Karm Psych 3IV Moeilijk in de Omgang –
Hoe functioneren mensen met borderline en hoe kan borderline geheeld worden?
Doordat mensen met een borderlinepersoonlijkheid opgegroeid en opgevoed zijn met hoofdzakelijk onbetrouwbare mensen om zich heen, vertrekken ze bij elke menselijke interactie vanuit preventief wantrouwen. Elke relatie die ze aangaan gaat gebukt onder hun onvermogen om te vertrouwen en hun angst dat als ze toch iemand zouden vertrouwen, dat vertrouwen vrijwel zeker geschonden zou worden. Hoe intiemer de relatie, hoe meer hun traumatische jeugd getriggerd wordt en hoe minder ze in staat zijn om vertrouwen en emotionele veiligheid te ontvangen.
Doordat de negatieve gebeurtenissen overheersten tijdens hun opgroeien, zijn ze onbewust gefocust op het negatieve om hen heen. Gebeurt er iets positiefs, dan gaan ze automatisch op zoek naar een onderliggend negatief element. Bewust zijn ze daarentegen obsessief op zoek naar relaties en situaties die perfect veilig en betrouwbaar zijn. Ze zijn als het ware permanent op speurtocht naar de heilige graal. Maar als ze een relatie aangaan met een betrouwbaar iemand of ze komen terecht in een situatie waarin respect en emotionele veiligheid te vinden zijn, wordt elk detail dat afwijkt van het perfectiebeeld dat ze hierbij voor ogen hebben, uitvergroot. Onbewust zijn ze immers voortdurend op zoek naar feiten die hun op wantrouwen gebaseerd wereldbeeld bevestigen.
Voortdurend op hun hoede zijn is hun eerste natuur. Om deze attitude te laten vallen, voelen ze zich veel te kwetsbaar. Doordat emotionele onveiligheid en menselijke onbetrouwbaarheid het enige was dat ze kenden tijdens hun jeugd, is dit voor hen ‘normaal’ en hebben ze een manier van functioneren opgebouwd die hieraan aangepast is. Ze zijn daarentegen absoluut niet aangepast aan omgaan met betrouwbaarheid en veiligheid. Open staan voor wat positief en betrouwbaar is, is voor hen bijgevolg zeer moeilijk.
Wat betreft het omgaan met emoties hebben ze maar twee uitersten tot hun beschikking: ofwel onderdrukken en verbergen ze hun emoties ofwel freaken ze uit1. Elke menselijke interactie, elke ontmoeting of gebeurtenis die intense emoties opwekt, kan leiden tot het beleven van een emotionele crisis. In een intieme relatie volgt op die manier de ene crisis na de andere op, waardoor niet alleen zijzelf maar ook hun relatie op den duur permanent in crisis is. Deze crises draaien allemaal rond dezelfde twee thema’s: hun behoefte aan bevestiging en hun eis van de tegenpartij om diens betrouwbaarheid tot in het absurde toe te bevestigen. Pas bij voldoende bevestiging en vertrouwen kan iemand emotionele veiligheid ervaren, maar aangezien dit bij iemand met borderline terechtkomt in een bodemloze put, ervaren zij deze nooit.
Zolang ze de ene emotionele crisis na de andere beleven, hebben ze geen enkele ruimte om zich nog met iets of iemand anders bezig te houden. In een intieme relatie leidt dit de facto tot extreem egoïstisch gedrag. Alles draait rond hen en hun emotionele crises, de ander komt niet meer aan bod.
Mensen met borderline die dit patroon van zichzelf door hebben en onder ogen zien hoe het is ontstaan, kunnen echter wel uit deze vicieuze cirkel loskomen. In de bodemloze put moet daartoe als het ware een bodem gelegd worden.
