zondag 11 april 2021

Reputatiegevoeligheid en roddels

Karm Psych 4 I: Onze Erfenis van Moeder Aarde (52)

Reputatiegevoeligheid en roddels

In de oorspronkelijke menselijke samenlevingen, kwam het overleven als groep op de eerste plaats. Dit bleef zo gedurende bijna driehonderdduizend jaar en het zit dan ook ingebed in ons sociaal overlevingsinstinct. Geïntegreerd zijn in een groep was voor elk individu een basisvoorwaarde om te kunnen overleven. Eveneens ingebed in ons aards overlevingsinstinct en consequent hiermee zit de behoefte om gewaardeerd te worden door de andere groepsleden en deze appreciatie koste wat kost niet kwijt te spelen. De mate waarin een individu waardering kreeg, was afhankelijk van zijn reputatie. Een positieve reputatie kon je opbouwen door te delen, iets waardevols aan de groep bij te dragen, te streven naar harmonie en vooral door jezelf niet boven of buiten de groep te plaatsen door eigen behoeften op het groepsbelang te laten voorgaan. Vanuit die biologische, instinctieve achtergrond zijn we allemaal nog steeds enorm reputatiegevoelig. In reactie op een negatieve reputatie dreigde immers altijd uitsluiting, met sociaal isolement en eenzaamheid als gevolg en uiteindelijk in de meeste situaties ook de dood.

Een ontaarde vorm van het opbouwen van een positieve reputatie door gul te geven, is nog springlevend in de cafécultuur. In stamcafés waar dezelfde gasten elkaar steeds weer ontmoeten, ontstaan spontaan groepjes die elkaar trakteren. Wie daaraan niet meedoet, wordt al rap met de nek aangekeken. De populariteit van zij die het vaakst trakteren kan steile hoogtes bereiken. Het wrange hieraan is, dat de populairste drinkebroers thuis vaak losse handjes hebben, als ze al niet systematisch hun ganse maandloon erdoor jagen en hun gezin in armoede dompelen. En dat terwijl die neiging tot geven en delen net ontstaan is om de familiegroep en al zeker de eigen partner en kinderen te helpen overleven.


De positieve intentie van roddelen – wat in essentie niets anders is dan het doorgeven van weetjes over andere groepsleden aan elkaar – was om de reputatie van onze medemensen te evalueren. Roddelen in de zin van kwaad spreken over een ander, is een relatief recent fenomeen. In de kleinschalige samenlevingen van weleer, konden feiten gemakkelijk gecheckt worden en leugens werden al snel ontdekt en weerlegd. In de modernere samenlevingen waarin lang niet iedereen elkaar kent, laat staan dat we allemaal van elkaar weten wat we wanneer doen, faalt dit natuurlijk controlesysteem. Het gevolg hiervan is dat onze instinctieve neiging tot roddelen maar al te vaak gekaapt wordt door het doorvertellen van leugens. Eens een leugen met succes is gelanceerd, kan hij zich maar al te gemakkelijk verspreiden. Gevolg: onterechte reputatieschade voor diegene over wie geroddeld wordt.

Nu zijn er weinig dingen waaraan we ons instinctief zo sterk ergeren als aan leugenachtige roddels. Logisch ook, als je beseft waartoe deze kunnen leiden. De energie die we bijgevolg steken in het proberen rechtzetten van leugens die via de roddelmolen zijn verspreid, is vaak totaal niet in verhouding tot de mate waarin onze reputatie erdoor wordt geschaad en tot de concrete gevolgen van deze reputatieschade. Maar ons sociaal overlevingsinstinct gebiedt ons er alles aan te doen om onze reputatie te herstellen, omwille van de potentieel dodelijke gevolgen die een slechte reputatie in oorspronkelijke samenlevingen had.

Anderzijds, ook in onze huidige samenleving kunnen leugenachtige roddels nog zeer ernstige gevolgen hebben, al leiden ze zelden tot totale uitsluiting en de dood. Narcisten en psychopaten maken handig gebruik van deze zwak geworden schakel in ons sociaal overlevingssysteem om reputaties te beschadigen en hier zelf voordeel uit te halen. Zelf zijn ze maar om één ding bezorgd: hun eigen reputatie zo hoog mogelijk houden, ongeacht hoeveel leugens ze hier desnoods voor dienen te verspreiden. De handigste manipulatieve leugenaars zijn degenen die roddels verspreiden die onmogelijk gecontroleerd kunnen worden, of die aansluiten bij eerder gelanceerde roddels. Tezelfdertijd zorgen ze ervoor dat de buitenwereld zo weinig mogelijk over henzelf te weten komt, zodat ze hun eigen reputatie zorgvuldig kunnen opbouwen op basis van door henzelf bedachte fictie.

Als er iets is waaraan we ons instinctief evenveel ergeren als aan onterechte reputatieschade, is het wel aan positieve imago’s die evenzeer op leugens en manipulatie zijn gebaseerd en die hiervoor misbruik maken van de menselijke neiging tot roddelen.

Het onder controle krijgen van onze instinctieve drang om met elkaar te praten over derden en op basis daarvan iemands reputatie te evalueren, is erg moeilijk. We hebben een zeer wezenlijk besef nodig van hoe moeilijk het is om waarheid en leugen van elkaar te onderscheiden in een leefwereld waar we vaak weinig tot niets van elkaar weten. Een even wezenlijk besef van de mogelijke negatieve gevolgen van ongecontroleerde roddels kan ons al een flink stuk op weg helpen om onze neiging tot praten over elkaar in te tomen. Maar dat dit niet binnen ieders bereik ligt wordt geïllustreerd door het volgende voorbeeld:

Een jonge vrouw had net het kind van haar ex op de wereld gezet. Twee maanden nadat ze bij haar partner weg was, bleek ze zwanger te zijn van hem. Ze vroeg zich af waarom ze dit bizarre lot aantrok. Een reading op de vorige-levensgeschiedenis die ze met hem deelde, bracht een vorige-levenstrauma aan het licht dat hierop meer licht wierp. In een streng patriarchale samenleving van pakweg tweeduizend jaar geleden waren ze eveneens man en vrouw geweest. Ook toen was ze zwanger geweest van een kind van hem, maar de roddels gingen de ronde dat ze het met een andere man had aangelegd en dat het kind dat ze droeg van haar minnaar was en niet van haar echtgenoot. Toen ze hoogzwanger was, werd ze door haar echtgenoot om die reden vermoord. Het kind kwam echter nog ter wereld, weliswaar levenloos, maar duidelijk herkenbaar als een kind van haar echtgenoot. Vanwege het onrecht dat hij haar op die manier had aangedaan, had ze als het ware nog een kind van hem te goed, het kind dat ze in haar huidige leven samen met hem verwekt had, vlak voor ze besloot bij hem weg te gaan.

Ondanks dat deze vrouw tijdens een vorige leven het slachtoffer was geworden van leugenachtige roddels die haar reputatie onterecht hadden beschadigd, ondanks dus dat ze in wezen die herinnering met zich meedroeg, ontpopte ze zich in haar huidige leven zelf tot een niemand ontziende roddelaarster en besmeurde ze de reputatie van heel wat mensen uit haar sociale omgeving.

De extreme tegenreactie die veel mensen vertonen door per definitie niets te geloven van wat ze via anderen over iemand te weten te komen, in combinatie met een principiële ingesteldheid van ‘niet mogen oordelen’, werkt evenmin. We hebben ons instinctief beoordelingsvermogen nodig om in te schatten hoe andere mensen in elkaar zitten en in welke mate we elkaar kunnen vertrouwen. Wie zich principieel geen oordeel mag vormen over een ander, zet de deur wagenwijd open voor mensen die daar misbruik van maken, met name narcisten en psychopaten.

In plaats van blind op roddels te vertrouwen die steeds weer herhaald worden en in plaats van deze even blind te verwerpen en je geen oordeel over een ander mogen vormen, is het noodzakelijk dat we onze wezenlijke intuïtie laten samenwerken met ons rationeel denkvermogen, om zo goed als mogelijk in te schatten hoe de mensen met wie we omgaan en moeten samenwerken in elkaar zitten. Hierbij mogen we absoluut niet blind zijn voor elkaars schaduwkanten en voor de impact die deze hebben op ons functioneren. Maar we mogen ons evenmin overgeven aan het instinctief toekennen van een reputatie op basis van roddels.

  

Rechtvaardigheidsbewustzijn

Zoals alle sociale diersoorten beschikt ook de mens over een instinctief rechtvaardigheidsbesef. Aangezien voedsel delen en elkaar wederzijds beschermen basisvoorwaarden zijn om als groep te kunnen overleven, zijn we genetisch voorgeprogrammeerd om inbreuken op deze basisprincipes te registreren en hier vervolgens tegen in te gaan. Op egoïstisch gedrag wordt dan ook van nature heftig gereageerd. Wie zich bezondigt aan zich keer op keer herhalend zelfzuchtig gedrag, kan rekenen op ernstige terechtwijzingen (reputatiebeschadiging!) en ten slotte op uitgestoten worden.

Met betrekking tot autoriteit en leiderschap ligt het iets subtieler. We kunnen een ander autoriteit toedichten op basis van diens kwaliteiten en levenservaring, maar niemand mag zich zomaar opwerpen als leider, door te pretenderen beter te zijn en op basis van die pretenties autoriteit op te leggen aan de groep. Daartegen komen we instinctief in opstand.

De stelselmatige achterstelling en onderdrukking van vrouwen tegenover mannen, is een relatief recent fenomeen. Het is pas ontstaan na het op grote schaal invoeren van landbouw en privébezit, tijdens de laatste vijf- à tienduizend jaar van onze geschiedenis. Tijdens de ongeveer driehonderdduizend jaar menselijk bestaan dat daaraan is voorafgegaan, bestond dit niet. Mannen en vrouwen waren gelijkwaardig, want beide geslachten waren afhankelijk van elkaar. Vandaar ook dat geen enkele vrouw zich zomaar schikt in een onderdanig lot, of zich daar minstens niet emotioneel goed bij voelt. Bij sociale diersoorten waarin het normaal is dat de groep overheerst wordt door één of enkele dominante mannetjes, voelen de vrouwelijke dieren zich comfortabel in hun rol. Niet zo bij mensen dus. Ook dat is het gevolg van ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn.

Over roddels en leugens die onterechte reputatieschade veroorzaken hebben we het reeds in het vorige hoofdstukje gehad, evenals over lege schijn en holle imago’s die opgebouwd worden ter verheerlijking van zichzelf, zonder dat daaraan waardevolle menselijke kwaliteiten ten grondslag liggen. Ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn steigert bij het ontdekken van dergelijke leugens.

Ons rechtvaardigheidsbewustzijn is de motor achter elke revolutie, groot of klein. Het is de drijfveer die de mensheid als geheel aanzet tot pionierswerk ter verbetering van ons gezamenlijk lot. Ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn is tevens de aardse, instinctieve factor die het nauwst aansluit bij ons wezenlijk verbondenheidsbesef. Het belangrijkste verschil tussen de solidariteit die voortvloeit vanuit het wezenlijk besef dat alle mensen verweven zijn met elkaar en deel uitmaken van een overkoepelende Eenheid en de solidariteit die het resultaat is van ons instinctief rechtvaardigheidsbewustzijn, is dat dit laatste van nature beperkt is tot de eigen groep. Zijn wezenlijke tegenpool omvat de gehele mensheid en bij uitbreiding alle leven op aarde. Hoe meer wezenlijk bewustzijn iemand heeft, hoe spontaner de instinctieve zorgzaamheid voor de eigen groep zich uitbreidt tot ver buiten de grenzen van die groep.


Geen instinctief besef van persoonlijk bezit

In onze oorspronkelijke manieren van leven was geen plaats voor privébezit. Voor nomaden en halfnomaden is het nu eenmaal niet bepaald handig om bij elke verhuis vanalles en nog wat mee te moeten zeulen. In verhouding tot de driehonderdduizend jaar geschiedenis van Homo sapiens, dateren vervoersmiddelen zoals paarden, karren of ossenwagens uit vrij recente tijden. Deze lieten wel al wat meer toe om bezittingen mee te nemen tijdens verplaatsingen, maar in grote lijnen was de mens nog steeds wars van privébezit. Er bestonden van nature wel groepsterritoria waarbinnen een bepaalde clan zich verplaatste om voedsel te verzamelen en tijdelijk te verblijven, maar dat land werd nooit beschouwd als het bezit van de stam. Het idee dat men persoonlijk eigenaar kan zijn van een stuk grond is een concept dat pas is uitgedacht nadat de landbouw quasi overal zijn intrede had gedaan.

Kleine kinderen vertonen tal van instinctieve handelingen die voortkomen uit ons overlevingsinstinct. Het oprapen en verzamelen van takken en stukjes hout is er één van. Dit sluit aan bij onze afhankelijkheid van hout om vuur te maken en tijdelijke onderkomens te bouwen. Maar zorgvuldig omgaan met bezit, zit van nature in geen enkel kind, evenmin als het respecteren van andermans bezit. Zulke dingen moeten met veel moeite en herhaling aan elk kind aangeleerd worden. Het kunnen omgaan met het concept privé-eigendom is een culturele verworvenheid, waar we onszelf en anderen permanent moeten aan herinneren. In tegenstelling tot het delen van voedsel bv, behoort het respecteren van andermans bezit niet tot onze instinctieve reflexen. Vandaar dat we in dat verband zoveel wetten en regels in het leven roepen, evenals strenge controlemechanismen en –instellingen. Van zodra deze laatste wegvallen, neigen we ertoe om spontaan te gebruiken of mee te nemen wat op ons pad komt en lopen we waar we willen zonder ons iets aan te trekken van afsluitingen of verbodsbordjes. Het zit simpelweg niet in onze eerste natuur.

Wat wel in onze natuur zit, is het zorgvuldig bewaken en bewaren van kleine bezittingen waaraan we onze identiteit ontlenen. Bij natuurvolkeren waren dit de wapens, werktuigen, amuletten en sieraden die men altijd bij zich had en nooit ergens achterliet. Het respect voor dergelijke symboolgeladen kleinoden, hoort wel bij onze oeroude reflexen. In onze huidige tijd vertaalt dit zich niet langer in wapens en niet enkel in persoonlijke juwelen, maar in een handtas met persoonlijke spulletjes zoals autosleutels, een portefeuille met geld, creditcards en identiteitskaart en een smartphone. Voor velen hoort de auto hier ook bij. Hier gaan we dan weer op een neurotisch-zorgzame manier mee om. Deze neiging zien we al bij zeer kleine kinderen: bijna elke peuter heeft een fopspeen, een lievelingsknuffel, een knuffeldekentje of zelfs een of ander banaal voorwerp waarvan hij onafscheidelijk is.

Het etaleren van deze kleinoden refereert eveneens aan oeroud gedrag: hiermee leggen we een claim op de omgeving waarin we ons bevinden, net zoals jagers-verzamelaars een tijdelijke claim konden leggen op een rijk voedselgebied. Dit verklaart waarom veel mensen hun portefeuille en hun autosleutels duidelijk zichtbaar op een kast of een tafel leggen van zodra ze ergens toekomen.


Doordat in ons instinctief gedrag geen programmatie aanwezig is met betrekking tot het omgaan met bezit, loopt ons gedrag op dat vlak maar al te gemakkelijk uit de hand. Het meest voorkomende gevolg hiervan is het verzamelen en oppotten van veel te veel bezittingen, tot op het punt dat we eronder gebukt gaan van de stress. We moeten immers voor al onze bezittingen zorgen, wat niet alleen gepaard gaat met veel kopzorgen, maar wat tevens veel energie kost. Die energie kunnen we nu niet spenderen aan het beleven van ons leven.

De tegenreactie komt ook voor en wordt niet zelden ingeleid door een psychose of door een religieuze verlichtingservaring: alle persoonlijk bezit wordt afgezworen. Hiermee keren we terug naar het beginpunt van de menselijke ervaring op aarde, naar een oeroude emotionele comfortzone. Maar intussen is onze cultuur zodanig geëvolueerd dat er in de praktijk geen terugkeer meer mogelijk is naar de oeringesteldheid ten opzichte van privébezit, naar de afwezigheid ervan dus.

Een voorbeeld hiervan betreft een man die in reactie op enkele persoonlijke trauma’s terechtkwam in wat we een religieuze psychose kunnen noemen. Tijdens een ervaring van spirituele verbondenheid die ontstond na een periode van extreem slaapgebrek in combinatie met vluchtneigingen ten opzichte van de realiteit van zijn leven, trof hem het inzicht dat privébezit een cultureel waanbeeld is en dus niet echt bestaat. In reactie hierop stelde hij zijn huis open voor iedereen die er gebruik van wilde maken en betaalde hij geen facturen meer voor elektriciteit of water. Ook dat was immers vrij voor iedereen om naar believen gebruik van te maken. Een jaar later hadden de schulden zich zodanig hoog opgestapeld, dat alles wat hij bezat dreigde in beslag genomen te worden. Van dit lot werd hij gered door zijn financieel daadkrachtige vader.

In een wereld waarin een groot deel van de sociale organisatie is opgebouwd rond het concept privébezit, is het onmogelijk om zich als individu of zelfs als kleine groep aan deze overheersende cultuur te onttrekken. Je hoort er simpelweg niet meer bij, wat leidt tot instinctieve angst- en onveiligheidsgevoelens. Buitengesloten worden is nog steeds het ergste lot dat een mens kan overkomen. Ook is er om ons heen een overdaad aan potentieel bezit, wat gepaard gaat met onmogelijk te negeren verleidingen. De mens is nu eenmaal ongeëvenaard nieuwsgierig en wordt steeds weer getriggerd door nieuwe ervaringen, simpelweg omdat ze mogelijk zijn. In onze huidige tijd worden nieuwe ervaringen systematisch mogelijk gemaakt in combinatie met het verwerven van nieuwe bezittingen. Voor alles is immers geld nodig en /of de aanschaf van nieuwe apparaten.

Het leren omgaan met bezit is wellicht een van de grootste uitdagingen die op ons af zijn gekomen gedurende onze recente geschiedenis. Het belangrijkste houvast hierbij is volgens mij dat enkel die bezittingen van werkelijke waarde zijn die ten dienste staan van de mogelijkheid onszelf te ontwikkelen. Bezit en individuatie dienen hand in hand te gaan. Daarbij inbegrepen is alle basiscomfort dat ons ruimte en vrije tijd bezorgt om andere leerprocessen aan te gaan. Van zodra dit basiscomfort deze vrijheid beperkt, hebben we er duidelijk te veel van. Hoeveel en welke bezittingen een positieve bijdrage leveren aan onze mogelijkheden tot zelfontwikkeling, is afhankelijk van mens tot mens en dit kan in elke levensfase anders liggen.

Tijdens de adolescentie zijn heel wat mensen gebaat met een minimum aan bezittingen en verantwoordelijkheden, omdat dit hen de kans geeft al reizend belangrijke levenservaringen op te doen. Tijdens latere levensfasen kan net het bezitten van een huis, een auto en alle bijkomende comfort voor diezelfde mensen van belang zijn omdat dit andere groeiprocessen mogelijk maakt.

Bezit dat voor de één een hoop ballast vormt waaraan tijd en energie verloren gaat, kan voor de ander waardevol zijn in functie van zijn individuatieproces.

Een verzamelaar van violen bv, die zelf geen muziek kan spelen, stopt heel veel tijd, geld en energie in iets waar hij in wezen niets mee is. Diezelfde verzameling muziekinstrumenten kan voor een amateurinstrumentenbouwer een bron van creatieve zelfontwikkeling vormen, waarbij dit hem niet alleen de kans geeft instrumenten te leren herstellen en bespelen, maar tevens de mogelijkheid biedt om andere mensen te ontmoeten die bv op zoek zijn naar een betaalbaar instrument. Die mensen kunnen nu door hem gesteund worden in hun zelfontplooiing.

**********************************************************************************

 Deze teksten maken deel uit van een nog te verschijnen boek, getiteld

Karmsiche Psychologie Deel 4 - Aarde en Schaduw,  Hoofdstuk I: Onze Erfenis van Moeder Aarde

 

Van Karmische Psychologie zijn reeds twee delen verschenen:

Deel 1- In Dialoog met het Onbewuste omvat een introductie tot de aura-chakrapsychologie, een uitgebreide bespreking van de psycho-energetica, een hoofdstuk over de aard, de zin en de betekenis van dromen, een visie vanuit de reïncarnatiepsychologie op karma, trauma’s, het oertrauma en de menselijke persoonlijkheid in het algemeen.

Deel 2 - Individuatie en Healing behandelt het individuatieproces doorheen de levens, de reïncarnatiecyclus en bevat heel wat informatie over healingmethodes en regressietherapie.

Van Karmische Psychologie zijn er ook nog twee delen in voorbereiding:

Deel 3 - Relaties, Seksualiteit en Opvoeding bespreekt deze drie onderwerpen in het licht van de reïncarnatiepsychologie en het individuatieproces doorheen de levens en bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over afscheid en rouwprocessen.

Deel 4 - Aarde en Schaduw gaat dieper in op de aardse, instinctieve aspecten van onze menselijke persoonlijkheid en bespreekt hoe we met de schaduwzijde van onze persoonlijkheid kunnen omgaan om deze ten slotte te integreren. Deel vier bevat tevens een uitgebreid hoofdstuk over narcisme en psychopathie en een hedendaagse visie op sjamanisme.

Enkele onderwerpen die oorspronkelijk bedoeld waren als hoofdstukken uit deel 3, leiden intussen een eigen leven als afzonderlijk boek namelijk Autisme en Vorige Levens en Hoogsensitief – Anders Bekeken., Het kan zijn dat enkele (of misschien zelfs alle?) hoofdstukken uit delen 3 en 4 dezelfde weg op gaan en als afzonderlijke boeken worden uitgegeven. De tijd zal het uitwijzen.

Twee andere boeken, Wat gebeurt er als ik dood ga? en De Pijn van het Opperwezen, sluiten qua onderwerp en inhoud naadloos aan bij Karmische Psychologie. 

Meer informatie over mijn boeken vind je op www.henkcoudenys.be en op https://www.facebook.com/karmischepsychologie 


zondag 13 december 2020

Hoogsensitiviteit en de bijna-doodervaring

 

Hoogsensitiviteit en de bijna-doodervaring

(Hoogsensitief -Anders Bekeken, aanvulling 23)

Iedereen die terugkeert na een bijna-doodervaring (BDE) of een nabij-de-dood-ervaring (NDE)1 is op slag hoogsensitief, hoe de persoonlijkheid er voordien ook uitzag. Voor veel mensen is dit een schokkender ervaring dan de NDE zelf, al komt dit besef een stuk langzamer dan de wetenschap dat men iets indringends heeft meegemaakt. Overlevers van een NDE moeten zichzelf opnieuw leren kennen. Hun reacties op situaties zijn veranderd, evenals hun interesses en de manier waarop ze mensen en gebeurtenissen beoordelen. De meest ingrijpende veranderingen zijn echter de toegenomen empathie, de diepere gevoeligheid, de intensere emotionaliteit en de sterker geworden intuïtie.

Voor wie reeds hoogsensitief was, gaat het in de regel om een gradueel verschil en is de persoonlijkheidsverandering meestal minder choquerend. Voor wie voordien niet hooggevoelig was – de term ‘platgevoelig’ is soms nog toepasselijker - geldt: welkom in de belevingswereld van de hoogsensitieve personen! Vanaf nu krijg je een krop in de keel bij elk verdriet dat iemand anders heeft en beleef je vreugde aan de kleine pleziertjes die je een ander doet, enkel en alleen omdat die ander daar blij van wordt. Voordelen voor jezelf doen je daarentegen maar weinig meer. De stem van je geweten overstemt plots die van je rationeel verstand en laat zich horen bij elke kleine en grote beslissing die je neemt. En probeer je die stem te negeren, dan voel je je hart in elkaar krimpen. Je zoekt vanaf nu naar diepere waarheden en de contacten en bezigheden waarin je geen vorm van spirituele zingeving ontwaart, geven geen voldoening meer. En leer alvast ook maar met je intuïtie om te gaan, want die zal ook steeds vaker zijn duit in het zakje doen, alle rationaliteit ten spijt.


Nu is er een wereld van verschil voor iemand die een dergelijke drastische persoonlijkheidsverandering doormaakt op volwassen leeftijd of in de kindertijd. Hoe jonger men is, hoe minder de persoonlijkheid reeds vaste vorm heeft aangenomen. Indien de vorming nog volop bezig is en de persoonlijkheid nog erg kneedbaar, dan groeit deze als het ware om de plotse hooggevoeligheid heen, waardoor de typische kenmerken van de hoogsensitieve persoonlijkheid na verloop van tijd een logische plek in het geheel krijgen.

Soms doet een transformerende ervaring zich voor tijdens de allereerste levensfases (baby- , peuter- of kleuterfase) en verloopt het integratieproces quasi ongemerkt. Vanaf de lagere-schoolleeftijd kan de schok toch al redelijk groot zijn, maar er volgen nog veel jaren van persoonlijkheidsontwikkeling waarbij de toegenomen gevoeligheid kan geïntegreerd worden. Uiteraard geldt ook hier wat voor alle andere hoogsensitieve kinderen geldt: hoe beter de omgeving ermee kan omgaan, hoe vlotter dit integratieproces verloopt.

Aan het andere uiterste van het spectrum vinden we de volwassenen die zich gesetteld hadden in hun manier van leven en zijn, mensen die zichzelf voordien niet in vraag stelden en niet bewust bezig waren met hun persoonlijkheidsontwikkeling. Voor hen kan het ronduit choquerend zijn om terug te kijken op hoe ze functioneerden voordat ze een NDE meemaakten en hoogsensitief werden. Hoe moeilijker hun sociale omgeving het heeft met hun persoonlijkheidsverandering, hoe lastiger het voor hen wordt om opnieuw hun draai te vinden. Sommigen komen hierdoor in een depressie terecht, anderen trekken zich volkomen terug op zichzelf. Een enkeling verdwaalt in een religieuze psychose. De meesten echter beginnen aan een moeizame zoektocht naar gelijkgezinden, naar nieuwe manieren om in het leven te staan en ontdekken langzaam maar zeker die sociale niches in de maatschappij waarin ze zich thuis voelen. Niet zelden gaat dit gepaard met het achter zich laten van een job en een oude vriendenkring, bij velen ook met een echtscheiding.

Niet voor iedereen hebben transformerende ervaringen even drastische gevolgen. Mensen die sowieso reeds bewust in hun individuatieproces waren gestapt, hebben meestal reeds een sociaal vangnet uitgebouwd dat behulpzaam is bij de integratie van hun toegenomen gevoeligheid: mensen met wie ze hierover kunnen praten, therapeuten en/of vrienden die hen begrijpen en voor wie het weinig moeite kost om hun veranderde persoonlijkheid te aanvaarden.


1 De term Nabij-de-doodervaring wordt zowel gebruikt voor bijna-doodervaringen als ervaringen die hierop,lijken, zowel inhoudelijk als qua impact, maar die zich voordoen in niet-levensbedreigende situaties. Voorbeeld hiervan zijn het meebeleven van het stervensproces van iemand anders of het beleven van een mystieke ervaring o.i.v. meditatie, een heftige emotionele schok of druggebruik. Dat betekent absoluut niet dat alle mystieke ervaringen, alle heftige emotionele schokken of alle psychedelische ervaringen NDE's zijn, maar enkel dat NDE's ook onder dergelijke omstandigheden af en toe beleefd en gerapporteerd worden.

 ******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

maandag 9 november 2020

Hoogsensitief - Anders Bekeken, een introductie tot de tweede druk

 

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124
314pp; winkelprijs:22,50€ (kan besteld worden in elke gewone en online boekhandel)

Een jaar na het verschijnen van Hoogsensitief – Anders Bekeken, was dit boek toe aan een herdruk. Intussen waren er reeds diverse aanvullende teksten op mijn blog verschenen, onder meer over de moeilijkheden die een hoogsensitief mens in deze maatschappij ondervindt om een positief zelfbeeld op te bouwen en om te leren gaan met de vaak heftige emoties die eigen zijn aan hoogsensitiviteit. Andere nieuwe teksten gaan over relatievrees, de opvoeding van hoogsensitieve kinderen en de verschillen tussen hoogsensitiviteit en autisme. In totaal werden er vijftien nieuwe hoofdstukken aan de basistekst toegevoegd, goed voor ruim vijftig pagina’s.
Het laatste hoofdstuk is opgebouwd rond een uitgebreide bespreking van 'Leven Zonder Filter' van Fleur Van Groningen, niet omdat dat boek verlegen zit om promotie, maar omdat het verhaal van deze auteur me de kans geeft om op een heel bevattelijke manier de gevolgen van traumatisering en de natuurlijke consequenties van hoogsensitiviteit uit elkaar te halen.  Net zoals bij andere hoogsensitieve personen met een traumatische jeugd, zijn deze effecten bij haar namelijk sterk met elkaar verweven.
Hieronder vind je de volledige inhoudstafel van het boek. 
Enkele hoofdstukjes kan je reeds lezen op mijn blogs van 2017 en 2018. Deze verschenen als aanvullingen op de eerste druk. Vanaf 2019 verschijnen er nog nieuwe aanvullingen op de tweede druk.
 


Voorwoord bij de tweede druk

Dit boek is in de eerste plaats geschreven voor allen die hoogsensitief zijn en zichzelf beter willen begrijpen. Mensen met een gewone gevoeligheid, die intensief met een hooggevoelig iemand samenleven, zullen er wellicht ook veel aan hebben.

Mijn persoonlijke ervaringen zijn bij het schrijven van dit boek weliswaar doorslaggevend geweest, maar de tientallen andere mensen die over een vergelijkbare sensitiviteit beschikken en die ik grondig heb leren kennen, hebben even veel bijgedragen aan de inzichten die hier zijn verwerkt.

Het gaat sowieso om inzichten, om intuïtieve kennis die is ontstaan in reactie op concrete ervaringen en waarnemingen. Wat hierna volgt is dan ook mijn persoonlijke visie en niet de neerslag van grondig wetenschappelijk onderzoek. Dit wil niet zeggen dat er geen logica in zit. Het theoretisch plaatje moet altijd kloppen. De theorie moet zoveel mogelijk ervaringen kunnen verklaren. Wat dat betreft ben ik een rationeel wetenschappelijk denker. Maar de gebruikte denkkaders zijn heel wat ruimer dan deze die algemeen aanvaard worden in onze wetenschappelijke denkwereld. Wat dat betreft ben ik een typisch hooggevoelig mens met een sterk ontwikkelde intuïtie en een holistische denkwijze.

 

Inhoud

    Inleiding

I Invalshoeken

    Hoogsensitiviteit anders bekijken

    Psycho-energetische kenmerken van hoogsensitivitei

    Recent wetenschappelijk onderzoek

    Wie is hoogsensitief?

    De gradiënt tussen autisme en hoogsensitiviteit

    Selectieve en algemene hoogsensitiviteit

    De biologische wortels van hoogsensitiviteit

    Hoogsensitieve genen

    Is hoogsensitiviteit alleen maar aangeboren

    De rol van hoogsensitiviteit in de ontwikkeling van de mens

    Oorzaken van hoogsensitiviteit

    De hoogsensitieve deelpersoonlijkheid

    Asociaal of overprikkeld?

    Hoogsensitief of sociale fobie?

II Empathie en emotionaliteit

    Empathie en sympathie

    Leren omgaan met empathie

    Niet louter éénrichtingsverkeer

    De kracht van het meevoelen

    Emotionele en zintuiglijke hoogsensitiviteit +  De verschillen met autisme

    Hoogsensitieve emotionaliteit

    Het verschil met de piekemoties bij autisme

    Emotionele veerkracht 

    Terug leren omgaan met emoties

III Verschillende types

    Hoogsensitieve persoonlijkheidstypes

        1 Basistype

        2 Gewone, onbewuste hoogsensitiviteit

        3 Extraverte hoogsensitiviteit

        4 Impulsieve hoogsensitiviteit

        5 Ontkende hoogsensitiviteit

        6 Overgecompenseerde hoogsensitiviteit

        7 Hoogsensitief en hoogbegaafd

        8 Gestructureerde hoogsensitiviteit

        9 Geaarde hoogsensitiviteit

        10 Hoogsensitief en ongeaard

        11 De hoogsensitieve workaholic

        12 Het hoogsensitieve showbeest  

       13 Extreme vormen van hoogsensitiviteit 

        14 Identiteitswisselaars en identiteitsrovers 

    Van hoogsensitief tot… 

    Veranderingen in de mate van hoogsensitiviteit 

    De integratie van een bijna-doodervaring 

IV Hoogsensitief functioneren

    Het verschil tussen kunnen en aankunnen 

    Hoe doorbreek je de pseudo-autistische cocon? 

    Pseudo-adhd en schijn-add 

    Van dissociatie tot scheppende bezigheid 

    De intensiteit van hoogsensitiviteit en de behoefte aan pauze 

    Hoogsensitieve kwetsbaarheid

    Leren omgaan met introjecties

    Het aarden van inzichten

    Hoogsensitieve eenzaamheid 

    Een dubbelzinnige relatie met grenzen, kaders en levensritmes

    Een dubbelzinnige relatie met leven in het hier en nu

    Moeilijke slapers met diepe dromen

    De naaktdroom en de overstromingsdroom

    Hoogsensitiviteit en aarding

    Hoogsensitief lichaamscontact

    De invloed van de hormonale cyclus bij hoogsensitieve vrouwen 

    Wezenlijk verantwoordelijkheidsgevoel

    Wezenlijk ervaren en genieten

    Stokoud en nooit volwassen

    Vroegwijze laatbloeiers

    Hoogsensitiviteit en leren 

    Te veel interesses 

    Inspiratie en vormgeving 

    Hoogsensitiviteit en rouwprocessen 

    De behoefte aan een zinvol leven 

    De levensweg van hoogsensitieve mensen

    Leren omgaan met zichzelf

    Sociale handicap of gewoon anders?

V Geen licht zonder schaduw, geen schaduw zonder licht

    Het camouflerend effect van een wezenlijke uitstraling 

    Hoogsensitiviteit en anorexia  

    Het herstel van de eigenwaarde en de opbouw van een positief zelfbeeld 

    Hoogsensitiviteit en psychoses

    Hoe werkt een psychose?

    Uitwegen uit de psychose

    Hoogsensitiviteit, drugs en alcohol p

    De schaduwzijde van extreme verbondenheid

    De schaduw van hoogsensitiviteit

    Zijn hoogsensitieve mensen automatisch ook altijd integer?

    Compensatie of camouflage voor gespleten persoonlijkheden?

    Een tegengewicht voor ernstige jeugdtrauma’s

    De schaduw die schaduwen kan zien

    De doorbraak van wezenlijke informatie kanaliseren

    De positieve intentie van Hoogsensitiviteit 

VI Relaties, seksualiteit en opvoeding

    Hoogsensitieven onder elkaar

    Hoogsensitieve vriendsc

    De delicate zoektocht naar een partn

    Hoogsensitiviteit, relaties en valkuilen

Hoogsensitief x hoogsensitief p 275

Hoogsensitief x gedreven en gepassioneerd

Hoogsensitief x autistis

Andere zorgrelaties

Hoogsensitief x narcistisch

Hoogsensitief x psychopathie

    Relatievrees

    Wezenlijke verwarring

    Biseksueel of toch niet?

    Hoogsensitieve seksualit

    Hoogsensitief en zwanger

    Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen

    Hoe hoogsensitieve kinderen patronen van hun ouders overnemen

Boekbespreking F. Van Groningen: Leven zonder filter

Nawoord


vrijdag 30 oktober 2020

Slapeloze nachten (Hoogsensitief - Anders Bekeken, aanvulling 22)

 

Hoogsensitief – Anders Bekeken (Aanvulling 22 ) –

Slapeloze nachten


Slapeloze nachten zijn absoluut niet het bedenkelijke privilege van hooggevoelige mensen, maar bij de meeste hoogsensitieven die hieraan lijden, kunnen er een aantal duidelijke oorzaken benoemd worden, die in zekere mate specifiek zijn voor hun hoogsensitiviteit.

- Een eerste oorzaak van chronische slaapstoornissen ontstaat als volgt:

Empathie is de drijvende kracht achter je dagelijks functioneren als hoogsensitief persoon. Voortdurend hou je rekening met wat je oppikt en aanvoelt qua vragen en behoeften van de mensen om zich heen. Hierdoor kom je gedurende de dag veel te weinig aan jezelf toe. Je eigen behoeften worden wakker, op het moment dat je in slaap zou moeten vallen, of nadat je kort en diep hebt geslapen. Ondanks de vermoeidheid is er een deel van jezelf dat klaarwakker is en dat jou dus het slapen belet. Soms creëren hoogsensitieve mensen een autonome schaduwdeelpersoonlijkheid rond hun oningevulde persoonlijke behoeften, die elke nacht opnieuw het bewustzijn overneemt nadat de ik-persoonlijkheid zich na een vermoeiende dag van steeds weer lopen, springen en zich aanpassen aan anderen, te slapen heeft gelegd. Er zijn ook hooggevoelige mensen bij wie dit een chronisch fenomeen is of bij wie dit slechts af en toe gebeurt.

Wat tijdens dergelijke slapeloze nachten gebeurt, is dat alle frustraties en ergernissen ten opzichte van de mensen die het maar al te normaal vinden dat jij ten dienste van hen leeft, vorm aannemen. Dit wordt meestal gevolgd door de al even grote frustratie die gepaard gaat met het besef van alles wat men voor zichzelf had willen en moeten doen, maar niet gedaan heeft. Indien dit patroon zich dag na dag herhaalt, vele jaren aan een stuk, ontstaat er dus een schaduwdeelpersoonlijkheid die als positieve intentie heeft voor de eigen grenzen op te komen en aan zichzelf toe te komen;

Wat je kan doen als je dan toch onder invloed van dergelijke emoties de slaap niet kan te pakken krijgen, is plannen maken met betrekking tot hoe je het in het vervolg aan boord zal leggen om hier verandering in aan te brengen. Lukt het je desondanks de volgende dagen en weken nog niet om het roer om te gooien en meer evenwicht te vinden tussen er zijn voor jezelf en er zijn voor de anderen, ga dan niet aan de slaappillen maar zoek therapeutische hulp voordat je gezondheid en je relaties al te erg gaan lijden onder de gevolgen van het slaapgebrek.


- Een ietwat onschuldiger fenomeen is last hebben van overprikkeling. Je bent moe, je kruipt in je bed, je valt eventueel kort in slaap en wordt dan weer wakker, of je kan de slaap helemaal niet vatten. Dit kan zowel het geval zijn na een drukke dag waarin je weinig aan jezelf bent toegekomen of na een intense dag waarin je louter dingen hebt gedaan waar je intens van hebt genoten. Het punt is dat je niet de tijd hebt genomen om alle ervaringen van die dag te verwerken, innerlijk tot rust te komen en je aarding te hervinden alvorens je naar bed bent gegaan. Moe of niet moe, elk hoogsensitief mens heeft behoefte aan een uurtje (of langer) om tot zichzelf te komen na een intense dag, ongeacht hoe laat het is en hoe vroeg je de volgende dag terug uit de veren moet. Beter wat later gaan slapen nadat je tot rust bent gekomen, dan snel naar bed gaan en niet kunnen slapen.

- Bij de meer extreme vormen van hooggevoeligheid kan er nog een derde fenomeen bovenop komen: als gevolg van een logische vermoeidheid ben je ’s nachts niet langer in staat om je af te schermen ten opzichte van mensen met wie je een empathische band hebt. Het kan nu zijn dat je tijdens je slaap met hun emoties meeleeft, wat zich meestal vertaalt in het dromen van andermans dromen. Het kan ook zijn dat het meebeleven van wat er in een ander omgaat je uit je slaap houdt. In dat geval kan het helpen om je laatste restje bewustzijnsenergie aan te wenden om jezelf met behulp van gerichte visualisaties te centeren, te aarden en jouw energie te scheiden van die van de ander. Meebeleven met mensen met wie je een intieme band hebt of ten opzichte van wie je een intiem verlangen koestert, blijft altijd iets waar je als extreem hoogsensitief persoon alert op moet zijn. En vaak kan je niets anders dan het gewoon laten gebeuren, omdat de empathische band te sterk is om de gevoelsmatige uitwisseling te onderbreken. Erover kunnen praten met de mensen om wie het gaat, is in dit geval aangewezen.


*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij

Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124



zondag 28 juni 2020

Help! Ik heb de foute emoties!? (Hoogsensitief - Anders Bekeken, aanvulling 21)

Hoogsensitief - Anders Bekeken (Aanvulling 21) –
.Help! Ik heb de foute emoties!?

In doorsnee gezinnen waar geen kennis aanwezig is over hoogsensitiviteit, wordt aan hooggevoelige kinderen in de regel aangeleerd om hun heftige emoties te onderdrukken. Over de problemen die hieruit voortvloeien kan je lezen in mijn blogs van   24/8/2017 (Terug leren omgaan met emoties) en 15/10/2017 (Het herstel van de eigenwaarde en de opbouw van een positief zelfbeeld).
 Heel wat hooggevoelige kinderen worden er daarenboven keer op keer mee geconfronteerd dat de aard van hun emoties en de inhoud van wat ze voelen verkeerd is. Hierbij gaat het meestal niet alleen om hun ouders en de andere volwassenen om hen heen, maar vaak ook om hun leeftijdsgenoten. Enkele van de meest voorkomende voorbeelden:
- Je wordt verondersteld een feestje of een uitstap leuk te vinden, maar je vindt het niet leuk. Je voelt je verplicht te doen alsof je het leuk vindt en je voelt je schuldig omdat dit niet zo is. Je vindt het saai, oninteressant, onaangenaam, beklemmend, maar dit zijn de verkeerde emoties in de ogen van de anderen.
- Je vind het leuk om in je eentje in de tuin te zitten op de schommel, of om in het gras wat te zitten fantaseren. Of je zit het liefst alleen op je kamer met een boek of met een film op je i-pad. Maar dat behoor je saai te vinden. Je hier goed bij voelen is het verkeerde gevoel volgens de feedback die je krijgt;
- Sommige mensen die door iedereen afgekeurd en bespot worden vind je leuk omdat ze vriendelijk tegen je zijn of zelfs verlegen op jou reageren, terwijl ze alle anderen uit de weg gaan. Je wordt verondersteld om hen rare freaks te vinden, maar je voelt iets anders. Ze zijn anders dan de anderen en dat trekt jou net aan. Maar dat mag niet.
- Je bent heel vaak bang voor nieuwe situaties en voor gebeurtenissen waar anderen zich weinig of niets van aantrekken. Je krijgt steeds weer te horen dan die angst onnozel is, dat je zwak bent, dat je angst nergens op slaat. Ondanks dat je angst de verkeerde emotie is, krijg je die maar niet weg..
- Je voelt je opgelucht omdat er een uitstap of een evenement afgelast is, terwijl er van je verwacht wordt dat je teleurgesteld of verdrietig bent. Je zou als enige willen juichen maar dan wordt je bekeken alsof je gek bent.
- Je vindt spelletjes en activiteiten die iedereen leuk vindt maar niks. Maar dat mag je niet tonen en dus ook niet voelen.

Doordat dergelijke situaties zich maar al te vaak herhalen, raakt het hooggevoelige kind ervan overtuigd dat er iets mis is met hem. Het vecht tegen zijn eigen emoties, tegen zijn intuïtie en probeert steeds wanhopiger iets anders te voelen dan wat het voelt, want het wil niet steeds afgekeurd worden. Wat natuurlijk niet lukt. Hierdoor ontstaat steeds meer innerlijke verwarring en wordt het zelfbeeld alsmaar negatiever. Ons zelfbeeld wordt immers het sterkst gevormd door onze emoties en niet door de objectieve feiten van hoe we eruit zien, wat we kunnen en hoe we in het leven staan. Deze emoties worden sterk gekleurd door de reacties van anderen. Als de reacties van anderen op onze emoties systematisch negatief zijn, kleurt die negativiteit ons zelfbeeld veel sterker dan indien ze over onze objectieve kwaliteiten gaan.
Hoogsensitieve mensen die op een dergelijke traumatiserende manier zijn opgevoed, zijn extreem kwetsbaar ten opzichte van oordelen van anderen. Elk negatief oordeel treft immers hun toch al wankele zelfbeeld. Bij sommigen mondt dit zelfs uit in kwetsbaar zijn om in een psychose terecht te komen. Een belangrijk aspect van het psychotisch bewustzijn is immers dat dit gepaard gaat met een onwankelbare zekerheid. Deze compenseert de extreme innerlijke onzekerheid die het gevolg is van het systematisch twijfelen aan de eigen gevoelens en emoties, ook al wordt die zekerheid opgehangen aan een psychotisch waanbeeld. Een voorbeeld:
Een jonge vrouw die met de hierboven beschreven afkeuring van haar eigen emoties was opgevoed, kwam in een situatie terecht die ze als zeer bedreigend ervoer. Ze leefde samen met iemand die zeer manipulatief was, zelfmoordneigingen had en tezelfdertijd zeer vernietigend in haar oordelen was over haar. Maar omdat die persoon op jonge leeftijd door haar ouders uit huis was gezet na een jeugd vol mishandeling, mocht ze alleen maar mededogen en begrip voor haar voelen. Haar echte gevoelens – angst en afkeer – waren taboe. Zo was ze immers opgevoed. Haar toch al grote onzekerheid werd op een gegeven ogenblik tot een climax gedreven waarna ze in een psychose terechtkwam. In die psychose ervoer ze de irrationele zekerheid dat ze onkwetsbaar was omdat ze toch op weg was om te transformeren tot een Goddelijk wezen.

Uiteraard is de schade die wordt aangericht bij hoogsensitieve kinderen door hen ervan te doordringen dat ze de verkeerde emoties beleven, lang niet altijd even groot. Het hangt er onder meer vanaf of ze hier alleen in staan of indien er lotgenoten zijn (bv een broer of zus) met wie ze hun zelftwijfels kunnen delen. Samen kunnen ze dan bv tot de conclusie komen dat wat zij voelen helemaal geen onzin is. Wie hier echter alleen in staat en steeds opnieuw de boodschap krijgt dat de eigen emoties verkeerd zijn, bouwt een erg kwetsbare persoonlijkheid op.
Het genezen van dergelijke wonden kan slechts gebeuren in een sociale omgeving die begrip heeft voor de heftige en vaak afwijkende emoties van hooggevoelige mensen. Leren om systematisch je eigen emoties onder ogen te zien, toe te laten en als normaal en waardevol te beschouwen is de enige remedie om het negatieve zelfbeeld en de bijbehorende kwetsbaarheid te overwinnen, ongeacht hoe veel die emoties afwijken van die van je gemiddelde medemens en van wat er door de band genomen van je verwacht wordt.

Uiteraard treft dit fenomeen niet alleen hoogsensitieve kinderen. Maar bij hen is de impact gemiddeld zwaarder en wel om de volgende redenen:
- Hoogsensitiviteit gaat vaker gepaard met afwijkende emotionele behoeften en dus met onbegrepen emotie.
- Emotionaliteit speelt gemiddeld een grotere rol in het bewustzijn van hooggevoelige mensen dan bij anderen. Het meest uitgesproken is dit bij de minderheid van extreem hoogsensitieven bij wie denken en voelen samengaan in een holistische beleving. Elke gedachte is een gevoel en elk gevoel is tezelfdertijd een gedachte. Elke afwijkende en/of sociaal ongewenste gedachte is bijgevolg ook een ‘fout’ gevoel.En wie foute gevoelens beleefd, kan toch geen 'goed mens' zijn?  De schade die dergelijke -vaak onbewuste -  redeneringen aanricht aan het zelfbeeld en de eigenwaarde van hooggevoelige mensen, kan bijgevolg groot zijn, vooral als we er ook rekening mee houden dat de gewetensfunctie van hoogsensitieve mensen heel wat dominanter is dan gemiddeld.


*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij
Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124


maandag 15 juni 2020

Visualisatie: een filter tegen de emotionele achtergrondruis

De Kunst van het Visualiseren (29) – Een filter tegen de emotionele achtergrondruis

Op elke plek waar we komen, is er achtergrondgeluid. Als dit achtergrondgeluid ons vertrouwd is, merken we het eenvoudigweg niet op. Pas als het verandert, dringt het zich aan ons bewustzijn op. In elke samenleving en in elke niche van onze samenleving is er ook zoiets als ‘emotionele achtergrondruis’. Hiermee doel ik op de overheersende emoties die door de meeste mensen gedeeld worden en die bijgevolg dominant zijn. Ook deze merken we niet op indien we eraan gewoon zijn. Een voorbeeld:
Indien de drukte in de stad tijdens een verlofperiode verandert in een vakantiesfeertje is de emotionele achtergrondruis veranderd van ‘stressy’ naar ontspannen. In Gent, tijdens de jaarlijkse Gentse feesten is dit heel sterk merkbaar, dan wordt de stadsstress tien dagen lang ingeruild door hectische feestvreugde. De stad voelt anders aan omdat de emotionele achtergrondruis veranderd is. Iedereen reageert hierop. De één wordt er enthousiast van en laat zich erin meeslepen, de ander vlucht ervan weg, maar het laat niemand onberoerd. Voor de vaste stadsbewoners is de emotionele stress die gepaard gaat met gehaastheid, gebrek aan privacy en algemene drukte zodanig normaal, dat ze deze niet wordt opgemerkt. Van zodra de vakantieperiode voorbij is, voelt voor hen de stad weer ‘normaal’ aan.

Hoe hoogsensitiever men is, hoe sterker men wordt beïnvloed door de emotionele ruis waarmee men wordt omringd. Zich hiervoor kunnen afsluiten wordt in sommige gevallen een noodzaak, maar voor velen is dit zeer moeilijk.
Zo was het bv anno 2020 voor velen erg stresserend om tijdens de lockdown die was ingesteld in reactie op het Coronavirus en de bijbehorende Covid-19 pandemie, permanent de sfeer van angst, onzekerheid en wantrouwen te voelen. Men hoeft zich hier niet bewust van te zijn om er last van te hebben. De angst en de onzekerheid sluipen de eigen gemoedstoestand binnen - of daar nu reden toe is of niet – en maken vaak oude traumatische angsten wakker, ook deze waar men allang mee in het reine dacht te zijn.

Een visualisatie om dit soort ongewenste emotionele invloed buiten jezelf te houden, kan een belangrijk hulpmiddel vormen om bij jezelf te blijven. Het is immers belangrijk om in je eigen emotionele sfeer te kunnen blijven indien de emoties die op de achtergrond van de samenleving spelen een ongewenste invloed uitoefenen.
Vooraleer we de visualisatie opbouwen, moeten we nog een ander aspect in rekening brengen: het is voor elk van ons in zekere mate zinvol om te weten hoe de algemene emotionele sfeer van onze samenleving in elkaar zit. We zijn immers een deel van deze samenleving, geen eenlingen die hierbuiten staan. De mate waarin het dus zinvol is om ons bewust te zijn de emotionele achtergrondruis door ons er niet totaal voor af te sluiten, varieert van mens tot mens.
Voor mensen die een sociale job uitoefenen zal het bv van belang zijn om voeling te houden met wat er op emotioneel vlak speelt in de samenleving en het zal voor deze mensen dan ook zinvoller zijn om bewust mee te beleven met de fluctuaties en veranderingen hierin, dan om zich er zoveel mogelijk voor af te schermen. Voor kwetsbare mensen die veel harmonie nodig hebben om emotioneel in evenwicht te blijven, zal het daarentegen zinvol en nodig zijn om zich maximaal af te schermen.

Of het al dan niet zinvol is om mee te beleven met de overheersende emoties in je omgeving kan ook een karmische reden hebben en niet louter een praktische. Meebeleving met angst en onzekerheid kan bv oude angsten in jezelf wakker maken die anders onder de oppervlakte zouden zijn gebleven, maar waarvan het dringend tijd wordt om ze aan te pakken, zodat je eindelijk bepaalde stappen kunt zetten waar je anders niet aan toe zou komen.
De emotionele omgevingsruis kan in andere situaties gewoonweg stimulerend zijn, zodat het juist positief is om je erdoor te laten overspoelen. Dat laatste maakt iedereen mee die gestresseert op vakantie vertrekt en zich op de vakantiebestemming weet te ontspannen dankzij de ongedwongen en blijmoedige sfeer die er hangt. Ondergedompeld worden in dat soort achtergrondruis werkt in dit geval helend.

Wat zinvol is voor ons, toetsen we het best af aan ons individuatieproces. Hierbij moeten we ons de volgende vragen stellen: Wat is het meest gunstig voor ons om op lange termijn verder te kunnen groeien? Welke mate van afscherming is het meest zinvol in het kader van ons individuatieproces? De aangewezen symbooltaal is in dit geval de Stroom van Eigen Essentie. De symbooltaal die we nodig hebben in functie van afscherming vinden we terug in de begrenzing van onze persoonlijke ruimte, van onze aura dus. Dit leidt tot de opbouw van een visualisatie waarin beide elementen een evnewaardige rol krijgen:
Na de gebruikelijke inleiding (ontspannings- en ademhalingsoefeningen, aarding en centering van de aandacht) maak je je een voorstelling van je aura. Dit is de ruimte die jij nodig hebt voor het ontplooien en beleven van jouw emoties, gevoelens en gedachten en waarin de emotionele achtergrondruis binnendringt. Je focust je aandacht op de begrenzing van de aura, de energetische huid die er als het ware omheen is gespannen. Je visualiseert energiekanalen die door de aurarand heen lopen. Deze vertrekken allemaal vanuit hetzelfde punt boven je hoofd, buigen naar buiten zoals de meridianen op een wereldbol en komen onder je voeten terug samen.
Ergens ver boven je hoofd visualiseer je een zee van licht, of de zon. De stroom van licht (of de zonnestraal) die alle informatie bevat die voor jouw ontwikkeling is bestemd, vertrekt vanuit de zee van licht (of vanuit de zon) en maakt contact met het beginpunt van de energiebanen boven je hoofd. Deze lichtenergie stroomt nu binnen in de energiebanen die door de aurarand lopen. Helemaal onderaan, daar waar ze weer samen komen, voegt er zich een tweede stroom van aarde-energie bij, die omhoog stroomt tot in het punt waar de energiebanen boven je hoofd samen komen.
Door deze visualisatie uit te voeren stel je feitelijk aan je onbewuste de vraag of de mate waarin je je afschermt zich kan aanpassen aan wat nu, in deze situatie, zinvol voor je is in het kader van jouw individuatieproces. Als de stimulans om als mens te blijven groeien zich verbindt met wat je op dit moment kunt aarden of waarmaken op het vlak van afscherming, dan worden de emotionele ladingen die uit de omgeving op je afkomen, in de juiste mate gefilterd.. Enkel datgene wat zinvol is voor jou, oefent een invloed uit op de inhoud van jouw aura. De rest blijft buiten.

*********

Deze tekst vormt een hoofdstuk van mijn nog te verschijnen boek De Kunst van het Visualiseren

Boeken en activiteiten: zie www.henkcoudenys.be
Teksten en copyright: Henk Coudenys;
Gelieve niets van deze uitgave te vermenigvuldigen of te publiceren, op eender welke wijze, zonder toestemming van de auteur.