vrijdag 12 november 2021

Verweven bewustzijn

 

Verweven bewustzijn

(aanvulling Karm Psych 1, hfdst IV: Enkele Basisconcepten – Bewustzijn)

Onze bewustzijnservaringen bewegen zich tussen twee uitersten: extreme eenzaamheid en intense verbondenheid. Aangezien het woord ‘verbondenheid’ meerdere subtiel verschillende betekenissen kan hebben, gebruik ik hier liever het woord ‘verwevenheid’.

Meestal bevinden we ons ergens tussen beide uitersten in, zonder dat we dit expliciet beseffen. Ons individualiteitsbesef is in de regel niet zodanig extreem dat het als eenzaamheid aanvoelt terwijl de verwevenheid van ons bewustzijn met dat van de mensen die een belangrijke rol spelen in ons leven zodanig vanzelfsprekend is, dat we dit pas beseffen als een van hen wegvalt.

Puur individueel bewustzijn, zonder enige inmenging van buitenaf, gaat gepaard met een gevoel van existentiële eenzaamheid. Eenzaamheid zouden we kunnen definiëren als ‘het al dan niet tijdelijk onvermogen om het bewustzijn van anderen toe te laten en te ervaren in verwevenheid met ons individueel bewustzijn’. Eenzaamheid vormt als het ware een grens om het individueel bewustzijn heen. Deze grens is ondoorlaatbaar voor andere bewustzijns. Noch die van andere mensen, noch die van andere levende wezens komen er doorheen. Dit kan tijdelijk zijn (bv in reactie op een schokkende gebeurtenis) of van lange duur (bv indien je langdurig moet functioneren in een situatie waarin niemand jou begrijpt of rekening met je houdt). Voor sommige mensen vormt eenzaamheid een levenslange, pijnlijke ervaring. Dit kan het gevolg zijn van een specifieke persoonlijkheidsstructuur (bv psychopathie, niet herkend autisme) of van zeer ernstige trauma’s in de jeugd.

Het andere uiterste noemen we meestal een mystiek ervaring. Dit voelt aan alsof de grenzen van het individueel bewustzijn volledig oplossen, waardoor er een ‘wij-ervaring’ ontstaat, wat gepaard gaat met een doordrongen zijn van het besef dat men een deel is van een grotere Eenheid. Ik schrijf dit bewust met een hoofdletter, omdat die Eenheid ook als een ruime, wezenlijke superpersoonlijkheid aangevoeld wordt.

Maar intense belevingen van bewustzijnsverwevenheid komen vaker voor dan we beseffen in het dagelijks leven. Het kan gaan om de verwevenheid met andere menselijke bewustzijns en / of met het leven om ons heen.

Het eerste treedt vaak spontaan op tijdens collectieve creatieve activiteiten zoals samen zingen of dansen, het bijwonen van muziekoptredens, theatervoorstellingen, sportmanifestaties en andere groepsactiviteiten waarbij er een gemeenschappelijke focus ontstaat waardoor elke deelnemer zich automatisch op alle anderen afstemt.

De verwevenheid met de bewustzijns van andere levende wezens en van levensgemeenschappen, ervaren we tijdens wandelingen en activiteiten in de natuur, terwijl we al dan niet alleen zijn. Geaarde mensen reageren hierop met een innerlijk vertrouwen en stellen er zich steeds verder voor open. Ze ontvangen de verwevenheid met de levende omgeving. Mensen die hun vermogen om te aarden zijn kwijtgespeeld of die deze nog niet hebben ontwikkeld, reageren op diezelfde bewustzijnsverwevenheid vaak met angst, waarbij ze zich vruchteloos proberen af te sluiten voor het meebeleven met de bewustzijnservaringen van de andere levende wezens om zich heen.

Hoe hooggevoeliger een mens is, hoe intenser dergelijke ervaringen tot het ik-bewustzijn doordringen en hoe gemakkelijker men zich hieraan overgeeft. De bewustzijnsinhouden van andere mensen en andere levende wezens – emoties, gevoelens en gedachten – beïnvloeden die van onszelf. Ze gaan in interactie met onze eigen emoties, gevoelens en gedachten. Deze vermenging kan leiden tot versmelting of tot verwarring. Het kan ook gewoon zijn wat het is: een interactie tussen de eigen bewustzijnsinhouden en die van de al dan niet menselijke omgeving. Hoe hoogsensitiever een mens is, hoe intenser deze interactie is.

Hoe dan ook zijn en ervaren we zelden of nooit uitsluitend onszelf, tenzij we vervallen in een toestand van extreme eenzaamheid. Dan voelt het leven meestal aan alsof het geen zin meer heeft. Eenzaamheid heft zichzelf echter op van zodra we weer ander bewustzijn in het onze toelaten, hetzij van andere mensen, hetzij van huisdieren of van de levende omgeving.

Het is mogelijk om je eenzaam te voelen ten opzichte van je medemensen, afgesneden van hen in bewustzijn, terwijl je de verwevenheid met het bewustzijn van andere levende wezens volkomen toelaat. Het omgekeerde bestaat eveneens: enkel de verwevenheid met het bewustzijn van je medemens ervaren en niet die met het andere leven op aarde. Dit komt voor bij mensen die niet geaard zijn, die zich in wezen nog niet of niet langer met de aarde hebben verbonden.

Een niet te onderschatten consequentie van dit alles is dat we altijd beïnvloed worden door de mensen met wie we ons leven (en ons bewustzijn) delen. De emoties, gevoelens en gedachten van de mensen met wie we omgaan kleuren onze eigen bewustzijnservaringen en dus de manier waarop we de realiteit ervaren. Omgekeerd oefenen we zelf ook steeds invloed uit op hoe anderen het leven ervaren, op hun emoties, gevoelens en gedachten, of we dit nu willen of niet, of we ons hiervan bewust willen zijn of niet. De verwevenheid in bewustzijn is namelijk tezelfdertijd een communicatienetwerk dat altijd actief is, tenzij we ons hiervoor afsluiten door ons terug te trekken in een beleving van existentiële eenzaamheid.

***********************************************************************************

 Deze tekst vormt een aanvullend hoofdstuk bij mijn boek Karmische Psychologie Deel 1: In Dialoog met het Onbewuste (ISBN 9789077101117)

zaterdag 30 oktober 2021

Emoties en eigenwaarde (Hoogsensitief – Anders Bekeken Aanvulling 24)


Emoties en eigenwaarde

(Hoogsensitief – Anders Bekeken Aanvulling 24)

Doordat zoveel hoogsensitieve mensen als kind werden afgerekend op hun heftige emoties, doordat op hun intense emoties al te vaak afkeurend werd gereageerd, halen ze hun eigenwaarde uit het zich aanpassen aan wat hun medemensen van hen verlangen en hebben ze hun eigenwaarde losgekoppeld van het luisteren naar wat hun eigen emoties hen te vertellen hebben. Maar hun belevingswereld blijft wel zeer emotioneel gekleurd.

Door hun hoge graad van empathisch functioneren, zijn ze zich tezelfdertijd zeer bewust van de emoties van andere mensen. Dit gegeven, in combinatie met de reflex om zich af te stemmen op wat een ander van hen verlangt, leidt bij veel hoogsensitieve mensen tot het vermengen met andermans emoties. Met vermengen bedoel ik, dat de emoties van iemand anders zodanig intens gevoeld worden, dat men deze gaat verwarren met de eigen emoties. Deze emoties worden meebeleefd alsof die van henzelf zijn. In combinatie met het onderdrukken van de eigen emoties leidt deze verwarring niet zelden tot het overnemen van andermans emotionele behoeften, zonder dat men daar erg in heeft, terwijl men geen contact meer heeft met de eigen emoties met betrekking tot hetzelfde onderwerp.

Dit heeft in de praktijk ernstige consequenties. Deze komen het sterkst tot uitdrukking bij relatieproblemen. Een voorbeeld:

Een hoogsensitieve vrouw wil de relatie met haar partner stop zetten omdat hun behoeften op allerlei vlakken te ver uiteen liggen. Ze voelt zich al een hele tijd beklemd en ongelukkig in die relatie. Wanneer ze eindelijk de moed heeft om haar partner te laten weten dat ze niet langer een relatie met hem wil, wordt ze overvallen door een enorm gemis en een verlangen om naar hem toe te gaan, in weerwil van alle emoties die haar reeds weken lang kwellen en die haar precies het tegenoverstelde vertellen.

Wat er feitelijk aan de hand is, is dat ze zich sowieso al een hele tijd schuldig voelt omwille van haar keuze om de relatie stop te zetten. Gevolg geven aan haar eigen emotionele behoeften triggert het geheel van alle ervaringen waarbij er negatief gereageerd werd op haar emoties. Hieraan heeft ze dat schuldgevoel te danken en het bijbehorende gebrek aan eigenwaarde. Een intieme relatie gaat voor haar sowieso gepaard met een intense afstemming op de emotionele behoeften van haar partner, dus is het vanzelfsprekend dat ze ook nu voelt wat zijn emoties van haar verlangen. De onbewuste reflex om wat haar eigen emoties van haar vragen automatisch weg te duwen, schiet eveneens in gang. Automatisch. Bijgevolg ontstaat er een zodanige vermenging met zijn wanhopig verlangen, dat ze ei zo na terugkeert op haar beslissing om de relatie eindelijk stop te zetten, vooral omdat ze het contact kwijt is met alle kwaadheid, frustratie, emotionele pijn en verdriet die haar aangezet hebben tot de relatiebreuk.


Heel wat hooggevoelige mensen – vooral, maar niet alleen vrouwen – blijven bij een partner met wie het niet voldoende klikt en blijven bijgevolg hangen in een onbevredigende relatie als gevolg van dit mechanisme. Het vermogen om uit een dergelijke relatie te stappen, kunnen ze maar opbouwen parallel met het leren waarderen van hun persoonlijke emoties. Zolang deze geassocieerd blijven met een negatief zelfbeeld, zullen ze steeds opnieuw in dezelfde val trappen: hun eigen emoties inruilen voor die van een ander en hieraan gevolg geven. Om dat patroon te kunnen doorbreken, moeten ze alle traumatiserende interacties die ze tijdens hun jeugd hebben ervaren in verband met hun emotionaliteit verwerken en herwerken. Pas indien er een associatie ontstaat tussen luisteren naar hun eigen emotionele behoeften en een positief zelfbeeld, pas als ze eigenwaarde putten uit het kiezen voor wat ze zelf nodig hebben op emotioneel vlak en als ze tezelfdertijd afstand nemen van die van een ander, kunnen ze ook effectief breken met een partner bij wie ze geen emotionele veiligheid ervaren.


Heel anders is het voor hooggevoelige mensen die van kleins af aan hebben geleerd dat hun emoties waardevol zijn en dat ze gehoor mogen geven aan hun persoonlijke emotionele behoeften. Ondanks hun gevoeligheid en hun neiging zich via empathische weg intens met een ander te verbinden, zijn ze veel beter in staat om onbevredigende vriendschappen en intieme relaties los te laten. Rekening houden met hun eigen emoties is immers verankerd in hun eigenwaarde en geassocieerd met een positief zelfbeeld.


Een ander levensthema waarop dit fenomeen een sterke invloed heeft, is de opvoeding van kinderen. Hoogsensitieve ouders zijn in de regel nog net ietsje meer afgestemd op de emotionele behoeften van hun kinderen. Anderzijds hebben ook zijn als taak hun kinderen grenzen bij te brengen. In de praktijk manifesteert de noodzaak tot het geven van grenzen zich vaak als gevolg van emotionele behoeften van de ouders die niet in overeenstemming zijn met die van de kinderen.

Een voorbeeld hiervan: alle moeders voelen vroeg of laat de nood om ook nog een leven te hebben buiten hun kleine kinderen om. Kleine kinderen echter, voelen de behoefte om zoveel mogelijk bij hun moeder te zijn en op elk ogenblik op haar aandacht te kunnen rekenen. Een gezonde oplossing van dit conflict bestaat erin om als moeder je kinderen toch regelmatig eens onder de hoede te plaatsen van iemand anders, in de mate dat je kinderen dit aankunnen. Dat laatste is meestal niet hetzelfde als wat de kinderen als emotionele behoefte voelen.


Hoogsensitieve ouders bij wie het uiten van hun eigen emoties en het toegeven aan hun eigen emotionele behoeften geassocieerd is met af- of terechtgewezen worden, zullen in de regel heel vlot hun eigen behoeftes opzij zetten om aan die van hun kinderen tegemoet te komen. Ze voelen immers zodanig sterk met hun kinderen mee, dat hun eigen emoties er vlot door naar de achtergrond worden geduwd. En zich afstemmen op de emotionele behoeften van een ander levert hen een positief gevoel op, terwijl hun eigen emoties geassocieerd zijn met een negatief zelfbeeld. De enige eigen emotie die steevast in hun bewustzijn blijft hangen, is schuldgevoel in reactie op het feit dat hun eigen behoeften niet in overeenstemming zijn met die van hun kinderen. Hierdoor neigen veel hooggevoelige ouders ertoe om te weinig - vaak noodzakelijke - grenzen te geven aan hun kroost.

Hooggevoelige ouders die wel eigenwaarde halen uit het toelaten van en het luisteren naar hun emoties, voelen eveneens sterk mee met de emoties van hun kinderen, maar ze worden niet tezelfdertijd overspoeld door schuldgevoel indien er sprake is van conflicterende emotionele behoeften. Zij kunnen gemakkelijker grenzen neerzetten naar hun kinderen toe en tezelfdertijd beter voor zichzelf zorgen op emotioneel vlak, zonder echter het belang van hun kinderen uit het oog te verliezen. Ze zullen hun kinderen geen grenzen opleggen die deze nog niet aankunnen, met dank aan hun sterke empathische afstemming.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

 

zondag 11 april 2021

Reputatiegevoeligheid en roddels

Karm Psych 4 I: Onze Erfenis van Moeder Aarde (52)

Reputatiegevoeligheid en roddels

In de oorspronkelijke menselijke samenlevingen, kwam het overleven als groep op de eerste plaats. Dit bleef zo gedurende bijna driehonderdduizend jaar en het zit dan ook ingebed in ons sociaal overlevingsinstinct. Geïntegreerd zijn in een groep was voor elk individu een basisvoorwaarde om te kunnen overleven. Eveneens ingebed in ons aards overlevingsinstinct en consequent hiermee zit de behoefte om gewaardeerd te worden door de andere groepsleden en deze appreciatie koste wat kost niet kwijt te spelen. De mate waarin een individu waardering kreeg, was afhankelijk van zijn reputatie. Een positieve reputatie kon je opbouwen door te delen, iets waardevols aan de groep bij te dragen, te streven naar harmonie en vooral door jezelf niet boven of buiten de groep te plaatsen door eigen behoeften op het groepsbelang te laten voorgaan. Vanuit die biologische, instinctieve achtergrond zijn we allemaal nog steeds enorm reputatiegevoelig. In reactie op een negatieve reputatie dreigde immers altijd uitsluiting, met sociaal isolement en eenzaamheid als gevolg en uiteindelijk in de meeste situaties ook de dood.

Een ontaarde vorm van het opbouwen van een positieve reputatie door gul te geven, is nog springlevend in de cafécultuur. In stamcafés waar dezelfde gasten elkaar steeds weer ontmoeten, ontstaan spontaan groepjes die elkaar trakteren. Wie daaraan niet meedoet, wordt al rap met de nek aangekeken. De populariteit van zij die het vaakst trakteren kan steile hoogtes bereiken. Het wrange hieraan is, dat de populairste drinkebroers thuis vaak losse handjes hebben, als ze al niet systematisch hun ganse maandloon erdoor jagen en hun gezin in armoede dompelen. En dat terwijl die neiging tot geven en delen net ontstaan is om de familiegroep en al zeker de eigen partner en kinderen te helpen overleven.


De positieve intentie van roddelen – wat in essentie niets anders is dan het doorgeven van weetjes over andere groepsleden aan elkaar – was om de reputatie van onze medemensen te evalueren. Roddelen in de zin van kwaad spreken over een ander, is een relatief recent fenomeen. In de kleinschalige samenlevingen van weleer, konden feiten gemakkelijk gecheckt worden en leugens werden al snel ontdekt en weerlegd. In de modernere samenlevingen waarin lang niet iedereen elkaar kent, laat staan dat we allemaal van elkaar weten wat we wanneer doen, faalt dit natuurlijk controlesysteem. Het gevolg hiervan is dat onze instinctieve neiging tot roddelen maar al te vaak gekaapt wordt door het doorvertellen van leugens. Eens een leugen met succes is gelanceerd, kan hij zich maar al te gemakkelijk verspreiden. Gevolg: onterechte reputatieschade voor diegene over wie geroddeld wordt.

Nu zijn er weinig dingen waaraan we ons instinctief zo sterk ergeren als aan leugenachtige roddels. Logisch ook, als je beseft waartoe deze kunnen leiden. De energie die we bijgevolg steken in het proberen rechtzetten van leugens die via de roddelmolen zijn verspreid, is vaak totaal niet in verhouding tot de mate waarin onze reputatie erdoor wordt geschaad en tot de concrete gevolgen van deze reputatieschade. Maar ons sociaal overlevingsinstinct gebiedt ons er alles aan te doen om onze reputatie te herstellen, omwille van de potentieel dodelijke gevolgen die een slechte reputatie in oorspronkelijke samenlevingen had.

Anderzijds, ook in onze huidige samenleving kunnen leugenachtige roddels nog zeer ernstige gevolgen hebben, al leiden ze zelden tot totale uitsluiting en de dood. Narcisten en psychopaten maken handig gebruik van deze zwak geworden schakel in ons sociaal overlevingssysteem om reputaties te beschadigen en hier zelf voordeel uit te halen. Zelf zijn ze maar om één ding bezorgd: hun eigen reputatie zo hoog mogelijk houden, ongeacht hoeveel leugens ze hier desnoods voor dienen te verspreiden. De handigste manipulatieve leugenaars zijn degenen die roddels verspreiden die onmogelijk gecontroleerd kunnen worden, of die aansluiten bij eerder gelanceerde roddels. Tezelfdertijd zorgen ze ervoor dat de buitenwereld zo weinig mogelijk over henzelf te weten komt, zodat ze hun eigen reputatie zorgvuldig kunnen opbouwen op basis van door henzelf bedachte fictie.

Als er iets is waaraan we ons instinctief evenveel ergeren als aan onterechte reputatieschade, is het wel aan positieve imago’s die evenzeer op leugens en manipulatie zijn gebaseerd en die hiervoor misbruik maken van de menselijke neiging tot roddelen.

Het onder controle krijgen van onze instinctieve drang om met elkaar te praten over derden en op basis daarvan iemands reputatie te evalueren, is erg moeilijk. We hebben een zeer wezenlijk besef nodig van hoe moeilijk het is om waarheid en leugen van elkaar te onderscheiden in een leefwereld waar we vaak weinig tot niets van elkaar weten. Een even wezenlijk besef van de mogelijke negatieve gevolgen van ongecontroleerde roddels kan ons al een flink stuk op weg helpen om onze neiging tot praten over elkaar in te tomen. Maar dat dit niet binnen ieders bereik ligt wordt geïllustreerd door het volgende voorbeeld:

Een jonge vrouw had net het kind van haar ex op de wereld gezet. Twee maanden nadat ze bij haar partner weg was, bleek ze zwanger te zijn van hem. Ze vroeg zich af waarom ze dit bizarre lot aantrok. Een reading op de vorige-levensgeschiedenis die ze met hem deelde, bracht een vorige-levenstrauma aan het licht dat hierop meer licht wierp. In een streng patriarchale samenleving van pakweg tweeduizend jaar geleden waren ze eveneens man en vrouw geweest. Ook toen was ze zwanger geweest van een kind van hem, maar de roddels gingen de ronde dat ze het met een andere man had aangelegd en dat het kind dat ze droeg van haar minnaar was en niet van haar echtgenoot. Toen ze hoogzwanger was, werd ze door haar echtgenoot om die reden vermoord. Het kind kwam echter nog ter wereld, weliswaar levenloos, maar duidelijk herkenbaar als een kind van haar echtgenoot. Vanwege het onrecht dat hij haar op die manier had aangedaan, had ze als het ware nog een kind van hem te goed, het kind dat ze in haar huidige leven samen met hem verwekt had, vlak voor ze besloot bij hem weg te gaan.

Ondanks dat deze vrouw tijdens een vorige leven het slachtoffer was geworden van leugenachtige roddels die haar reputatie onterecht hadden beschadigd, ondanks dus dat ze in wezen die herinnering met zich meedroeg, ontpopte ze zich in haar huidige leven zelf tot een niemand ontziende roddelaarster en besmeurde ze de reputatie van heel wat mensen uit haar sociale omgeving.

De extreme tegenreactie die veel mensen vertonen door per definitie niets te geloven van wat ze via anderen over iemand te weten te komen, in combinatie met een principiële ingesteldheid van ‘niet mogen oordelen’, werkt evenmin. We hebben ons instinctief beoordelingsvermogen nodig om in te schatten hoe andere mensen in elkaar zitten en in welke mate we elkaar kunnen vertrouwen. Wie zich principieel geen oordeel mag vormen over een ander, zet de deur wagenwijd open voor mensen die daar misbruik van maken, met name narcisten en psychopaten.

In plaats van blind op roddels te vertrouwen die steeds weer herhaald worden en in plaats van deze even blind te verwerpen en je geen oordeel over een ander mogen vormen, is het noodzakelijk dat we onze wezenlijke intuïtie laten samenwerken met ons rationeel denkvermogen, om zo goed als mogelijk in te schatten hoe de mensen met wie we omgaan en moeten samenwerken in elkaar zitten. Hierbij mogen we absoluut niet blind zijn voor elkaars schaduwkanten en voor de impact die deze hebben op ons functioneren. Maar we mogen ons evenmin overgeven aan het instinctief toekennen van een reputatie op basis van roddels.

  

Rechtvaardigheidsbewustzijn

Zoals alle sociale diersoorten beschikt ook de mens over een instinctief rechtvaardigheidsbesef. Aangezien voedsel delen en elkaar wederzijds beschermen basisvoorwaarden zijn om als groep te kunnen overleven, zijn we genetisch voorgeprogrammeerd om inbreuken op deze basisprincipes te registreren en hier vervolgens tegen in te gaan. Op egoïstisch gedrag wordt dan ook van nature heftig gereageerd. Wie zich bezondigt aan zich keer op keer herhalend zelfzuchtig gedrag, kan rekenen op ernstige terechtwijzingen (reputatiebeschadiging!) en ten slotte op uitgestoten worden.

Met betrekking tot autoriteit en leiderschap ligt het iets subtieler. We kunnen een ander autoriteit toedichten op basis van diens kwaliteiten en levenservaring, maar niemand mag zich zomaar opwerpen als leider, door te pretenderen beter te zijn en op basis van die pretenties autoriteit op te leggen aan de groep. Daartegen komen we instinctief in opstand.

De stelselmatige achterstelling en onderdrukking van vrouwen tegenover mannen, is een relatief recent fenomeen. Het is pas ontstaan na het op grote schaal invoeren van landbouw en privébezit, tijdens de laatste vijf- à tienduizend jaar van onze geschiedenis. Tijdens de ongeveer driehonderdduizend jaar menselijk bestaan dat daaraan is voorafgegaan, bestond dit niet. Mannen en vrouwen waren gelijkwaardig, want beide geslachten waren afhankelijk van elkaar. Vandaar ook dat geen enkele vrouw zich zomaar schikt in een onderdanig lot, of zich daar minstens niet emotioneel goed bij voelt. Bij sociale diersoorten waarin het normaal is dat de groep overheerst wordt door één of enkele dominante mannetjes, voelen de vrouwelijke dieren zich comfortabel in hun rol. Niet zo bij mensen dus. Ook dat is het gevolg van ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn.

Over roddels en leugens die onterechte reputatieschade veroorzaken hebben we het reeds in het vorige hoofdstukje gehad, evenals over lege schijn en holle imago’s die opgebouwd worden ter verheerlijking van zichzelf, zonder dat daaraan waardevolle menselijke kwaliteiten ten grondslag liggen. Ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn steigert bij het ontdekken van dergelijke leugens.

Ons rechtvaardigheidsbewustzijn is de motor achter elke revolutie, groot of klein. Het is de drijfveer die de mensheid als geheel aanzet tot pionierswerk ter verbetering van ons gezamenlijk lot. Ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn is tevens de aardse, instinctieve factor die het nauwst aansluit bij ons wezenlijk verbondenheidsbesef. Het belangrijkste verschil tussen de solidariteit die voortvloeit vanuit het wezenlijk besef dat alle mensen verweven zijn met elkaar en deel uitmaken van een overkoepelende Eenheid en de solidariteit die het resultaat is van ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn, is dat dit laatste van nature beperkt is tot de eigen groep. Zijn wezenlijke tegenpool omvat de gehele mensheid en bij uitbreiding alle leven op aarde. Hoe meer wezenlijk bewustzijn iemand heeft, hoe spontaner de instinctieve zorgzaamheid voor de eigen groep zich uitbreidt tot ver buiten de grenzen van die groep.


Geen instinctief besef van persoonlijk bezit

In onze oorspronkelijke manieren van leven was geen plaats voor privébezit. Voor nomaden en halfnomaden is het nu eenmaal niet bepaald handig om bij elke verhuis vanalles en nog wat mee te moeten zeulen. In verhouding tot de driehonderdduizend jaar geschiedenis van Homo sapiens, dateren vervoersmiddelen zoals paarden, karren of ossenwagens uit vrij recente tijden. Deze lieten wel al wat meer toe om bezittingen mee te nemen tijdens verplaatsingen, maar in grote lijnen was de mens nog steeds wars van privébezit. Er bestonden van nature wel groepsterritoria waarbinnen een bepaalde clan zich verplaatste om voedsel te verzamelen en tijdelijk te verblijven, maar dat land werd nooit beschouwd als het bezit van de stam. Het idee dat men persoonlijk eigenaar kan zijn van een stuk grond is een concept dat pas is uitgedacht nadat de landbouw quasi overal zijn intrede had gedaan.

Kleine kinderen vertonen tal van instinctieve handelingen die voortkomen uit ons overlevingsinstinct. Het oprapen en verzamelen van takken en stukjes hout is er één van. Dit sluit aan bij onze afhankelijkheid van hout om vuur te maken en tijdelijke onderkomens te bouwen. Maar zorgvuldig omgaan met bezit, zit van nature in geen enkel kind, evenmin als het respecteren van andermans bezit. Zulke dingen moeten met veel moeite en herhaling aan elk kind aangeleerd worden. Het kunnen omgaan met het concept privé-eigendom is een culturele verworvenheid, waar we onszelf en anderen permanent moeten aan herinneren. In tegenstelling tot het delen van voedsel bv, behoort het respecteren van andermans bezit niet tot onze instinctieve reflexen. Vandaar dat we in dat verband zoveel wetten en regels in het leven roepen, evenals strenge controlemechanismen en –instellingen. Van zodra deze laatste wegvallen, neigen we ertoe om spontaan te gebruiken of mee te nemen wat op ons pad komt en lopen we waar we willen zonder ons iets aan te trekken van afsluitingen of verbodsbordjes. Het zit simpelweg niet in onze eerste natuur.

Wat wel in onze natuur zit, is het zorgvuldig bewaken en bewaren van kleine bezittingen waaraan we onze identiteit ontlenen. Bij natuurvolkeren waren dit de wapens, werktuigen, amuletten en sieraden die men altijd bij zich had en nooit ergens achterliet. Het respect voor dergelijke symboolgeladen kleinoden, hoort wel bij onze oeroude reflexen. In onze huidige tijd vertaalt dit zich niet langer in wapens en niet enkel in persoonlijke juwelen, maar in een handtas met persoonlijke spulletjes zoals autosleutels, een portefeuille met geld, creditcards en identiteitskaart en een smartphone. Voor velen hoort de auto hier ook bij. Hier gaan we dan weer op een neurotisch-zorgzame manier mee om. Deze neiging zien we al bij zeer kleine kinderen: bijna elke peuter heeft een fopspeen, een lievelingsknuffel, een knuffeldekentje of zelfs een of ander banaal voorwerp waarvan hij onafscheidelijk is.

Het etaleren van deze kleinoden refereert eveneens aan oeroud gedrag: hiermee leggen we een claim op de omgeving waarin we ons bevinden, net zoals jagers-verzamelaars een tijdelijke claim konden leggen op een rijk voedselgebied. Dit verklaart waarom veel mensen hun portefeuille en hun autosleutels duidelijk zichtbaar op een kast of een tafel leggen van zodra ze ergens toekomen.


Doordat in ons instinctief gedrag geen programmatie aanwezig is met betrekking tot het omgaan met bezit, loopt ons gedrag op dat vlak maar al te gemakkelijk uit de hand. Het meest voorkomende gevolg hiervan is het verzamelen en oppotten van veel te veel bezittingen, tot op het punt dat we eronder gebukt gaan van de stress. We moeten immers voor al onze bezittingen zorgen, wat niet alleen gepaard gaat met veel kopzorgen, maar wat tevens veel energie kost. Die energie kunnen we nu niet spenderen aan het beleven van ons leven.

De tegenreactie komt ook voor en wordt niet zelden ingeleid door een psychose of door een religieuze verlichtingservaring: alle persoonlijk bezit wordt afgezworen. Hiermee keren we terug naar het beginpunt van de menselijke ervaring op aarde, naar een oeroude emotionele comfortzone. Maar intussen is onze cultuur zodanig geëvolueerd dat er in de praktijk geen terugkeer meer mogelijk is naar de oeringesteldheid ten opzichte van privébezit, naar de afwezigheid ervan dus.

Een voorbeeld hiervan betreft een man die in reactie op enkele persoonlijke trauma’s terechtkwam in wat we een religieuze psychose kunnen noemen. Tijdens een ervaring van spirituele verbondenheid die ontstond na een periode van extreem slaapgebrek in combinatie met vluchtneigingen ten opzichte van de realiteit van zijn leven, trof hem het inzicht dat privébezit een cultureel waanbeeld is en dus niet echt bestaat. In reactie hierop stelde hij zijn huis open voor iedereen die er gebruik van wilde maken en betaalde hij geen facturen meer voor elektriciteit of water. Ook dat was immers vrij voor iedereen om naar believen gebruik van te maken. Een jaar later hadden de schulden zich zodanig hoog opgestapeld, dat alles wat hij bezat dreigde in beslag genomen te worden. Van dit lot werd hij gered door zijn financieel daadkrachtige vader.

In een wereld waarin een groot deel van de sociale organisatie is opgebouwd rond het concept privébezit, is het onmogelijk om zich als individu of zelfs als kleine groep aan deze overheersende cultuur te onttrekken. Je hoort er simpelweg niet meer bij, wat leidt tot instinctieve angst- en onveiligheidsgevoelens. Buitengesloten worden is nog steeds het ergste lot dat een mens kan overkomen. Ook is er om ons heen een overdaad aan potentieel bezit, wat gepaard gaat met onmogelijk te negeren verleidingen. De mens is nu eenmaal ongeëvenaard nieuwsgierig en wordt steeds weer getriggerd door nieuwe ervaringen, simpelweg omdat ze mogelijk zijn. In onze huidige tijd worden nieuwe ervaringen systematisch mogelijk gemaakt in combinatie met het verwerven van nieuwe bezittingen. Voor alles is immers geld nodig en /of de aanschaf van nieuwe apparaten.

Het leren omgaan met bezit is wellicht een van de grootste uitdagingen die op ons af zijn gekomen gedurende onze recente geschiedenis. Het belangrijkste houvast hierbij is volgens mij dat enkel die bezittingen van werkelijke waarde zijn die ten dienste staan van de mogelijkheid onszelf te ontwikkelen. Bezit en individuatie dienen hand in hand te gaan. Daarbij inbegrepen is alle basiscomfort dat ons ruimte en vrije tijd bezorgt om andere leerprocessen aan te gaan. Van zodra dit basiscomfort deze vrijheid beperkt, hebben we er duidelijk te veel van. Hoeveel en welke bezittingen een positieve bijdrage leveren aan onze mogelijkheden tot zelfontwikkeling, is afhankelijk van mens tot mens en dit kan in elke levensfase anders liggen.

Tijdens de adolescentie zijn heel wat mensen gebaat met een minimum aan bezittingen en verantwoordelijkheden, omdat dit hen de kans geeft al reizend belangrijke levenservaringen op te doen. Tijdens latere levensfasen kan net het bezitten van een huis, een auto en alle bijkomende comfort voor diezelfde mensen van belang zijn omdat dit andere groeiprocessen mogelijk maakt.

Bezit dat voor de één een hoop ballast vormt waaraan tijd en energie verloren gaat, kan voor de ander waardevol zijn in functie van zijn individuatieproces.

Een verzamelaar van violen bv, die zelf geen muziek kan spelen, stopt heel veel tijd, geld en energie in iets waar hij in wezen niets mee is. Diezelfde verzameling muziekinstrumenten kan voor een amateurinstrumentenbouwer een bron van creatieve zelfontwikkeling vormen, waarbij dit hem niet alleen de kans geeft instrumenten te leren herstellen en bespelen, maar tevens de mogelijkheid biedt om andere mensen te ontmoeten die bv op zoek zijn naar een betaalbaar instrument. Die mensen kunnen nu door hem gesteund worden in hun zelfontplooiing.

**********************************************************************************

 Deze teksten maken deel uit van een nog te verschijnen boek, getiteld

Karmsiche Psychologie Deel 4 - Aarde en Schaduw,  Hoofdstuk I: Onze Erfenis van Moeder Aarde

 

Van Karmische Psychologie zijn reeds twee delen verschenen:

Deel 1- In Dialoog met het Onbewuste omvat een introductie tot de aura-chakrapsychologie, een uitgebreide bespreking van de psycho-energetica, een hoofdstuk over de aard, de zin en de betekenis van dromen, een visie vanuit de reïncarnatiepsychologie op karma, trauma’s, het oertrauma en de menselijke persoonlijkheid in het algemeen.

Deel 2 - Individuatie en Healing behandelt het individuatieproces doorheen de levens, de reïncarnatiecyclus en bevat heel wat informatie over healingmethodes en regressietherapie.

Van Karmische Psychologie zijn er ook nog twee delen in voorbereiding:

Deel 3 - Relaties, Seksualiteit en Opvoeding bespreekt deze drie onderwerpen in het licht van de reïncarnatiepsychologie en het individuatieproces doorheen de levens en bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over afscheid en rouwprocessen.

Deel 4 - Aarde en Schaduw gaat dieper in op de aardse, instinctieve aspecten van onze menselijke persoonlijkheid en bespreekt hoe we met de schaduwzijde van onze persoonlijkheid kunnen omgaan om deze ten slotte te integreren. Deel vier bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over narcisme en psychopathie en een hedendaagse visie op sjamanisme.

Enkele onderwerpen die oorspronkelijk bedoeld waren als hoofdstukken uit deel 3, leiden intussen een eigen leven als afzonderlijk boek namelijk Autisme en Vorige Levens en Hoogsensitief – Anders Bekeken., Het kan zijn dat enkele (of misschien zelfs alle?) hoofdstukken uit delen 3 en 4 dezelfde weg op gaan en als afzonderlijke boeken worden uitgegeven. De tijd zal het uitwijzen.

Twee andere boeken, Wat gebeurt er als ik dood ga? en De Pijn van het Opperwezen, sluiten qua onderwerp en inhoud naadloos aan bij Karmische Psychologie. 

Meer informatie over mijn boeken vind je op www.henkcoudenys.be en op https://www.facebook.com/karmischepsychologie 


zondag 13 december 2020

Hoogsensitiviteit en de bijna-doodervaring

 

Hoogsensitiviteit en de bijna-doodervaring

(Hoogsensitief -Anders Bekeken, aanvulling 23)

Iedereen die terugkeert na een bijna-doodervaring (BDE) of een nabij-de-dood-ervaring (NDE)1 is op slag hoogsensitief, hoe de persoonlijkheid er voordien ook uitzag. Voor veel mensen is dit een schokkender ervaring dan de NDE zelf, al komt dit besef een stuk langzamer dan de wetenschap dat men iets indringends heeft meegemaakt. Overlevers van een NDE moeten zichzelf opnieuw leren kennen. Hun reacties op situaties zijn veranderd, evenals hun interesses en de manier waarop ze mensen en gebeurtenissen beoordelen. De meest ingrijpende veranderingen zijn echter de toegenomen empathie, de diepere gevoeligheid, de intensere emotionaliteit en de sterker geworden intuïtie.

Voor wie reeds hoogsensitief was, gaat het in de regel om een gradueel verschil en is de persoonlijkheidsverandering meestal minder choquerend. Voor wie voordien niet hooggevoelig was – de term ‘platgevoelig’ is soms nog toepasselijker - geldt: welkom in de belevingswereld van de hoogsensitieve personen! Vanaf nu krijg je een krop in de keel bij elk verdriet dat iemand anders heeft en beleef je vreugde aan de kleine pleziertjes die je een ander doet, enkel en alleen omdat die ander daar blij van wordt. Voordelen voor jezelf doen je daarentegen maar weinig meer. De stem van je geweten overstemt plots die van je rationeel verstand en laat zich horen bij elke kleine en grote beslissing die je neemt. En probeer je die stem te negeren, dan voel je je hart in elkaar krimpen. Je zoekt vanaf nu naar diepere waarheden en de contacten en bezigheden waarin je geen vorm van spirituele zingeving ontwaart, geven geen voldoening meer. En leer alvast ook maar met je intuïtie om te gaan, want die zal ook steeds vaker zijn duit in het zakje doen, alle rationaliteit ten spijt.


Nu is er een wereld van verschil voor iemand die een dergelijke drastische persoonlijkheidsverandering doormaakt op volwassen leeftijd of in de kindertijd. Hoe jonger men is, hoe minder de persoonlijkheid reeds vaste vorm heeft aangenomen. Indien de vorming nog volop bezig is en de persoonlijkheid nog erg kneedbaar, dan groeit deze als het ware om de plotse hooggevoeligheid heen, waardoor de typische kenmerken van de hoogsensitieve persoonlijkheid na verloop van tijd een logische plek in het geheel krijgen.

Soms doet een transformerende ervaring zich voor tijdens de allereerste levensfases (baby- , peuter- of kleuterfase) en verloopt het integratieproces quasi ongemerkt. Vanaf de lagere-schoolleeftijd kan de schok toch al redelijk groot zijn, maar er volgen nog veel jaren van persoonlijkheidsontwikkeling waarbij de toegenomen gevoeligheid kan geïntegreerd worden. Uiteraard geldt ook hier wat voor alle andere hoogsensitieve kinderen geldt: hoe beter de omgeving ermee kan omgaan, hoe vlotter dit integratieproces verloopt.

Aan het andere uiterste van het spectrum vinden we de volwassenen die zich gesetteld hadden in hun manier van leven en zijn, mensen die zichzelf voordien niet in vraag stelden en niet bewust bezig waren met hun persoonlijkheidsontwikkeling. Voor hen kan het ronduit choquerend zijn om terug te kijken op hoe ze functioneerden voordat ze een NDE meemaakten en hoogsensitief werden. Hoe moeilijker hun sociale omgeving het heeft met hun persoonlijkheidsverandering, hoe lastiger het voor hen wordt om opnieuw hun draai te vinden. Sommigen komen hierdoor in een depressie terecht, anderen trekken zich volkomen terug op zichzelf. Een enkeling verdwaalt in een religieuze psychose. De meesten echter beginnen aan een moeizame zoektocht naar gelijkgezinden, naar nieuwe manieren om in het leven te staan en ontdekken langzaam maar zeker die sociale niches in de maatschappij waarin ze zich thuis voelen. Niet zelden gaat dit gepaard met het achter zich laten van een job en een oude vriendenkring, bij velen ook met een echtscheiding.

Niet voor iedereen hebben transformerende ervaringen even drastische gevolgen. Mensen die sowieso reeds bewust in hun individuatieproces waren gestapt, hebben meestal reeds een sociaal vangnet uitgebouwd dat behulpzaam is bij de integratie van hun toegenomen gevoeligheid: mensen met wie ze hierover kunnen praten, therapeuten en/of vrienden die hen begrijpen en voor wie het weinig moeite kost om hun veranderde persoonlijkheid te aanvaarden.


1 De term Nabij-de-doodervaring wordt zowel gebruikt voor bijna-doodervaringen als ervaringen die hierop,lijken, zowel inhoudelijk als qua impact, maar die zich voordoen in niet-levensbedreigende situaties. Voorbeeld hiervan zijn het meebeleven van het stervensproces van iemand anders of het beleven van een mystieke ervaring o.i.v. meditatie, een heftige emotionele schok of druggebruik. Dat betekent absoluut niet dat alle mystieke ervaringen, alle heftige emotionele schokken of alle psychedelische ervaringen NDE's zijn, maar enkel dat NDE's ook onder dergelijke omstandigheden af en toe beleefd en gerapporteerd worden.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

maandag 9 november 2020

Hoogsensitief - Anders Bekeken, een introductie tot de tweede druk

 

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124
314pp; winkelprijs:22,50€ (kan besteld worden in elke gewone en online boekhandel)

Een jaar na het verschijnen van Hoogsensitief – Anders Bekeken, was dit boek toe aan een herdruk. Intussen waren er reeds diverse aanvullende teksten op mijn blog verschenen, onder meer over de moeilijkheden die een hoogsensitief mens in deze maatschappij ondervindt om een positief zelfbeeld op te bouwen en om te leren gaan met de vaak heftige emoties die eigen zijn aan hoogsensitiviteit. Andere nieuwe teksten gaan over relatievrees, de opvoeding van hoogsensitieve kinderen en de verschillen tussen hoogsensitiviteit en autisme. In totaal werden er vijftien nieuwe hoofdstukken aan de basistekst toegevoegd, goed voor ruim vijftig pagina’s.
Het laatste hoofdstuk is opgebouwd rond een uitgebreide bespreking van 'Leven Zonder Filter' van Fleur Van Groningen, niet omdat dat boek verlegen zit om promotie, maar omdat het verhaal van deze auteur me de kans geeft om op een heel bevattelijke manier de gevolgen van traumatisering en de natuurlijke consequenties van hoogsensitiviteit uit elkaar te halen.  Net zoals bij andere hoogsensitieve personen met een traumatische jeugd, zijn deze effecten bij haar namelijk sterk met elkaar verweven.
Hieronder vind je de volledige inhoudstafel van het boek. 
Enkele hoofdstukjes kan je reeds lezen op mijn blogs van 2017 en 2018. Deze verschenen als aanvullingen op de eerste druk. Vanaf 2019 verschijnen er nog nieuwe aanvullingen op de tweede druk.
 


Voorwoord bij de tweede druk

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor allen die hoogsensitief zijn en zichzelf beter willen begrijpen. Mensen met een gewone gevoeligheid, die intensief met een hooggevoelig iemand samenleven, zullen er wellicht ook veel aan hebben.

Mijn persoonlijke ervaringen zijn bij het schrijven van dit boek weliswaar doorslaggevend geweest, maar de tientallen andere mensen die over een vergelijkbare sensitiviteit beschikken en die ik grondig heb leren kennen, hebben even veel bijgedragen aan de inzichten die hier zijn verwerkt.

Het gaat sowieso om inzichten, om intuïtieve kennis die is ontstaan in reactie op concrete ervaringen en waarnemingen. Wat hierna volgt is dan ook mijn persoonlijke visie en niet de neerslag van grondig wetenschappelijk onderzoek. Dit wil niet zeggen dat er geen logica in zit. Het theoretisch plaatje moet altijd kloppen. De theorie moet zoveel mogelijk ervaringen kunnen verklaren. Wat dat betreft ben ik een rationeel wetenschappelijk denker. Maar de gebruikte denkkaders zijn heel wat ruimer dan deze die algemeen aanvaard worden in onze wetenschappelijke denkwereld. Wat dat betreft ben ik een typisch hooggevoelig mens met een sterk ontwikkelde intuïtie en een holistische denkwijze.

 

Inhoud

    Inleiding

I Invalshoeken

    Hoogsensitiviteit anders bekijken

    Psycho-energetische kenmerken van hoogsensitivitei

    Recent wetenschappelijk onderzoek

    Wie is hoogsensitief?

    De gradiënt tussen autisme en hoogsensitiviteit

    Selectieve en algemene hoogsensitiviteit

    De biologische wortels van hoogsensitiviteit

    Hoogsensitieve genen

    Is hoogsensitiviteit alleen maar aangeboren

    De rol van hoogsensitiviteit in de ontwikkeling van de mens

    Oorzaken van hoogsensitiviteit

    De hoogsensitieve deelpersoonlijkheid

    Asociaal of overprikkeld?

    Hoogsensitief of sociale fobie?

II Empathie en emotionaliteit

    Empathie en sympathie

    Leren omgaan met empathie

    Niet louter éénrichtingsverkeer

    De kracht van het meevoelen

    Emotionele en zintuiglijke hoogsensitiviteit +  De verschillen met autisme

    Hoogsensitieve emotionaliteit

    Het verschil met de piekemoties bij autisme

    Emotionele veerkracht 

    Terug leren omgaan met emoties

III Verschillende types

    Hoogsensitieve persoonlijkheidstypes

        1 Basistype

        2 Gewone, onbewuste hoogsensitiviteit

        3 Extraverte hoogsensitiviteit

        4 Impulsieve hoogsensitiviteit

        5 Ontkende hoogsensitiviteit

        6 Overgecompenseerde hoogsensitiviteit

        7 Hoogsensitief en hoogbegaafd

        8 Gestructureerde hoogsensitiviteit

        9 Geaarde hoogsensitiviteit

        10 Hoogsensitief en ongeaard

        11 De hoogsensitieve workaholic

        12 Het hoogsensitieve showbeest  

       13 Extreme vormen van hoogsensitiviteit 

        14 Identiteitswisselaars en identiteitsrovers 

    Van hoogsensitief tot… 

    Veranderingen in de mate van hoogsensitiviteit 

    De integratie van een bijna-doodervaring 

IV Hoogsensitief functioneren

    Het verschil tussen kunnen en aankunnen 

    Hoe doorbreek je de pseudo-autistische cocon? 

    Pseudo-adhd en schijn-add 

    Van dissociatie tot scheppende bezigheid 

    De intensiteit van hoogsensitiviteit en de behoefte aan pauze 

    Hoogsensitieve kwetsbaarheid

    Leren omgaan met introjecties

    Het aarden van inzichten

    Hoogsensitieve eenzaamheid 

    Een dubbelzinnige relatie met grenzen, kaders en levensritmes

    Een dubbelzinnige relatie met leven in het hier en nu

    Moeilijke slapers met diepe dromen

    De naaktdroom en de overstromingsdroom

    Hoogsensitiviteit en aarding

    Hoogsensitief lichaamscontact

    De invloed van de hormonale cyclus bij hoogsensitieve vrouwen 

    Wezenlijk verantwoordelijkheidsgevoel

    Wezenlijk ervaren en genieten

    Stokoud en nooit volwassen

    Vroegwijze laatbloeiers

    Hoogsensitiviteit en leren 

    Te veel interesses 

    Inspiratie en vormgeving 

    Hoogsensitiviteit en rouwprocessen 

    De behoefte aan een zinvol leven 

    De levensweg van hoogsensitieve mensen

    Leren omgaan met zichzelf

    Sociale handicap of gewoon anders?

V Geen licht zonder schaduw, geen schaduw zonder licht

    Het camouflerend effect van een wezenlijke uitstraling 

    Hoogsensitiviteit en anorexia  

    Het herstel van de eigenwaarde en de opbouw van een positief zelfbeeld 

    Hoogsensitiviteit en psychoses

    Hoe werkt een psychose?

    Uitwegen uit de psychose

    Hoogsensitiviteit, drugs en alcohol p

    De schaduwzijde van extreme verbondenheid

    De schaduw van hoogsensitiviteit

    Zijn hoogsensitieve mensen automatisch ook altijd integer?

    Compensatie of camouflage voor gespleten persoonlijkheden?

    Een tegengewicht voor ernstige jeugdtrauma’s

    De schaduw die schaduwen kan zien

    De doorbraak van wezenlijke informatie kanaliseren

    De positieve intentie van Hoogsensitiviteit 

VI Relaties, seksualiteit en opvoeding

    Hoogsensitieven onder elkaar

    Hoogsensitieve vriendsc

    De delicate zoektocht naar een partn

    Hoogsensitiviteit, relaties en valkuilen

Hoogsensitief x hoogsensitief p 275

Hoogsensitief x gedreven en gepassioneerd

Hoogsensitief x autistis

Andere zorgrelaties

Hoogsensitief x narcistisch

Hoogsensitief x psychopathie

    Relatievrees

    Wezenlijke verwarring

    Biseksueel of toch niet?

    Hoogsensitieve seksualit

    Hoogsensitief en zwanger

    Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen

    Hoe hoogsensitieve kinderen patronen van hun ouders overnemen

Boekbespreking F. Van Groningen: Leven zonder filter

Nawoord


vrijdag 30 oktober 2020

Slapeloze nachten (Hoogsensitief - Anders Bekeken, aanvulling 22)

 

Hoogsensitief – Anders Bekeken (Aanvulling 22 ) –

Slapeloze nachten


Slapeloze nachten zijn absoluut niet het bedenkelijke privilege van hooggevoelige mensen, maar bij de meeste hoogsensitieven die hieraan lijden, kunnen er een aantal duidelijke oorzaken benoemd worden, die in zekere mate specifiek zijn voor hun hoogsensitiviteit.

- Een eerste oorzaak van chronische slaapstoornissen ontstaat als volgt:

Empathie is de drijvende kracht achter je dagelijks functioneren als hoogsensitief persoon. Voortdurend hou je rekening met wat je oppikt en aanvoelt qua vragen en behoeften van de mensen om zich heen. Hierdoor kom je gedurende de dag veel te weinig aan jezelf toe. Je eigen behoeften worden wakker, op het moment dat je in slaap zou moeten vallen, of nadat je kort en diep hebt geslapen. Ondanks de vermoeidheid is er een deel van jezelf dat klaarwakker is en dat jou dus het slapen belet. Soms creëren hoogsensitieve mensen een autonome schaduwdeelpersoonlijkheid rond hun oningevulde persoonlijke behoeften, die elke nacht opnieuw het bewustzijn overneemt nadat de ik-persoonlijkheid zich na een vermoeiende dag van steeds weer lopen, springen en zich aanpassen aan anderen, te slapen heeft gelegd. Er zijn ook hooggevoelige mensen bij wie dit een chronisch fenomeen is of bij wie dit slechts af en toe gebeurt.

Wat tijdens dergelijke slapeloze nachten gebeurt, is dat alle frustraties en ergernissen ten opzichte van de mensen die het maar al te normaal vinden dat jij ten dienste van hen leeft, vorm aannemen. Dit wordt meestal gevolgd door de al even grote frustratie die gepaard gaat met het besef van alles wat men voor zichzelf had willen en moeten doen, maar niet gedaan heeft. Indien dit patroon zich dag na dag herhaalt, vele jaren aan een stuk, ontstaat er dus een schaduwdeelpersoonlijkheid die als positieve intentie heeft voor de eigen grenzen op te komen en aan zichzelf toe te komen;

Wat je kan doen als je dan toch onder invloed van dergelijke emoties de slaap niet kan te pakken krijgen, is plannen maken met betrekking tot hoe je het in het vervolg aan boord zal leggen om hier verandering in aan te brengen. Lukt het je desondanks de volgende dagen en weken nog niet om het roer om te gooien en meer evenwicht te vinden tussen er zijn voor jezelf en er zijn voor de anderen, ga dan niet aan de slaappillen maar zoek therapeutische hulp voordat je gezondheid en je relaties al te erg gaan lijden onder de gevolgen van het slaapgebrek.


- Een ietwat onschuldiger fenomeen is last hebben van overprikkeling. Je bent moe, je kruipt in je bed, je valt eventueel kort in slaap en wordt dan weer wakker, of je kan de slaap helemaal niet vatten. Dit kan zowel het geval zijn na een drukke dag waarin je weinig aan jezelf bent toegekomen of na een intense dag waarin je louter dingen hebt gedaan waar je intens van hebt genoten. Het punt is dat je niet de tijd hebt genomen om alle ervaringen van die dag te verwerken, innerlijk tot rust te komen en je aarding te hervinden alvorens je naar bed bent gegaan. Moe of niet moe, elk hoogsensitief mens heeft behoefte aan een uurtje (of langer) om tot zichzelf te komen na een intense dag, ongeacht hoe laat het is en hoe vroeg je de volgende dag terug uit de veren moet. Beter wat later gaan slapen nadat je tot rust bent gekomen, dan snel naar bed gaan en niet kunnen slapen.

- Bij de meer extreme vormen van hooggevoeligheid kan er nog een derde fenomeen bovenop komen: als gevolg van een logische vermoeidheid ben je ’s nachts niet langer in staat om je af te schermen ten opzichte van mensen met wie je een empathische band hebt. Het kan nu zijn dat je tijdens je slaap met hun emoties meeleeft, wat zich meestal vertaalt in het dromen van andermans dromen. Het kan ook zijn dat het meebeleven van wat er in een ander omgaat je uit je slaap houdt. In dat geval kan het helpen om je laatste restje bewustzijnsenergie aan te wenden om jezelf met behulp van gerichte visualisaties te centeren, te aarden en jouw energie te scheiden van die van de ander. Meebeleven met mensen met wie je een intieme band hebt of ten opzichte van wie je een intiem verlangen koestert, blijft altijd iets waar je als extreem hoogsensitief persoon alert op moet zijn. En vaak kan je niets anders dan het gewoon laten gebeuren, omdat de empathische band te sterk is om de gevoelsmatige uitwisseling te onderbreken. Erover kunnen praten met de mensen om wie het gaat, is in dit geval aangewezen.


*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124