Bij mensen die als kind betrouwbare ouders hebben gehad en emotionele veiligheid hebben ervaren, is die bodem automatisch ontstaan. Elke blijk van menselijk vertrouwen en elke ervaring van veiligheid komt bij hen als het ware in een bewustzijnsreservoir met een bodem te recht, wat erop neer komt dat ze positieve ervaringen niet alleen kunnen ontvangen maar dat deze ook nog hun algemeen besef van veiligheid en hun vertrouwen in de samenleving versterken.
Het doorbreken van een borderlinepatroon kan enkel door de borderliners zelf gedaan worden. De mensen om hen heen kunnen hier hooguit een rol in spelen door zich consequent betrouwbaar te gedragen, of dat nu door de borderliners (h)erkend wordt of niet.
De eerste stap in het genezingsproces van het borderlinetrauma is het vermogen ontwikkelen om mentaal afstand te nemen van zichzelf en als een buitenstaander naar de eigen op wantrouwen gebaseerde emotionele reflexen en gedragspatronen leren kijken. Ook al is het maar af en toe dat dit lukt, het is zeer waardevol. Hoe vaker deze bewustzijnstoestand kan opgeroepen worden, hoe breder het fundament wordt waarop men verder kan bouwen.
Maar om de volgende stappen te kunnen zetten, moet men wel met op zijn minst één of enkele mensen in contact staan die betrouwbaar zijn en moet men voldoende afstand kunnen nemen van de veroorzakers van het borderlinepatroon. Dat laatste komt er in de meeste gevallen op neer dat men het manipulatief gedrag van de ouders of opvoeders die men gehad heeft, moet doorzien en dat men zich voor hen moet afschermen. Niet alle wantrouwen van iemand met borderline is immers onterecht! Integendeel hebben ze heel goede redenen gehad om een systematisch wantrouwen te ontwikkelen. Zich emotioneel afschermen voor de veroorzakers van hun trauma’s is bijgevolg een minimum vereiste om verder te kunnen genezen, hen op zijn minst tijdelijk uit hun leven bannen, is nog wenselijker.
Om te kunnen herkennen of iemand betrouwbaar is of niet, is het nuttig om daar enkele mentale criteria voor te hebben. Het intuïtief herkennen van betrouwbaarheid is voor een borderliner immers zo goed als onmogelijk. Wat als kind vertrouwd was, wordt gevoelsmatig immers opnieuw vertrouwd omdat het vertrouwd aanvoelt, terwijl het vertrouwde net niet te vertrouwen was! Mentaal houvast kan men vinden in de volgende criteria:
Betrouwbare mensen doen geen loze beloftes en houden zich aan hun woord.
Als iemands woorden en daden niet met elkaar in overeenstemming zijn, is er veel kans dat je te maken hebt met iemand die je niet mag vertrouwen.
Fouten kunnen toegeven, is een teken van integriteit en betrouwbaarheid. Fouten van zich afschuiven en op een ander steken is een teken van onbetrouwbaarheid.
Als je aan integere mensen duidelijk aangeeft waar je grenzen zijn, dan respecteren ze jouw grenzen. Onbetrouwbare mensen zijn ook dan nog in staat jou te forceren om over je grenzen te gaan of te laten gaan.
Verantwoordelijkheid nemen duidt op betrouwbaarheid, macht uitoefenen niet.
Mensen die zichzelf kunnen relativeren zijn over het algemeen betrouwbaarder dan mensen die zichzelf altijd en overal ernstig nemen.
Betrouwbare mensen hebben vaak humor waarmee ze aan zelfrelativering doen. Humor die gebruikt wordt om verantwoordelijkheid uit de weg te gaan of weg te vluchten van confronterende onderwerpen duidt vaak op onbetrouwbaarheid.
Als je een borderlinepersoonlijkheid hebt en je selecteert op deze basis de mensen met wie je omgaat en wie je vermijdt, doe je automatisch positieve ervaringen op. Maar dat betekent nog niet dat je inherent wantrouwen even automatisch verdwijnt. Elke aarzeling, vergeetachtigheid, verstrooidheid of occasionele fout van deze mensen, zal opnieuw je a priori wantrouwen aanwakkeren.
Een volgende stap is, om de heldere, afstandelijke, mentale kijk op jezelf en op je relaties met je hart te verbinden. In het hartchakra ontmoet je het bewustzijn van je Wezen.
Bij iemand met borderline is de kans zeer groot dat de ingesteldheid van het Wezen het totaal tegenovergestelde is van die van de ik-persoonlijkheid. Wezenlijk is er bij hen bijna altijd sprake van een uitgesproken naïviteit, van schaduwblindheid ook. Voor elk extreem patroon huist er immers een even extreme tegenpool in de totale persoonlijkheid. In dit geval: a priori wantrouwen op ik-niveau tegenover blind vertrouwen op Wezensniveau. Karmisch gezien is de positieve intentie en de bijbehorende levensles achter het aantrekken van onbetrouwbare situaties in de kindertijd, het doorbreken van de naïviteit van het Wezen.
In functie van het individuatieproces is het erg belangrijk om de blinde vlekken van het Wezen die te maken hebben met een te eenzijdige kijk op de menselijke persoonlijkheid, weg te werken. Veel Wezens baseren hun vertrouwen in hun medemensen op de intense ervaringen van verbondenheid en verwevenheid die in onstoffelijke werelden vanzelfsprekend zijn, maar niet op aarde. Door conclusies te trekken over de aard van de menselijke persoonlijkheid uit ervaringen die zich niet op aarde hebben afgespeeld, gaan veel Wezens voorbij aan het gebrek aan verbondenheidservaringen, aan de emotionele onveiligheid en aan de bijbehorende onbetrouwbaarheid die hier op aarde mogelijk zijn. Deze hebben een zeer grote invloed op de ik-persoonlijkheid en kunnen leiden tot een manier van functioneren die we ‘on-Wezenlijk’ kunnen noemen. Psychopathie, narcisme en borderline zijn hier drie extreme voorbeelden van. Maar de Schaduw die ontstaat als gevolg van eenzaamheid en traumatisering kan ook minder uitgesproken zijn van aard. Het kan onder meer gaan om verlatingsangst, bindingsangst, gebrek aan levensvreugde en levensmotivatie of sterke minderwaardigheidsgevoelens.
Door het mentale besef dat er zowel de betrouwbare als de onbetrouwbare ervaringen bestaan vanuit het hoofd met het hart te verbinden, kan de Wezenlijke schaduwblindheid doorbroken worden. Het mentale weten wordt op dan een gevoelsmatig weten. Wat de ik-persoonlijkheid mentaal heeft geleerd, wordt als intuïtieve kennis in het Wezen geïntegreerd. Dat is de manier waarom het Wezen bijleert. In dit geval kan het tot het besef komen dat er op aarde andere wetmatigheden gelden dan in de onstoffelijke werelden, waar het reilen en zeilen veel sterker beïnvloed wordt door het besef van verbondenheid en verwevenheid. Maar daarmee is het borderlinepatroon nog niet volledig doorbroken. Er is wel al een tegengewicht voor ontstaan.
Het innerlijk kind van mensen met een borderlinepersoonlijkheid is vaak gefragmenteerd, waarbij elke kinddeelpersoonlijkheid vast is blijven zitten in bepaalde fasen of aspecten van de kindertijd. Elk trauma kan voor een verdere fragmentatie zorgen. Met behulp van therapeutische verwerkingstechnieken, kunnen deze kinddeelpersoonlijkheden weer samengevoegd en geheeld worden.
Er is echter altijd één innerlijk kind dat zich gedurende het ganse verloop van de kindertijd op een eenzijdige manier heeft verder ontwikkeld. Het is gegroeid in antwoord op alle negatieve ervaringen en vooral alle ervaringen met onbetrouwbaarheid. Deze kinddeelpersoonlijkheid noem ik het innerlijk borderlinekind. Het is deze innerlijke schaduw die steevast elke sociale interactie met argwaan benadert. Het borderlinekind geeft zich niet zo maar gewonnen. Het blijft vasthouden aan het eigen gelijk, vanuit een aangeleerde noodzaak tot zelfbescherming. Dat eigen gelijk zegt: ‘Als er ook maar enige twijfel mogelijk is, dan is het beter om niemand te wantrouwen dan om per vergissing iemand wel te vertrouwen.’ En twijfelen is altijd mogelijk.
Nu komen we aan bij de laatste stap, namelijk het leggen van een bodem in de bodemloze put. Telkens het ingebakken wantrouwen de kop opsteekt, telkens het innerlijk borderlinekind zich laat gelden en de neiging vertoont om het ik-bewustzijn over te nemen, zijn er twee mogelijkheden: ofwel voedt je dit wantrouwen door eraan toe te geven, ofwel kies je ervoor om de tegenpool te versterken. Dat laatste doe je door alle ervaringen met betrouwbare mensen en emotioneel veilige situaties telkens weer in je bewustzijn te verzamelen.
Lijstjes maken van alle betrouwbare mensen die je ooit ontmoet hebt, verslagen uitschrijven van situaties waarin je rechtvaardig werden behandeld en menselijke interacties waarbij je emotionele veiligheid hebben ervaren, zijn hierbij belangrijke hulpmiddelen. Telkens het ongenuanceerde idee opkomt dat de hele wereld slecht is en niemand echt betrouwbaar is, telkens de twijfels de kop opsteken aan de oprechtheid van een partner of een vriend die zijn betrouwbaarheid al meerdere malen in woord en daad heeft laten blijken, moet die lijst overlopen worden. Zodoende voedt je een genuanceerd wereldbeeld waarin plaats is voor betrouwbaarheid en emotionele veiligheid naast het besef dat onbetrouwbaarheid wel degelijk bestaat.
Op die manier een basis leggen waarop positieve ervaringen ontvangen kunnen worden en voor genezing kunnen zorgen, kost tijd en bewuste, mentale inspanning. Die basis vormt de spreekwoordelijke bodem in de put. Maar eens de resultaten hiervan voelbaar worden, is een voormalige borderliner een ander mens geworden.
Tenslotte kan in een gevisualiseerde dialoog met het innerlijk borderlinekind het volgende neergezet worden: ‘Jij mag nu gaan slapen maar ik reken erop dat je wakker wordt indien ik met een onbetrouwbaar mens in contact kom die op het punt staat een onbetrouwbare daad te plegen of indien ik me in een onveilige situatie begeef.’ Bij interacties met betrouwbare mensen in veilige situaties, geef je als boodschap aan het borderlinekind dat het zich afzijdig moet houden. Het wordt zodoende geïntegreerd in de ik-persoonlijkheid als het vermogen om terecht wantrouwig te zijn tegenover onbetrouwbare mensen en onveilige situaties, als een alarmfunctie die enkel in actie komt als het nodig is.
Het is belangrijk dat het Wezen zich ook verbindt met het borderlinekind.. Het Wezen van een mens is immers niet alleen de oudste persoonlijkheidskern, het bevindt zich tevens in een voortdurend groei- en transformatieproces. Voortdurend groeien en evolueren is nu net het meest essentiële kenmerk van een kind en dus ook van ons innerlijk kind. Het borderlinekind vertegenwoordigt hierbij een leerproces dat voor het Wezen niet vanzelfsprekend is maar wel erg noodzakelijk om op aarde veilig te kunnen functioneren.
Borderline en primaire hechting
Een andere manier om het borderlinepatroon te benaderen, is vanuit de primaire hechting. Deze is in dit geval uitgesproken onveilig geweest en vooral tijdens de eerste ontwikkelingsfasen (van baby tot kleuter) heeft men heel wat verkeerde signalen gekregen van de moeder en/of van secundaire hechtingsfiguren. Iemand met borderline zoekt daar voortdurend compensatie voor, zowel bewust als onbewust, maar blijft hierbij steken in de oningevulde behoeftes van zijn eerste levensfases.
In het geval van een gezonde primaire hechting evolueert de behoefte aan veiligheid en bevestiging mee met de ontwikkelingsfasen van het kind. Tijdens de eerste levensfasen – baby en peuterfase – heeft een kind nood aan voortdurende aandacht en waakzaamheid van de moeder of van degene die haar tijdelijk vervangt. Deze veiligheid en bevestiging kent maar weinig grenzen. In natuurlijke samenlevingen vertaalt zich dit in opgepakt worden en de borst krijgen, zo vaak als het kind daarom vraagt. Bij de overgang van de peuter- naar de kleuterfase (omstreeks het vierde levensjaar) wordt een kind in natuurlijke omstandigheden gespeend. Dit leidt tot een vertrouwenscrisis want voor het eerst in zijn bestaan wordt het kind niet op zijn wenken bediend. Het krijgt voor het eerst grenzen en leert hierdoor dat deze grenzen niet betekenen dat het aan zijn lot wordt overgelaten. Het krijgt nog steeds emotionele bevestiging en bescherming, maar nu in combinatie met een eerste vorm van zelfstandigheid. Het wordt letterlijke en figuurlijk niet voortdurend meer gedragen, maar moet nu in de mate van het mogelijke op eigen benen staan. Dit brengt een nieuwe vrijheid met zich mee en een gezonde stimulans om een begin van zelfstandigheid te ontwikkelen, weliswaar binnen de onmiddellijke nabijheid van de veiligheidbrengende moeder bij wie het kind nog altijd terechtkomt.
Tijdens de volgende ontwikkelingsfasen vergroot die zelfstandigheid en wordt de beschermende veiligheid die het kind van buitenaf ontvangt, steeds meer vervangen door de innerlijke veiligheid van het zelfvertrouwen. De de tweede cruciale crisis ontstaat in de regel pas tijdens de puberteit, wanneer het kind nu zelf een afstand schept ten opzichte van zijn opvoeders in het kader van een instinctieve zoektocht naar eigenheid. Nu wordt het duidelijk of het kind voldoende lessen heeft gehaald uit zijn opvoeding om op eigen benen te leren staan. Het kan in deze fase dus ook misgaan, maar wie de puberteit overleeft komt in een fase terecht waarin de persoonlijkheid rijper wordt (de adolescentie). Deze wordt gekenmerkt door een verdere groei in zelfvertrouwen en een natuurlijke afstand ten opzichte van de vorige generatie. Deze heeft niet langer het karakter van zich afzetten tegen hen. In tegendeel wordt de innerlijke verbondenheid over de generaties heen gekoesterd zonder dat dit noodzakelijk gepaard gaat met voortdurend in elkaars buurt te blijven, al is dat uiteraard niet uitgesloten.
Mensen met borderline hebben vooral in de eerste fasen van hun bestaan niet de veiligheid en de bevestiging gekregen die ze nodig hadden. Ze werden als het ware gespeend lang voordat ze daaraan toe waren, vaak zelf reeds onmiddellijk na de geboorte. Dat zijn de kinderen die geen borstvoeding kregen, niet opgepakt werden als ze huilden en ongeacht of ze honger hadden of niet, enkel op vastgelegde tijdstippen een vooraf bepaalde hoeveelheid eten kregen, ongeacht hun eigen behoeften. De aanrakingen die ze ondergingen wanneer ze verzorgd werden, waren niet koesterend van aard, maar zakelijk. Voor alle duidelijkheid: ik heb het hier nog niet eens over fysieke verwaarlozing of mishandeling, maar louter over emotionele verwaarlozing. Dat alleen is al voldoende om een borderlinepatroon in het leven te roepen.
Borderliners zoeken bijgevolg voortdurend naar veiligheidbrengende bevestiging zonder grenzen, zoals ze hadden moeten krijgen als baby en als peuter. Van elke intieme partner en elke persoon met wie ze een vriendschapsband aangaan verwachten ze dan ook dat deze hen voortdurend aandacht geeft en hen voortdurend bevestigt. Door hun angst om opnieuw in de steek gelaten te worden, hebben ze ook voortdurend bevestiging en aandacht nodig, tot in het absurde toe. Dit leidt in elke intense relatie die ze aangaan – vriendschappelijk of intiem – na verloop van tijd tot een crisissituatie die vergelijkbaar wordt met gespeend worden: er worden grenzen gesteld aan wat ze van de ander mogen verlangen. Dit betekent evenwel niet dat ze in de steek gelaten worden, maar doordat ze niet de positieve ervaring hebben gehad om gespeend te worden tijdens de overgang van peuter naar kleuter waarbij ze ondanks de schok toch hun besef van veiligheid hebben hervonden, kunnen ze dit nu ook niet. Het gevolg is dat ofwel de partner inbindt en terug verder gaat met op het onnatuurlijke wantrouwen met onnatuurlijk veel bevestiging te reageren (totdat de crisis zich herhaalt) ofwel dat het als gevolg van de eerste crisis reeds tot een breuk komt.
Sommige intieme relaties en intense vriendschappen blijven desondanks bestaan, maar gaan om de zoveel tijd terug door dezelfde crisis. Uiteindelijk kan dat ertoe leiden dat iemand met borderline vooralsnog tot het innerlijk besef komt dat gespeend worden (bij wijze van spreken) niet hetzelfde is als afgestoten worden en dat de emotionele veiligheid desondanks blijft bestaan. In de regel gebeurt dit echter pas indien er tezelfdertijd therapeutische ondersteuning is die focust op de gevolgen van de onveilige hechting tijdens de kindertijd.
Mensen met borderline ervaren op eigen benen staan vrijwel altijd als een eenzame bezigheid. Dit is het logische gevolg van te snel op eigen benen gezet te worden, op een leeftijd waarop ze daar nog niet aan toe waren. Ze hebben bij al hun initiatieven behoefte aan iemand die naast hen staat, iemand met wie ze alles voortdurend kunnen bespreken en die hen voortdurend bevestigt. Sommigen hebben iemand nodig die alles voor hen doet, omdat hun onzekerheid en eenzaamheid dermate sterk zijn dat dit verlammend werkt. Deze mensen zijn niet lui of lethargisch van aard, maar getraumatiseerd. Ze ondergaan de gevolgen van een onveilige primaire hechting tijdens de latere fasen van hun jeugd.
Ook hun puberteitscrisis kwam voor velen onder hen veel te vroeg. Of hij kwam niet, uit angst om nog verder verwijderd te geraken van hun ouders of opvoeders. Mensen met borderline zijn dan ook nooit echt volwassen geworden, zijn kinderlijk op emotioneel vlak en onderhevig aan primaire behoeften die hun levenskeuzes op allerlei manieren negatief beïnvloeden. Het kan onder meer gaan om alle mogelijke vormen van verslaving, om verzameldrang of om een onvermogen om alleen te zijn waardoor ze zich verliezen in sociale situaties waaruit ze geen voeding halen en nooit toekomen aan datgene waar hen wel voldoening geeft. Ze blokkeren immers op de onzekerheid en de eenzaamheid die gepaard gaat met hun verlangen naar de kans om die Wezenlijke behoeften te ontwikkelen.
Therapie die het borderlinetrauma helpt genezen, gaat bijgevolg automatisch gepaard met eindelijk volwassen worden.
1 In dat opzicht hebben ze een vergelijkbaar gedrag als autistische mensen, vandaar dat er veel verwarring is tussen autisme en de gevolgen van traumatisering tijdens de jeugd.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten