Oud Worden (Onze Erfenis van Moeder Aarde – Aanvulling 1)
Doorheen
de eeuwen zijn er altijd en overal mensen geweest die ouder werden
dan hun gemiddelde medemens, maar zij waren de uitzonderingen. Onze
menselijke natuur is niet van die aard dat ons lichaam is aangepast
aan leeftijden die ver boven de vijftig jaar uitklimmen. Daarvoor
was het leven van de mens al van sinds zijn ontstaan te vol van
risico’s en gevaren. De menopauze bij de vrouw is daar het
duidelijkste voorbeeld van. Het toenemende risico op hart-en
vaatziektes en op diabetes type 2 vanaf de middelbare leeftijd van
veertig à vijftig jaar zijn daar eveneens getuigen van.
Door
onze steeds toenemende intelligentie, culturele overdracht van
kennis, vermogen om samen te werken en aanpassingsvermogen in het
algemeen, is onze levensverwachting intussen toegenomen tot ver boven
wat de natuur duizenden jaren lang voor ons in petto had. In tijden
van voorspoed en vrede althans. Het kan immers snel verkeren.
Hoe
dan ook wordt de doorsnee mens in tal van culturen over de hele
wereld intussen geconfronteerd met een nieuw algemeen voorkomend
fenomeen: ouder worden. Het gevolg hiervan is dat we moeten leren
omgaan met een langzaam aftakelend lichaam, met levensfuncties die
het beetje bij beetje en een voor een laten afweten.
Op
esthetisch vlak krijgen we te maken met een slapper wordende huid,
grijs worden en / of haaruitval en een toenemend onvermogen om
rechtop te lopen. Hoe traumatiserend dat ook moge zijn op sociaal
vlak, dit zijn nog de minst problematische gevolgen.
Onze
zintuigen die achteruit gaan, vooral dan onze ogen en oren, zouden
ons in andere tijden groot nadeel berokkend hebben om te overleven.
Jagers-verzamelaars die niet scherp meer zien en horen, komen maar
moeilijk aan de kost. Diegenen die toegang hebben tot degelijke
zorgsystemen kunnen dit counteren met brillen en hoorapparaten. Voor
wie in armoede leeft, is dit minder evident, maar hieraan sterven
doen we tegenwoordig nog niet zo gauw.
Met
pijn krijgen we allemaal te maken wanneer we ouder worden: rugpijn,
gewrichtspijn, aftakelende tanden en tandvlees, spierpijn,
zenuwpijnen en in zeurderige tot scherpe pijn in onze overbelaste
interne organen. Maag, lever en darmen kunnen ons helse dagen en
slapeloze nachten bezorgen. Ondanks het bestaan van pijnstillers
slapen we naarmate we ouder worden hoe langer hoe slechter door alle
pijntjes hier en pijntjes daar. Bijgevolg slapen we onvoldoende lang
en onvoldoende diep, waardoor er een vicieuze cirkel ontstaat: die
lange, diepe slaap hebben we immers nodig om ons immuunsysteem zijn
herstellende werkzaamheden te laten verrichten.
Ziekteverwekkers
die zich in ons lichaam nestelen en ons chronisch last bezorgen, zo
zijn er heel wat. Ik denk hierbij bv aan het Epstein-bar virus dat
(chronische) klierkoorts veroorzaakt of de bacteries van het geslacht
Borellia die ons de Ziekte van Lyme bezorgen. In tropische streken
zitten veel mensen opgescheept met Malaria en met tal van
darmparasieten. Hoe langer we leven, hoe meer van dergelijke kwalen
we verzamelen, met chronische ziekte, vermoeidheid, pijntjes en
slaapgebrek tot gevolg.
De
gevolgen van ooit opgelopen kwetsuren laten zich ook steeds meer
voelen met het toenemen van de ouderdom.
En
tenslotte is er de toenemende kans op het ontwikkelen van
aftakelingsziektes zoals de Ziekte van Parkinson, Kankers en allerlei
vormen van dementie.
Kortom,
in lichamelijk opzicht is ouder worden geen pretje.
Het
menselijke pionierswerk dat aan dit alles iets wil verhelpen, draait
dan ook op volle toeren. Bij sommigen leidt dit tot fantasieën over
een eeuwige jeugd en nog maar eens een verdubbeling van onze
levensverwachting, maar in de realiteit is het vooral een strijd
tegen de spreekwoordelijke bierkaai. Voor elke ziekte of kwaal die
de medische wetenschap weet te bedwingen of te verzachten, duikt er
wel een nieuwe op die niet onder controle kan worden gebracht.
Stel
echter dat we onze lichamelijke aftakeling sterk zouden kunnen
vertragen, zouden we het in dat geval wel aankunnen om nog veel ouder
te worden? In emotionele zin is onze capaciteit om intense en
traumatiserende gebeurtenissen te verwerken weliswaar best wel groot,
maar zeker niet oneindig. Iedereen die een lang en intens leven
achter de rug heeft, voelt niet alleen zijn lichaam steeds meer
tegensputteren, maar ook zijn emotionele weerbaarheid afnemen.
Wanneer het genoeg is geweest, wanneer ons de moed om na een
zoveelste val terug op te staan in de schoenen zakt, wanneer we geen
energie meer hebben om nog maar eens een uitdaging aan te gaan,
verschilt sterk van mens tot mens. Dit neemt niet weg dat de rek er
voor iedereen op een bepaald moment wel uit is.
Wat
hierbij een niet onbelangrijke rol speelt, is dat we allemaal onze
basispersoonlijkheid opbouwen tijdens onze jeugd, in relatie tot en
in wisselwerking met onze culturele omgeving. Naarmate we ouder
worden verandert deze culturele omgeving steeds sterker. Ons
individueel aanpassingsvermogen aan die veranderingen verschilt van
mens tot mens, maar wordt bij iedereen beperkt door de basis die
tijdens de jeugd werd opgebouwd. Ouder worden leidt bijgevolg ook
tot een toenemende vervreemding ten opzichte van de wereld waarin we
leven.
Als
we het reïncarnatieverhaal erbij nemen wordt het nog complexer:
Degenen
onder ons die al een behoorlijk aantal levens meedraaien op hier
aarde, hebben in Wezen herinneringen aan hoe lang – en vooral hoe
kort – de meeste van hun vorige incarnaties waren. Dit kan tot
verschillende impulsen leiden, die vanuit het hart vertrekken. Het
hartchakra is immers het bewustzijnscentrum waarin zich het contact
met ons Oudere Zelf of Wezen manifesteert. Dit brengt opvattingen en
drijfveren mee die met diepe, oude gevoelens gepaard gaan en die niet
zelden tegen de bewuste mentale ingesteldheid indruisen. Een
voorbeeld hiervan:
Bij veel jonge mensen leeft een dwingend gevoel dat ze zich moeten
haasten met het realiseren van de belangrijke doelstellingen in hun
leven. Ze zijn ervan overtuigd dat hun leven te kort zal zijn om
alles te verwezenlijken wat hen een gevoel van zingeving kan
bezorgen. In de regel is dit het gevolg van recente vorige levens
waarin men jong en vol onvervulde ambities is gestorven.
Andere
mogelijke gevolgen zijn een fatalistische overtuiging dat het toch
geen zin heeft aan een langdurig project te beginnen omdat het toch
nooit tot een goed einde kan worden gebracht.
Het
meest in het oog springende en meest algemene gevolg van onze
toegenomen levensverwachting is echter de zogenaamde ‘midlifecrisis’.
Dit komt erop neer dat men de leeftijd heeft bereikt waarop men
tijdens de meeste vorige levens het einde zag naderen en de balans
begon op te maken. Tegenwoordig gebeurt dit ongeveer in het midden
van het leven, maar dat komt enkel doordat we gemiddeld dubbel zo
lang leven dan in vroegere tijden.
Kortom:
ons vermogen om mentaal en emotioneel om te gaan met een lang leven
wordt al even sterk op de proef gesteld als het prestatievermogen van
onze ouder wordende lichamen.
Er
is echter ook een anderzijds.
Veel
mensen kijken op hun jeugd terug zonder de gebruikelijke nostalgie.
Eens ze de middelbare leeftijd bereikt hebben, heel wat van hun
jeugdtrauma’s hebben verwerkt en zich losgemaakt hebben van de
beperkende opvattingen die ze van thuis uit hebben meegekregen,
zouden ze wel terug jong willen zijn, maar dan met de levenswijsheid
die ze nu hebben. Zomaar terugkeren naar hun jeugd, met alle
bijbehorende naïviteit en gebrek aan levenservaring zouden ze
absoluut niet willen.
Hoe
langer we leven, hoe meer levenservaring en wijsheid we kunnen
opbouwen en hoe meer we kunnen groeien als mens. Oud worden biedt
ons de mogelijkheid om zowel qua zelfinzicht als op het vlak van
wereldwijsheid veel meer te groeien dan tijdens de kortere levens uit
voorbije tijden. Dit maakt het voor de Wezenlijke mens niet alleen
aanvaardbaar dat ouder worden zoveel moeilijkheden met zich mee
brengt, het wordt desondanks voor velen een fel begeerd doel. Pas
als we zowel op persoonlijk als op Wezenlijk niveau de ervaring
hebben dat ons leven zinvol is geweest, zijn we volkomen bereid om
het leven en het bijbehorende versleten lichaam los te laten. Als
die ervaring er niet is, ervaart elke stervende dit als een spijtig
gemis. Hoe langer we leven, hoe meer kans we maken om met een
voldaan gevoel de overgang naar een volgend tussenleven aan te
vangen.
************************************************************************************
Deze tekst is een aanvulling om mijn boek Onze Erfenis van Moeder Aarde of voluit:
Karmische Psychologie Deel 4: Aarde en Schaduw - Boek I: Onze
Erfenis van Moeder Aarde
Onze Erfenis van Moeder
Aarde gaat over het spanningsveld tussen de het Wezenlijke in
de mens en onze instinctieve drijfveren en reflexen. Wat het lichaam
wil, als gevolg van miljoenen jaren evolutie, komt vaak in conflict
met waar we vanuit onze mentale en spirituele ingesteldheid naar
streven. De emoties die voortkomen uit onze instinctieve reflexen
doen ons vaak denken, voelen en handelen op een manier die
tegengesteld is aan waar we naar streven. Hoe kunnen we meer
harmonie scheppen tussen deze innerlijke tegenpolen? En welke plaats
neemt deze innerlijke zoektocht in, in ons groeiproces als mens op
aarde?
Dit boek telt 466 pagina’s en bevat een bondige inleiding tot de
reïncarnatiepsychologie. ISBN-nummer:
978-90-77101-19-3