot zelfbescherming. Dat eigen gelijk zegt:
‘Als er ook maar enige twijfel mogelijk is, dan is het beter om
niemand te wantrouwen dan om per vergissing iemand wel te
vertrouwen.’ En twijfelen is altijd mogelijk.
Nu
komen we aan bij de laatste stap, namelijk het leggen van een bodem
in de bodemloze put. Telkens het ingebakken wantrouwen de kop
opsteekt, telkens het innerlijk borderlinekind zich laat gelden en de
neiging vertoont om het ik-bewustzijn over te nemen, zijn er twee
mogelijkheden: ofwel voedt je dit wantrouwen door eraan toe te geven,
ofwel kies je ervoor om de tegenpool te versterken. Dat laatste doe
je door alle ervaringen met betrouwbare mensen en emotioneel veilige
situaties telkens weer in je bewustzijn te verzamelen.
Lijstjes maken van alle betrouwbare mensen die je ooit ontmoet hebt,
verslagen uitschrijven van situaties waarin je rechtvaardig werden
behandeld en menselijke interacties waarbij je emotionele veiligheid
hebben ervaren, zijn hierbij belangrijke hulpmiddelen. Telkens het
ongenuanceerde idee opkomt dat de hele wereld slecht is en niemand
echt betrouwbaar is, telkens de twijfels de kop opsteken aan de
oprechtheid van een partner of een vriend die zijn betrouwbaarheid al
meerdere malen in woord en daad heeft laten blijken, moet die lijst
overlopen worden. Zodoende voedt je een genuanceerd wereldbeeld
waarin plaats is voor betrouwbaarheid en emotionele veiligheid naast
het besef dat onbetrouwbaarheid wel degelijk bestaat.
Op
die manier een basis leggen waarop positieve ervaringen ontvangen
kunnen worden en voor genezing kunnen zorgen, kost tijd en bewuste,
mentale inspanning. Die basis vormt de spreekwoordelijke bodem in de
put. Maar eens de resultaten hiervan voelbaar worden, is een
voormalige borderliner een ander mens geworden.
Tenslotte
kan in een gevisualiseerde dialoog met het innerlijk borderlinekind
het volgende neergezet worden: ‘Jij mag nu gaan slapen maar ik
reken erop dat je wakker wordt indien ik met een onbetrouwbaar mens
in contact kom die op het punt staat een onbetrouwbare daad te plegen
of indien ik me in een onveilige situatie begeef.’ Bij
interacties met betrouwbare mensen in veilige situaties, geef je als
boodschap aan het borderlinekind dat het zich afzijdig moet houden.
Het wordt zodoende geïntegreerd in de ik-persoonlijkheid als het
vermogen om terecht wantrouwig te zijn tegenover onbetrouwbare mensen
en onveilige situaties, als een alarmfunctie die enkel in actie komt
als het nodig is.
Het
is belangrijk dat het Wezen zich ook verbindt met het
borderlinekind.. Het Wezen van een mens is immers niet alleen de
oudste persoonlijkheidskern, het bevindt zich tevens in een
voortdurend groei- en transformatieproces. Voortdurend groeien en
evolueren is nu net het meest essentiële kenmerk van een kind en dus
ook van ons innerlijk kind. Het borderlinekind vertegenwoordigt
hierbij een leerproces dat voor het Wezen niet vanzelfsprekend is
maar wel erg noodzakelijk om op aarde veilig te kunnen functioneren.
Borderline
en primaire hechting
Een
andere manier om het borderlinepatroon te benaderen, is vanuit de
primaire hechting. Deze is in dit geval uitgesproken onveilig
geweest en vooral tijdens de eerste ontwikkelingsfasen (van baby tot
kleuter) heeft men heel wat verkeerde signalen gekregen van de moeder
en/of van secundaire hechtingsfiguren. Iemand met borderline zoekt
daar voortdurend compensatie voor, zowel bewust als onbewust, maar
blijft hierbij steken in de oningevulde behoeftes van zijn eerste
levensfases.
In
het geval van een gezonde primaire hechting evolueert de behoefte aan
veiligheid en bevestiging mee met de ontwikkelingsfasen van het kind.
Tijdens de eerste levensfasen – baby en peuterfase – heeft een
kind nood aan voortdurende aandacht en waakzaamheid van de moeder of
van degene die haar tijdelijk vervangt. Deze veiligheid en
bevestiging kent maar weinig grenzen. In natuurlijke samenlevingen
vertaalt zich dit in opgepakt worden en de borst krijgen, zo vaak als
het kind daarom vraagt. Bij de overgang van de peuter- naar de
kleuterfase (omstreeks het vierde levensjaar) wordt een kind in
natuurlijke omstandigheden gespeend. Dit leidt tot een
vertrouwenscrisis want voor het eerst in zijn bestaan wordt het kind
niet op zijn wenken bediend. Het krijgt voor het eerst grenzen en
leert hierdoor dat deze grenzen niet betekenen dat het aan zijn lot
wordt overgelaten. Het krijgt nog steeds emotionele bevestiging en
bescherming, maar nu in combinatie met een eerste vorm van
zelfstandigheid. Het wordt letterlijke en figuurlijk niet
voortdurend meer gedragen, maar moet nu in de mate van het mogelijke
op eigen benen staan. Dit brengt een nieuwe vrijheid met zich mee en
een gezonde stimulans om een begin van zelfstandigheid te
ontwikkelen, weliswaar binnen de onmiddellijke nabijheid van de
veiligheidbrengende moeder bij wie het kind nog altijd terechtkomt.
Tijdens
de volgende ontwikkelingsfasen vergroot die zelfstandigheid en wordt
de beschermende veiligheid die het kind van buitenaf ontvangt, steeds
meer vervangen door de innerlijke veiligheid van het zelfvertrouwen.
De de tweede cruciale crisis ontstaat in de regel pas tijdens de
puberteit, wanneer het kind nu zelf een afstand schept ten opzichte
van zijn opvoeders in het kader van een instinctieve zoektocht naar
eigenheid. Nu wordt het duidelijk of het kind voldoende lessen heeft
gehaald uit zijn opvoeding om op eigen benen te leren staan. Het kan
in deze fase dus ook misgaan, maar wie de puberteit overleeft komt in
een fase terecht waarin de persoonlijkheid rijper wordt (de
adolescentie). Deze wordt gekenmerkt door een verdere groei in
zelfvertrouwen en een natuurlijke afstand ten opzichte van de vorige
generatie. Deze heeft niet langer het karakter van zich afzetten
tegen hen. In tegendeel wordt de innerlijke verbondenheid over de
generaties heen gekoesterd zonder dat dit noodzakelijk gepaard gaat
met voortdurend in elkaars buurt te blijven, al is dat uiteraard niet
uitgesloten.
Mensen
met borderline hebben vooral in de eerste fasen van hun bestaan niet
de veiligheid en de bevestiging gekregen die ze nodig hadden. Ze
werden als het ware gespeend lang voordat ze daaraan toe waren, vaak
zelf reeds onmiddellijk na de geboorte. Dat zijn de kinderen die geen
borstvoeding kregen, niet opgepakt werden als ze huilden en ongeacht
of ze honger hadden of niet, enkel op vastgelegde tijdstippen een
vooraf bepaalde hoeveelheid eten kregen, ongeacht hun eigen
behoeften. De aanrakingen die ze ondergingen wanneer ze verzorgd
werden, waren niet koesterend van aard, maar zakelijk. Voor alle
duidelijkheid: ik heb het hier nog niet eens over fysieke
verwaarlozing of mishandeling, maar louter over emotionele
verwaarlozing. Dat alleen is al voldoende om een borderlinepatroon
in het leven te roepen.
Borderliners
zoeken bijgevolg voortdurend naar veiligheidbrengende bevestiging
zonder grenzen, zoals ze hadden moeten krijgen als baby en als
peuter. Van elke intieme partner en elke persoon met wie ze een
vriendschapsband aangaan verwachten ze dan ook dat deze hen
voortdurend aandacht geeft en hen voortdurend bevestigt. Door hun
angst om opnieuw in de steek gelaten te worden, hebben ze ook
voortdurend bevestiging en aandacht nodig, tot in het absurde toe.
Indien je op die manier bevestiging zoekt bij een vriend of een
partner, vanuit een bodemloze behoefte, maak je deze persoon tot de
belangrijkste in je leven, ongeacht hoe belangrijk hij of zij
werkelijk is. Het gaat om een geprojecteerde verwachting die niet
met de realiteit hoeft overeen te stemmen. Het is louter in jouw
emotionele beleving dat die persoon onmisbaar lijkt. Bij elke keuze
die je maakt, voel je je op een uiterst kwetsbare manier afhankelijk
van de bevestiging of de afkeuring van die ander. Het zelfde geldt
voor elke mening die in je opkomt ten opzichte van een situatie of
een gebeurtenis. Je smaak, je behoeftes, je sympathieën en
antipathieën, voor alles vol je je afhankelijk van wat die ander
hierover denkt. Die angstige kwetsbaarheid kan gemakkelijk omslaan
in gefrustreerde woede indien de bevestiging waar je naar hunkert je
niet gegeven wordt.
Dit leidt in elke intense relatie die ze aangaan –
vriendschappelijk of intiem – na verloop van tijd tot een
crisissituatie die vergelijkbaar wordt met gespeend worden: er worden
grenzen gesteld aan wat ze van de ander mogen verlangen. Dit
betekent evenwel niet dat ze in de steek gelaten worden, maar doordat
ze niet de positieve ervaring hebben gehad om gespeend te worden
tijdens de overgang van peuter naar kleuter waarbij ze ondanks de
schok toch hun besef van veiligheid hebben hervonden, kunnen ze dit
nu ook niet. Het gevolg is dat ofwel de partner inbindt en terug
verder gaat met op het onnatuurlijke wantrouwen met onnatuurlijk veel
bevestiging te reageren (totdat de crisis zich herhaalt) ofwel dat
het als gevolg van de eerste crisis reeds tot een breuk komt.
Sommige
intieme relaties en intense vriendschappen blijven desondanks
bestaan, maar gaan om de zoveel tijd terug door dezelfde crisis.
Uiteindelijk kan dat ertoe leiden dat iemand met borderline
vooralsnog tot het innerlijk besef komt dat gespeend worden (bij
wijze van spreken) niet hetzelfde is als afgestoten worden en dat de
emotionele veiligheid desondanks blijft bestaan. In de regel gebeurt
dit echter pas indien er tezelfdertijd therapeutische ondersteuning
is die focust op de gevolgen van de onveilige hechting tijdens de
kindertijd.
Mensen
met borderline ervaren op eigen benen staan vrijwel altijd als een
eenzame bezigheid. Dit is het logische gevolg van te snel op eigen
benen gezet te worden, op een leeftijd waarop ze daar nog niet aan
toe waren. Ze hebben bij al hun initiatieven behoefte aan iemand die
naast hen staat, iemand met wie ze alles voortdurend kunnen bespreken
en die hen voortdurend bevestigt. Sommigen hebben iemand nodig die
alles voor hen doet, omdat hun onzekerheid en eenzaamheid dermate
sterk zijn dat dit verlammend werkt. Deze mensen zijn niet lui of
lethargisch van aard, maar getraumatiseerd. Ze ondergaan de gevolgen
van een onveilige primaire hechting tijdens de latere fasen van hun
jeugd.
Ook
hun puberteitscrisis kwam voor velen onder hen veel te vroeg. Of hij
kwam niet, uit angst om nog verder verwijderd te geraken van hun
ouders of opvoeders. Mensen met borderline zijn dan ook nooit echt
volwassen geworden, zijn kinderlijk op emotioneel vlak en onderhevig
aan primaire behoeften die hun levenskeuzes op allerlei manieren
negatief beïnvloeden. Het kan onder meer gaan om alle mogelijke
vormen van verslaving, om verzameldrang of om een onvermogen om
alleen te zijn waardoor ze zich verliezen in sociale situaties
waaruit ze geen voeding halen en nooit toekomen aan datgene waar hen
wel voldoening geeft. Ze blokkeren immers op de onzekerheid en de
eenzaamheid die gepaard gaat met hun verlangen naar de kans om die
Wezenlijke behoeften te ontwikkelen.
Therapie
die het borderlinetrauma helpt genezen, gaat bijgevolg automatisch
gepaard met eindelijk volwassen worden. Het is echter niet alleen de crisis die bij het gespeend worden hoort
die mensen met borderline hebben overgeslagen. Ze moeten tijdens hun
genezingsproces ook nog door de puberteitscrisis geloodst worden.
Wat in de regel gebeurt is dat de persoon die het dichtst bij hen
staat, of het nu een intieme partner betreft, een betrouwbare vriend
of vriendin of in sommige gevallen ook een therapeut, degene is tegen
wie ze zich gaan afzetten. Zich innerlijk losmaken van diegenen aan
wie men primair gehecht is, is immers de positieve intentie van de
puberteit. Dit leidt bij mensen met een hechtingstrauma die hiervan
aan het genezen zijn in veel gevallen tot een relatiebreuk, een
scheiding of tot het opblazen van een langdurige vriendschap. Soms
komt het weliswaar niet tot een breuk, maar dan komt de relatie in
kwestie wel onder zware druk te staan wegens de ontwikkelingsfase
waarin de borderliner terecht komt. Feitelijk gaat het om een fase
in het genezingsproces dat parallellen vertoont met de
ontwikkelingsfase van een kind dat in de puberteit komt. Ook dit is
een noodzakelijke crisis waar men volwassener uitkomt, maar die niet
zonder risico’s is. De kwetsuren die in hun meest waardevolle
relaties ontstaan kunnen soms genezen, soms ook niet. Ze laten in
alle gevallen littekens na. Maar eens deze fase voorbij is, kan ook
op dat vlak aan genezing gewerkt worden, net zoals heel wat jongeren
die in de adolescentie belanden zich opnieuw verzoenen met de ouders
tegen wie ze zich enkele jaren voordien nog afgezet hebben.
***