woensdag 19 november 2025

Verwarrend hersenletsel - het verschil tussen narcisme en het prefrontale kwabsyndroom

 

Verwarrend hersenletsel

(Psychopathie en Narcisme – Aanvulling 1)

Bepaalde vormen van hersenschade kunnen leiden tot gedragspatronen die lijken op die van narcisten. Meestal gaat het om een beschadiging van de prefrontale kwab, een hersenzone die onder meer instaat voor impulsbeheersing. Dit staat bekend onder de naam 'prefrontale kwabsyndroom'.

Mensen die hun halfonbewuste impulsen niet langer onder controle kunnen houden, kramen vaak kwetsende grofheden uit, doen dingen waarbij ze geen rekening houden met anderen en lijken er zich niet van bewust hoe gemakkelijk ze iemand kunnen kwetsen. Hun gedrag gaat steeds meer lijken op dat van narcisten, omdat ze zich schijnbaar zeer egoïstisch gedragen en zich niet laten leiden door empathie.

Wat er echter aan de hand is, is iets heel anders. Gedurende de dag hebben we allemaal voortdurend gedachten en impulsen die we zeer snel afwegen aan wat ethisch verantwoord is, aan wat beantwoordt aan de heersende beleefdheidsregels en aan wat we aanvoelen met betrekking tot hoe het zou overkomen op een ander indien we deze impulsen toelaten. Als deze automatische evaluatie wegvalt, passen we ons niet langer aan de heersende ethiek en gewoontes aan en houden we ook geen rekening meer met de gevoeligheden van de mensen die met ons gedrag in aanraking komen.

Om dit beter te begrijpen moet je maar eens nagaan wat je er zelf allemaal verbaal uitgooit als je achter het stuur van de auto zit of op je eentje naar een praatprogramma op TV zit te kijken. Een voorbeeld:

Als ik met de auto ergens naartoe rijdt en gehaast en/of moe ben, slinger ik mijn medeweggebruikers allerlei grofheden naar het hoofd en geef ik voortdurend cynische commentaar op hun manier van rijden, hun gepersonaliseerde kentekens of hun voertuig, wetende dat ze me toch niet kunnen horen. Als ik iemand uitkaffer die niet snel genoeg invoegt op een rond punt, besef ik tezelfdertijd dat die persoon gewoon onzeker of voorzichtig is en niets verkeerd doet en dat het dus maar goed is dat deze me niet hoort. Ik zou me immers schamen indien dit wel het geval zou zijn. Ik ga echter nooit toeteren, aan iemands bumper gaan kleven of onnodig met mijn lichten flikkeren.


In dergelijke situaties kunnen we gemakkelijk onze impulscontrole tijdelijk opzij zetten, wetende dat we er niemand kwaad mee doen en enkel op een onschuldige manier stoom afblazen. In situaties waarbij we er ons van bewust zijn dat wat we zeggen en doen wel impact heeft op de mensen om ons heen, schakelen we direct terug over op impulscontrole. Mensen met een beschadigde prefrontale kwab, hebben heel veel moeite met dat laatste. Elke gedachte die door hun hoofd flitst wordt uitgesproken of uitgevoerd, terwijl ze er zich tezelfdertijd bewust van zijn dat dit fout is.

Er zijn natuurlijk ook mensen die zelfs als ze aan het stuur van hun auto zitten of op hun eentje TV kijken zich geen enkele onbeschaafde opmerking toestaan, maar dat wil niet zeggen dat de impuls daartoe niet bestaat. We hebben immers allemaal een persoonlijke schaduw opgebouwd gedurende onze kindertijd. We hebben allerlei instinctieve impulsen onder controle leren houden, zoals de neiging om te slaan, te bijten of te krabben als iemand ons onze zin niet geeft of elkaar af te snauwen als we met rust gelaten willen worden. Van mens tot mens, van gezin tot gezin en van cultuur tot cultuur verschilt de precieze inhoud van deze schaduw, maar in elke menselijke persoonlijkheid zit zo’n schaduw verborgen. We hebben onze prefrontale hersenkwab nodig om onze persoonlijke schaduw alleen te ontladen in situaties waar dit ons geen sociale schade kan berokkenen. Narcisten en psychopaten daarentegen, zetten hun persoonlijke schaduw bewust in om anderen te intimideren of te manipuleren en ervaren daar geen gewetensproblemen door.

Mensen die lijden aan het prefrontale kwabsyndroom last van hun geweten indien ze anderen verbaal onderuit halen, hun seksuele impulsen ongeremd botvieren of fysiek geweld gebruiken. Ze ervaren machteloosheid tegenover de impulsen die uit hun innerlijke schaduw komen, ook al zitten ze zichzelf tegelijkertijd op hun kop omdat ze aan deze impulsen gehoorzamen en daardoor anderen kwetsen of intimideren. Een voorbeeld:

Een man liep een ernstig hersenletsel op als gevolg van een fietsongeval. Tijdens de eerste jaren na zijn ongeval gedroeg hij zich onuitstaanbaar naar vrienden en familieleden. Hij schold hen zonder aanleiding de huid vol, gaf op alles en iedereen ongezouten kritiek en stelde zich steeds asocialer op. Door echter gedragstherapie te volgen, kreeg hij deze impulsen langzaam maar zeker weer onder controle. Vijf jaar na zijn ongeval verwoordde hij het zo: ‘Ik hoorde mezelf de hele tijd dingen zeggen die ik eigenlijk niet wilde zeggen, maar ik kon het niet tegenhouden. Op den duur durfde ik niet meer onder de mensen te komen, maar ook dat kon ik niet deftig uitleggen. Het heeft me heel veel moeite gekost, maar nu kan ik weer min of meer normaal functioneren.’

Zijn wil om zich terug sociaal en empathisch te kunnen gedragen, was uiteindelijk sterker dan het effect van zijn prefrontale-kwabsyndroom.


Manipulatieve mensen daarentegen genieten van het effect dat ze met hun empathieloze woorden en daden bereiken.

Soms wil ook een narcist zijn leven beteren. Dit gebeurt tijdens periodes van intenser Wezenscontact en gewetenscontact. Maar zij botsen om heel andere redenen op een onvermogen hiertoe dan mensen met hersenschade. Hoe vaak ze dit ook aankondigen – meestal tegenover de partner, kinderen of intimi die ze manipulatief behandelen – ze hervallen binnen de kortste keren terug in hun oude patronen. Meestal blijft het immers bij een intentieverklaring, waarna ze niet de moeite doen om zoiets als gedragstherapie te volgen, laat staan dat ze op zoek gaan naar de achterliggende oorzaken van hun persoonlijkheidsstoornis. Hun motivatie om te veranderen, botst op een heel sterke innerlijke weerstand. Terugkeren naar de kwetsbaarheid en de gekwetstheid uit hun kinderjaren willen ze immers niet. Ze houden het niet vol om eerlijk tegenover zichzelf te zijn en kiezen automatisch terug voor de overcompensatie van hun innerlijke kwetsbaarheid en dus voor narcistisch gedrag. Mensen die onder invloed van een hersenletsel asociaal gedrag vertonen, doen er daarentegen vaak alles aan om terug empathisch te kunnen functioneren.

In het voorbeeld hierboven ging het vooral over verbale agressie die aan de impulscontrole ontsnapte. Vaak echter worden mensen ook fysiek agressief en verliezen ze de controle over hun seksuele impulsen. Dergelijke mensen verliezen meestal hun partner en komen in een scheiding terecht. Vanuit het perspectief van de partner is de relatie immers destructief geworden. Voor de persoon met het hersenletsel is dit erg pijnlijk, ook al begrijpen ze meestal hun ex-partner wel. Dat laatste is weer een verschil met narcisten die door hun partner verlaten worden. Zij gaan bijna zonder uitzondering de schuld voor de scheiding op hun ex afwentelen.

********************************************************************************

Deze tekst is een aanvulling op mijn boek 'Psychopathie en Narcisme'. Dit boek kan in elke boekhandel of internetboekhandel besteld worden.  ISBN 9789077101216.

De volledige titel van het boek is: Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw, Boek 3 - Psychopathie en Narcisme. 

Op mijn website www.henkcoudenys.be vind je een overzicht van alle boeken die ik reeds heb gepubliceerd.  Wie een boek koopt, helpt me om in leven te blijven en te blijven schrijven, uitgeven en op die manier mijn inzichten met anderen te delen. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten