zaterdag 5 september 2026

Bewuste en onbewuste aspecten van de opvoeding

 

Bewuste en onbewuste aspecten van de opvoeding

De sterke psycho-energetische vermenging die reeds vanaf het prille begin bestaat tussen ouders en kind, staat geheel in functie van de opvoeding. In een vorig hoofdstukje is de onbewuste emotionele beïnvloeding tijdens de embryonale fase reeds aan bod gekomen*. Dit is één van de onbewuste aspecten van de opvoeding.

In de praktijk leidt het sterke emotionele contact tussen moeder en kind tot intensieve intuïtieve communicatie (telepathie) tussen beiden. Vaak ontstaat deze onbewuste communicatie later ook tussen het kind en de andere opvoeders (vader, oudere broers en zussen, dagmoeders, grootouders). Op die manier wordt er heel wat informatie onbewust doorgegeven aan het kind, zoals de mate van zelfrespect van de ouders, de wijze waarop de ouders zich opstellen ten opzichte van de maatschappij en ten opzichte van elkaar, in hoeverre ze consequent zijn in woorden en daden en de mate van respect waarmee ze omgaan met materie, mens, plant en dier. De ingesteldheid van de ouders ten opzichte van elkaar heeft onder meer een grote invloed op de man-vrouwrelaties die een kind later zal aangaan. Dit alles leidt tot een onbewuste, telepathische beïnvloeding van het kind en in die zin levert het dus een belangrijke bijdrage tot de opvoeding.

Als een kind leert praten, dan gebeurt dit voor een groot deel via onbewuste telepathische beïnvloeding. Je kunt een kind bv wel bewust een appel tonen en ‘appel’ zeggen, maar heel veel begrippen uit onze taal zijn abstract en daar behoren toch ook woorden bij zoals ‘moe’ en ‘pijn’, die een kind vrij snel leert te begrijpen. Hoe kan het dat een kind abstracte zaken begrijpt als je ze niet kunt aanduiden? De enige logische verklaring is intuïtieve communicatie.

Slaappatronen en eetpatronen worden in de regel reeds overgenomen van de moeder tijdens de embryonale fase. Moeders in spe met een verstoord of onregelmatig slaappatroon geven dit door aan hun ongeboren kind. Zwangere vrouwen die meer en regelmatiger slapen dan ze gewoon zijn, geven dit patroon evengoed door. Hun kinderen zullen over het algemeen een regelmatiger slaappatroon vertonen. Avond- en nachtmensen geven dit patroon meestal door aan hun kind, ochtendmensen ook. In zeldzame gevallen neemt het kind een patroon van de vader over.

Zo was er bv het zoontje van een vrouw die zelf eerder een avondmens was, maar haar man was een uitgesproken ochtendmens die om 6 u klaarwakker uit bed stapte. Het zoontje ontwikkelde hetzelfde dag- en nachtritme van de vader, niet van de moeder.

In dergelijke gevallen is er wellicht sprake van een genetisch overdraagbaar patroon dat het kind van vaders zijde heeft geërfd en niet louter van een emotioneel/cultureel overdraagbaar patroon.

Wat eten betreft is er een wederzijdse beïnvloeding tussen moeder en ongeboren kind. Het kind neemt veel van de voedingsgewoontes van de moeder over, maar veel moeders eten onder invloed van het contact met hun ongeboren kind totaal anders dan als ze niet zwanger zijn. Enkele voorbeelden:

Tijdens de zwangerschap van mijn oudste zoon at zijn moeder gigantisch veel vlees en at ze regelmatig junkfood, terwijl ze daarvoor zo goed als vegetarisch at. Ze snoepte ook veel. Het kind werd een verstokte vleeseter, met sterke neigingen naar junkfood. In dit geval nam de moeder meer over van het kind dan omgekeerd.

Mijn jongste zoon at zeer graag zoute dingen, lustte geen zoet snoep (enkel bittere chocolade en ijsjes) en was onder meer dol op gerookte zalm, boterhammen met gomasio (geroosterde en gezouten sesamzaadjes), maar ook op vlees. Zijn moeder, die tot voor de zwangerschap zo goed als nooit vlees at, at zeer veel vlees tijdens de zwangerschap. Ze had daar toen geen negatieve effecten van (zoals eczeem), wat anders wel het geval was. Het kind nam veel van haar voedingspatronen letterlijk over, terwijl zij door hem werd beïnvloed om vlees te eten.

Je kunt een kind bewust nog zo veel aanreiken als je wil, als je je zelf anders gedraagt dan waar je je kind toe wil aanzetten, of als je daar niet consequent in bent, geef je in het beste geval een dubbelzinnige boodschap door. In dit geval is er heel veel kans dat het kind de bewuste boodschap naast zich neer legt en het onbewuste gedragspatroon of de onbewuste ingesteldheid overneemt. Opvoeden is dus ook een zaak van groeien in zelfkennis en in respect voor het leven. Je geeft immers altijd meer door van wie je bent, dan van wat je zegt of pretendeert te zijn.

Met andere woorden: je voedt je kind niet enkel op door bewust iets te doen, maar ook door te zijn. We zouden kunnen spreken van ‘passieve opvoeding’ (vanuit hoe je bent en hoe je je bijgevolg gedraagt) en ‘actieve opvoeding’ (datgene wat je je kind bewust aanreikt).

Via deze rechtstreekse invloeden van de ouders op hoe het kind zich voelt en gedraagt, is er een sterke invloed op de groei en de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind.

Naast de onbewuste aspecten van de opvoeding hebben we uiteraard datgene wat bewust wordt aangereikt: raadgevingen, richtlijnen, ge- en verboden. Dit is de opvoeding in de beperkte zin van het woord.

Bij de opvoeding van kinderen dienen we rekening te houden met de specifieke vereisten die elke levensfase met zich meebrengt:

  • De embryonale fase: voor de geboorte speelt enkel de onbewuste beïnvloeding een rol.

  • De babytijd: de onbewuste emotionele invloed blijft de belangrijkste. De opbouw van de basisveiligheid is anderzijds niet alleen van positieve emoties afhankelijk, maar vooral van de aanwezigheid (letterlijk) en de aanraking van de ouders (vooral van de moeder) of de vervangouders en van de snelheid en efficiëntie waarmee gereageerd wordt op de noden van het kind.

  • De peutertijd: door de toenemende mobiliteit van het kind wordt het tijdens deze fase nodig om op een subtiele wijze te beginnen met het aanreiken van grenzen. Hier begint dus de bewuste opvoeding.

  • De kleutertijd: naast het aanreiken van grenzen houdt de bewuste opvoeding nu ook de mogelijkheid in om het kind te leren spreken, te leren omgaan met zijn leefwereld (met voorwerpen en mensen, eventueel ook met dieren) en om het op creatief vlak te stimuleren.

  • De lagere-schooltijd: een bijkomend element in deze fase is dat aan kinderen vanaf nu aangeleerd kan worden hoe ze met verschillende soorten situaties om moeten gaan, die verschillen in gedrag en attitude vereisen. De sociale situaties waarmee ze geconfronteerd worden, worden immers steeds diverser. Hierdoor krijgen ze tevens meer kansen om zich te ontplooien. Het stimuleren van het vermogen om kennis te verwerven en te integreren, alsook de stimulans om de motorische vaardigheden verder te ontwikkelen, maken nu een belangrijk deel van de opvoeding uit. Maar deze verantwoordelijkheid wordt voor een groot deel door de scholen gedragen.

  • De tienertijd & puberteit: naast de bewuste opvoeding moet er langzaam maar zeker plaats gemaakt worden voor het uitwisselen van meningen op basis van gelijkwaardigheid, maar enkel met betrekking tot onderwerpen waarin de tiener zich wijs en redelijk opstelt. Aangezien de kritische beoordeling voor een puber een belangrijke rol speelt in zijn innerlijke groei, is de onbewuste pool van de opvoeding des te belangrijk in deze fase. Moreel gezag behoudt je als ouder ten opzichte van je kind nu alleen nog als je consequent blijkt te zijn in denken en handelen.

  • De adolescentie: tijdens deze fase dient de bewuste opvoeding vervangen te worden door enkel nog overleg op basis van gelijkwaardigheid. Indien dit niet mogelijk is, is het kind misschien wel qua leeftijd een adolescent, maar qua mentaliteit nog een puber. Gaat deze verlengde puberteit niet voorbij, dan dien je als ouder op een gegeven moment je handen af te trekken van de opvoeding om je kind met vallen en opstaan in de maatschappij te laten meedraaien. Een puber van bv dertig jaar oud blijven bemoederen en berispen heeft geen enkele zin. Het zijn de maatschappij en het leven zelf die nu de verdere opvoeding op zich moeten nemen.

Opvoeden is dus vooral erg belangrijk in de periode dat het ego zich nog aan het vormen is. Tot en met de peuterfase is het ego meestal nog te rudimentair ontwikkeld om vergaande bewuste invloeden te kunnen opnemen. Vanaf de kleutertijd ontstaat hier meer ruimte voor en kan het ego stelselmatig meer bewuste invloeden verwerken. Vanaf de puberteit zien we zowel een sterke expansie van het ego als een doorbraak van Wezen en schaduwdeelpersoonlijkheden. Er is nog steeds ruimte voor invloeden van buitenaf, maar deze worden afgewogen aan de invloeden van binnenuit, namelijk deze van het eigen Wezen en van de sterk ontwikkelde innerlijke schaduwdeelpersoonlijkheden.

Een kind dat volledig in de greep is van één enkele vorige-levenspersoonlijkheid zal tijdens de eerste levensjaren erg moeilijk op te voeden zijn. In dit geval hebben we dan ook niet te maken met een ongevormd ego, maar met een oud en volledig gevormd ego uit een vorig leven, dat zich nu beperkt weet door een kinderlijfje. In dit geval ontstaat er meestal meer ruimte voor bewuste opvoeding vanaf de lagere-schooltijd omdat tijdens die ontwikkelingsfase de dominantie van het ego uit een vorig leven op de zich nieuw ontwikkelende ik-persoonlijkheid doorbroken wordt. 

* Zie 'Echoes uit de baarmoeder', blog van 22 maart 2026

*******************************************************************************

Deze tekst is een hoofdstukje uit  Karmische Psychologie 3: Relaties, Seksualiteit & Opvoeding, boek I: Opgroeien en Opvoeden)  

Recent werden van Karmische Psychologie de volgende delen gepubliceerd:

Onze Erfenis van Moeder Aarde (ISBN 978-90-77101-19-3) = Karmische Psychologie 4: Aarde en Schaduw, boek I

De Integratie van de Schaduw (ISBN 978-90-77101- 17 -9) = Karmische Psychologie 4: Aarde en Schaduw, boek II

Psychopathie en Narcisme (ISBN 978-90-77101-21-6) = Karmische Psychologie 4: Aarde en Schaduw, boek III

Vroeger reeds verschenen: 

Karmische Psychologie Deel 1: In dialoog met het onbewuste                  (ISBN 978-90-77101-11-7) 

Karmische Psychologie Deel 2: Individuatie en Healing                             (ISBN 978-90-77101-02-5) 

Een volledig overzicht van mijn boeken heb vind je op www.henkcoudenys.be 

Al mijn boeken kunnen rechtstreeks besteld worden via mijn website en in elke zichzelf respecterende boekhandel. Elk verkocht boek is een steuntje in de rug van dit schrijfproject, dat nog lang niet af is.