zaterdag 2 juni 2018

De invloed van de hormonale cyclus bij hoogsensitieve vrouwen


De invloed van de hormonale cyclus bij hoogsensitieve vrouwen
(Hoogsensitief – Anders Bekeken, aanvulling 13)

Voor de mannelijke helft van de wereldbevolking is de invloed van de hormonale cyclus op het mentaal en emotioneel functioneren van vrouwen een groot raadsel. Hiervoor zijn meerdere redenen, waarvan de belangrijkste wellicht bestaat uit het feit dat we al meer dan tienduizend jaar in een patriarchale maatschappij leven, een samenleving die gedomineerd wordt door mannen en waarbij alles wat typisch vrouwelijk is als onbelangrijk beschouwd wordt. Sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is er op dat vlak weliswaar reeds veel veranderd, maar het feit dat één van de weinige dingen die een vrouw echt van een man onderscheiden nog steeds zowel een taboe-onderwerp is als iets wat vooral onbegrepen is – en waar tegenover bovendien veel onbegrip bestaat - illustreert dat we nog lang niet op een evenwichtspunt zijn aanbeland waarin mannen en vrouwen elkaar als evenwaardig behandelen.
Het stadium waarin de zogenaamde emancipatie van de vrouw momenteel is aanbeland, lijdt onder de verwarring tussen het opheffen van kunstmatige rollenpatronen en het wegmoffelen van natuurlijke verschillen tussen mannen en vrouwen. Het wegwerken van de kunstmatige verschillen die teweeg gebracht worden door de rollenpatronen die patriarchale maatschappij aan zowel mannen als vrouwen heeft opgedrongen, is terecht. Het wegmoffelen van de natuurlijke verschillen in functioneren en kwetsbaarheid, ten einde te kunnen bewijzen dat vrouwen op precies dezelfde manier kunnen functioneren als mannen, is een nieuw onrecht bovenop het oude.
Wat hierbij geen onbelangrijke rol speelt is het feit dat vrouwen veel meer pijn kunnen verdragen dan mannen. Bevallen is immers zodanig pijnlijk dat vrouwen met een even lage pijntolerantie als de gemiddelde man eerder zeldzaam zijn. Dit is het gevolg van duizenden jaren natuurlijke genetische selectie. De pijn en het ongemak die in de aanloop tot de menstruatie door een groot percentage van de vrouwen wordt ervaren, wordt onderdrukt, zonder klagen ondergaan en stilgezwegen omwille van het masculiene waanidee dat dit de evenwaardigheid tussen man en vrouw in de weg zou staan. De meeste vrouwen doen dit met behulp van de hoge pijntolerantie die hen eigen is.

Wat ik meen te begrijpen is dat er tijdens de menstruatiecyclus twee belangrijke pieken zijn die elkaar cyclisch afwisselen:
Het eerste hoogtepunt treedt op rond de periode van de eisprong en gaat gepaard met een toegenomen zelfvertrouwen en mentaal evenwicht. Tijdens die dagen bevindt zich niet alleen de mentale controle op zijn hoogtepunt, maar tevens de uitvoerende creativiteit. Het vermogen om altruïstisch en extravert te functioneren is op zijn sterktst.
Naarmate deze fase ten einde loopt, botsen vrouwen steeds meer op de grenzen van wat ze aankunnen. De hormonale pieken die uiteindelijk leiden tot het loslaten van de baarmoederwand met zijn niet bevruchte eicel, zorgen ervoor dat het mentaal functioneren steeds lastiger wordt en het intuïtief en emotioneel functioneren de overhand begint te nemen.
Het tweede hoogtepunt is van emotionele aard en treedt op tijdens de dagen voorafgaand aan de menstruatie en ebt weg naarmate de menstruatieperiode haar einde nadert. De interactie met de omgeving is nu hoofdzakelijk emotioneel van aard. De behoefte aan emotionele verwerking van alles wat in de voorafgaande weken is gebeurd, leidt tot een verhoogde kwetsbaarheid omdat er in de praktijk zelden voldoende tijd en ruimte kan worden gemaakt om aan die behoefte te voldoen. Het ontvangen van intuïtieve indrukken is maximaal, wat de behoefte aan verwerkingstijd nog vergroot.
Consequent hiermee functioneert men introverter en dit heeft tevens zijn weerslag op de creativiteit. Deze bevindt zich nu eerder in de fase van het ontvangen en verwerken van inspiratie en is gericht op veiligheid en afscherming. Archetypische emoties tijdens het begin van de menstruatie zijn opluchting en teleurstelling. Het eerste is een reactie op de angst om ongewenst zwanger te worden, het tweede treedt op als reactie op een onvervuld verlangen om zwanger te worden. Ik noem het archetypische emoties omdat ze diep ingegrift zitten in het collectief onbewuste van de vrouw. Deze emoties laten zich niet temmen door bv de wetenschap dat men het al dan niet zwanger worden onder controle kan hebben met behulp van efficiënte voorbehoedsmiddelen.
Dit hoogtepunt in emotioneel functioneren, wordt vaak als een dieptepunt beoordeeld, maar dit is vooral het gevolg van het onvermogen van onze huidige maatschappij om vrouwen de kans te geven zich in hun doen en laten aan die cyclus aan te passen.
Het begin van de cyclus, tijdens de eerste dagen na de menstruatie, wordt door de meeste vrouwen ervaren als een nieuw begin, waardoor men zich ook het best kan afstemmen op nieuwe taken en projecten. Het oude wordt achter zich gelaten, het nieuwe krijgt een kans. Vanuit het gezichtspunt van de instinctieve drang om zwanger te worden gaat het ook om een nieuwe kans. Het is dan ook logisch dat het functioneren van de persoonlijkheid zich hier onbewust aan aanpast. De al even diepgewortelde opluchting niet zwanger te zijn, kan tijdens deze fase doorwerken onder de vorm van lichtheid en luchtigheid. De risicoperiode is immers nog niet aangebroken.

De mate waarin deze cyclisch terugkerende verschillen ervaren worden, verschilt van vrouw tot vrouw. Wat me uit gesprekken met hoogsensitieve vrouwen duidelijk is geworden, is dat de pieken en dalen in emotionaliteit, mentaal functioneren en zelfvertrouwen die binnen de maandelijkse cyclus optreden, bij hen heftiger zijn dan voor andere vrouwen. Dit lijkt me volledig in overeenstemming met het feit dat hoogsensitiviteit gepaard gaat met een gevoeliger zenuwstelsel, dat logischerwijze heviger reageert op wisselende hormonale niveaus. Vermoedelijk is het percentage van hoogsensitieve vrouwen die aan een premenstrueel syndroom lijden, consequent hiermee eveneens hoger dan het gemiddelde.
De typische kenmerken van hoogsensitiviteit, met name de gevoeligheid voor emotionele en lichamelijke overprikkeling, de heftigheid van de emotionele reacties en verwerkingsprocessen alsook de intuïtie, komen sterker tot uitdrukking tijdens de premenstruele periode en tijdens het begin van de maandstonden. De meer extraverte aspecten van hoogsensitiviteit zoals de natuurlijke drang anderen te helpen vanuit empathische interactie en de scheppende creativiteit, komen sterker tot expressie tijdens de periode rond de eisprong, waarin zelfvertrouwen en mentaal overzicht pieken.
Bij de extremere vormen van hoogsensitiviteit kan de emotionele piek gepaard gaan met het overspoeld worden door intuïtieve indrukken, wat slechts opgevangen kan worden door zich in een emotioneel veilige situatie terug te trekken die hen toelaat zich wat meer af te schermen en te accepteren wat hen overkomt.

Elke vrouw die zich in het vruchtbare gedeelte van haar leven bevindt, heeft feitelijk nood aan soepele werkregimes waarbij ze haar vermogen om zich emotioneel, mentaal en creatief in te zetten kan aanpassen aan de fase waarin haar menstruatiecyclus zich bevindt. Bij hoogsensitieve vrouwen is deze nood vaak zodanig hoog dat ze geen andere keuze hebben dan zich uit het zichtbare leven terug te trekken tijdens de emotionele pieken. Dit lukt het best als ze een zelfstandig beroep hebben waarbij ze hun taken naar believen kunnen verdelen over de hen beschikbare tijd.
Hoogsensitieve vrouwen zijn onderhevig aan een sterkere vorm van psychosomatiek dan gemiddeld. Al wat tijdens de eerste weken van de menstruatiecyclus op hen af komt en dat ze niet kunnen verwerken, lijdt tot het moeizaam doorbreken van de menstruatie. Loslaten kunnen ze immers pas nadat alles een plaats heeft gekregen. Het lichaam beleeft hierin mee. Indien gebeurtenissen in emotionele zin niet losgelaten kunnen worden, leidt dit tot het moeizaam loslaten van de baarmoederwand en komen de maandelijkse bloedingen maar moeilijk op gang.
Omgekeerd zijn hoogsensitieve vrouwen vaak erg gevoelig voor de effecten van therapeutische verwerkingsmethodes en beleven ze het loslaten van oude emotionele ladingen zeer lichamelijk met als resultaat soms het vervroegd beginnen van de maandstonden of het uiteindelijk doorbreken ervan nadat deze soms meerdere weken op zich hadden laten wachten.

In vergelijking hiermee is de mannelijke beleving van het dagelijks leven erg vlak, zelfs voor hoogsensitieve mannen. Bij hen zijn het vooral de al dan niet toevallige gebeurtenissen en de keuzes die ze maken die invloed uitoefenen op hoe ze functioneren. Van een onontkoombaar innerlijk ritme is geen sprake.

Heel wat hoogsensitieve vrouwen hebben een ontregelde menstruatiecyclus waarbij zowel de eisprong als de menstruatie vaak erg lang op zich laten wachten. Vrijwel altijd gaat het om vrouwen die het moeilijk hebben om een innerlijk levensritme te ervaren en aan te houden. Grenzen zijn hen op veel vlakken onbekend of toch op zijn minst erg relatief. Dit vertaalt zich op lichamelijk en hormonaal niveau in het wegvallen van de cyclische structuur die eigen is aan het functioneren van een vrouwenlichaam. Hoogsensitieve vrouwen met een sterke innerlijke structuur en duidelijke grenzen hebben daarentegen over het algemeen een regelmatige en betrouwbare menstruatiecyclus. In de mate waarin hun maatschappelijk leven het hen toelaat, passen zij zich op een natuurlijke manier aan in hun doen en laten aan de mogelijkheden die deze cyclus in hen oproept.

*****

Deze tekst vormt een aanvulling op 
mijn boek Hoogsensitief - Anders Bekeken; isbn 9789077101001,  die zal opgenomen worden in de volgende druk.

zondag 27 mei 2018

De kracht van het meevoelen


De kracht van het meevoelen

Een pasgeboren kind stemt zich emotioneel volledig af op zijn moeder. Voor de baby is zijn moeder zo niet alles, dan toch zijn allerbelangrijkste zin om te leven. Ze is de bron van levenslust, emotionele en fysieke veiligheid. Bij mij was dat niet anders. Alleen: mijn moeder was levensmoe, ziek van hart en ziel, uitgeput van lichaam. Het verhaal gaat dat ze na mijn geboorte zes weken tussen leven en sterven heeft gezweefd. Echt levenslustig is ze nadien nooit meer geworden, tot aan haar dood, zesendertig jaar later.
Bij hoogsensitieve mensen blijft die kinderlijke afstemming op de moeder veel langer intact dan gemiddeld. Ook wordt deze gemakkelijk overgedragen op andere mensen met wie men een intieme band aangaat. Die afstemming bestaat erin dat je intens meeleeft met wat er in de ander omgaat, vooral rond de thema’s aarding, veiligheid en levensvreugde.
Zesendertig jaar lang was ik op die manier afgestemd op een gebrek aan levensvreugde, vanuit de instinctieve behoefte gevoed te worden op het vlak van aarding en veiligheid, een contradictie die mag tellen en tot een ingesleten patroon was verworden. Het heeft me tijdens mijn jeugdjaren fel omlaag getrokken. Slechts als ik me voor haar emoties wist af te schermen, stroomde mijn enthousiasme voor het leven op volle kracht. Dit gebeurde vaak, maar nooit overvloedig, regelmatig maar nooit langdurend. Daarvoor was de band tussen ons te sterk, de verbondenheid te onverbrekelijk. Ik zag haar graag. En nog steeds.
Het is pas recent - meer dan een halve eeuw oud ben ik terwijl ik dit schrijf – dat me de consequenties van dit jeugdtrauma in al hun complexiteit zijn duidelijk geworden. Ik heb een inwendige radar voor de noodkreet van mensen die hun levensvreugde verliezen. Ik verbind me automatisch met hen. En telkens weer trekt het me in eerste instantie omlaag. Dit gebeurt volautomatisch, onbewust, zonder dat ik er erg in heb. In tweede instantie volgt de zoektocht naar op wie ik reageer en wat er precies aan de hand is. Vervolgens doe ik alles wat in mijn vermogen ligt, om het emotionele leed van die ander te lenigen. En vaak ga ik daarbij over mijn grenzen, trekt dit patroon me uit mijn eigen levensstroom. Zo ging het tot voor kort, tot er een nieuw inzicht langzaam maar zeker doordrong.
Als pasgeboren kind ben je niet in staat om te geven via het empathisch contact dat je met je moeder hebt, toch niet langdurig, niet krachtig genoeg om de slinkende levensvreugde te counteren van een postnatale depressie om U tegen te zeggen. Daarvoor zijn je eigen behoeften te groot. Als volwassene ben je dat wel. Het empathisch contact met een ander verloopt in twee richtingen. Het hoeft niet meer automatisch zo te zijn dat de zielepijn van een ander mijn hart zodanig krachtig overspoelt dat het me afsnijdt van mijn eigen levensvreugde. Het kan ook in de omgekeerde richting werken.
Sinds ik de historische pijn, die stamde uit de band met mijn al lang overleden moeder, heb gescheiden van de pijn van andere mensen waarmee ik me automatisch en onbewust verbind, wordt ik me niet alleen sneller bewust van wat er gebeurt, maar verliest de stroom van levensenthousiasme in mezelf niet langer zijn kracht. Ik beeld me in dat ik deze levensdrang nu via mijn hart doorgeef aan diegene met wiens gebroken levenswil ik mee beleef. En of het nu werkt of niet, het trekt mij alvast niet meer naar beneden. Ook de drang om -vaak tegen beter weten in - al mijn aandacht te investeren in wat ik kan doen opdat die ander zich weer beter zou gaan voelen, is niet langer onbeheersbaar.

Veel hoogsensitieve mensen hebben om de een of andere autobiografische reden een dergelijk patroon. Ze beleven automatisch mee met de een of andere problematiek van andere mensen en investeren veel energie in het oplossen hiervan. Het empathisch contact dat daaraan ten grondslag ligt, kan echter ook gebruikt worden om op een andere manier te helpen, eentje die veel minder energie kost: blijf verbonden met de innerlijke kracht van jouw menselijke kwaliteiten en je eigen levensvreugde en laat die ander hiervan meegenieten. Wie daarvoor ontvankelijk is, zal zichzelf leren behelpen. Wie dit niet ontvangt zal ook door jou niet duurzaam geholpen kunnen worden, ongeacht hoeveel je hierin investeert. 

*****

Deze tekst vormt een aanvulling op 
mijn boek Hoogsensitief - Anders Bekeken; isbn 9789077101001,  die zal opgenomen worden in de volgende druk.

zaterdag 17 maart 2018

Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen

Het opvoeden van hoogsensitieve kinderen

Bij hooggevoelige kinderen manifesteren zich van in het prille begin twee persoonlijkheidskernen: de wezenlijke en de persoonlijke. Vanuit zijn wezenlijk bewustzijn reageert een hoogsensitief kind volkomen anders dan vanuit zijn ik-bewustzijn. Dit heeft belangrijke consequenties voor de opvoeding. Bij kinderen met een gewone gevoeligheid domineert de ik-persoonlijkheid. Hun wezenlijke kern is soms wel zichtbaar, maar vertaalt zich niet of nauwelijks in hun reacties en gedragingen. Zij zijn veel kneedbaarder en kunnen gemakkelijker gesust worden. Hen opvoeden is bijgevolg veel eenvoudiger.
Hooggevoelige kinderen worden reeds vanaf hun prille babytijd gedomineerd door hun wezenlijke persoonlijkheidskern. Van zodra ze wakker zijn kijken ze zeer helder in het rond en willen ze meer dan hun jonge lichaampje reeds kan. Ze vatten ook meer dan waaraan ze
uitdrukking kunnen geven. Enerzijds zijn dergelijke kinderen daardoor vaker gefrustreerd dan gemiddeld, anderzijds spreiden ze een enorme ontwikkelingsdrang tentoon. Ze willen overal bij zijn, alles zien en
alles horen.
Uiteraard wordt dit afgewisseld met fasen waarin ze net als andere
kinderen functioneren en overheerst worden door datgene waar hun
lichaam aandacht voor vraagt: honger, dorst, vermoeidheid, ongemakken. Hun aan het lichaam gebonden ik-bewustzijn is weliswaar niet dominant, maar dat wil niet zeggen dat het zich niet kan laten gelden. Vermoeide hooggevoelige kinderen zijn daarin niet anders dan andere kinderen, maar tegen die vermoeidheid vechten ze in de regel wel meer en langer.
Door de frequente manifestaties van hun volwassen wezenlijke kant zoeken ze systematisch ervaringen op die voorbij de grenzen liggen van wat ze in het kader van hun lichamelijke, emotionele en intellectuele ontwikkeling aankunnen. Dit is niet alleen vaak frustrerend maar ze confronteren zichzelf met een overmaat aan prikkels die ze daarenboven minder goed aankunnen dan andere kinderen omdat ze dankzij hun hoogsensitiviteit veel intenser op alles reageren.
Het gevolg hiervan is dat ze zich gedurende de dag afwisselend zeer extravert opstellen en zeer introvert. Tijdens de introverte fasen hebben ze zeer veel bescherming, emotionele veiligheid en voorspelbaarheid nodig. Veel hoogsensitieve kinderen evolueren na enkele jaren tot pseudo-autistjes die bang zijn voor nieuwe situaties en absoluut niet communiceren met onbekende mensen, maar die in het gezelschap van de mensen bij wie ze zich veilig voelen niet gauw genoeg krijgen van nieuwe en grensverleggende ervaringen.
De grootste moeilijkheid is de vaak zeer grote discrepantie tussen wat ze kunnen en aankunnen, tussen hun sociale rijpheid en hun kinderlijk onvermogen om de bijbehorende emoties te verwerken, tussen hun
intellectueel en spiritueel inzicht en hun kinderlijke, emotionele
onrijpheid.
Hooggevoelige kinderen hebben zonder uitzondering meer aandacht nodig dan gemiddeld, intensere begeleiding in het naar buiten komen met zichzelf en in het omgaan met maatschappelijke situaties. Ze
hebben veel langer dan gemiddeld de behoefte aan emotionele veiligheid, maar tezelfdertijd veel sneller nood aan verantwoordelijkheid en uitdagingen.
Hooggevoelige kinderen die van zodra ze kunnen praten diepzinnige vragen stellen over de dood of over de zin van het leven zijn geen uitzonderingen. Met kluitjes in het riet en kinderverhaaltjes kun je je er als volwassene niet vanaf maken bij hen. Sociaal gevoelige situaties zoals spanningen tussen de ouders, zieke mensen in de familie of vriendenkring, scheidingen of andere grote-mensenproblemen houden hen bezig tot ze er een bevredigend inzicht in krijgen. De moeilijkheid is om als ouder voldoende informatie en inzichten mee te geven om hun wezenlijke kant te bevredigen en daarin toch niet te ver te gaan omdat hun kinderlijke ik-persoonlijkheid in emotioneel opzicht lang niet alles aankan wat ze koste wat kost willen weten.
Hooggevoelige kinderen moeten niet alleen in dat opzicht tegen zichzelf beschermd worden. Ook als het gaat om hun tijdsbesteding neigen velen onder hen ertoe over hun eigen grenzen te gaan. Ze plannen van alles en nog wat zonder rekening te houden met hun emotionele kwetsbaarheid en met de tijd die ze nodig hebben om weer tot zichzelf te
komen nadat ze veel prikkels te verwerken hebben gekregen. Of ze doen het tegenovergestelde: ze zijn zodanig gericht op prikkelvermijding dat ze nauwelijks iets doen waar ze echt deugd van hebben. Hen helpen om het evenwicht te vinden tussen dingen doen die hen in hun sociale en creatieve ontwikkeling stimuleren en tijd nemen om tot rust te komen vormt een belangrijk aspect van hun opvoeding.
Bij het leren omgaan met hun eigen grenzen, die in de regel totaal afwijken van die van hun leeftijdsgenoten, hoort het aanreiken van kaders en rituelen. Maar zichzelf onderwerpen aan een strikte planning botst bij velen met hun wezenlijke eigenwijsheid, terwijl ze er zich wel beter bij voelen. Op tijd naar bed gaan, op regelmatige tijdstippen eten, tijd vrij maken voor lichaamsbeweging in de buitenlucht, op tijd en stond iets creatiefs doen waarbij ze niet tezelfdertijd met allerlei onnodige prikkels overladen worden zijn veel voorkomende onderwerpen waar vroeg of laat een strijd rond ontstaat.
Enerzijds zijn hooggevoelige kinderen dus zeer veeleisend qua tijd en energie die ze vragen in hun opvoeding, anderzijds zijn het enorm dankbare kinderen juist omwille van hun sociale vaardigheden, creativiteit, quasi-volwassen inzichten en niet in het minst vanwege de zeer intense emotionele wisselwerking die je met hen hebt. Elk hooggevoelig kind heeft zijn eigen unieke handleiding, die je als ouder gaandeweg ontdekt. Wat voor de een werkt, werkt niet noodzakelijk voor de ander. Er zijn hooggevoelige kinderen die zeer goed functioneren met de strikte kaders die ook voor autistische kinderen ideaal zijn.
Anderen hebben juist baat bij een soepele omgang met de leefregels waaraan ze onderworpen worden. Heel wat hooggevoelige kinderen hebben meer slaap nodig dan gemiddeld, andere net minder. Maar eens je als ouder de specifieke handleiding van jouw hoogsensitief kind door hebt en systematisch toepast, voelen ze zich veilig en geborgen. Dit geeft hen de kans zich te ontwikkelen in de richting die zich via hun wezenlijke inspiratie aan hen kenbaar maakt.
Wat dat betreft zijn er veel hooggevoelige kinderen die meerdere interesses hebben en dus heel wat keuzemogelijkheden als het aankomt op studies, hobby’s en later op jobs. Bij andere manifesteert er zich vroeg of laat één specifieke richting. Hoe dan ook kan je hooggevoelige
kinderen maar beter niet stimuleren om hobby’s of studies te doen waar ze in wezen een weerstand tegen voelen. Wat dat betreft zijn ze absoluut niet kneedbaar. Ze vervellen op slag tot rebellen of ze worden vreselijk depressief. Als ze niet (of nog niet) weten wat ze willen, rest je als ouder maar één mogelijkheid: geduldig afwachten tot ze zelf hun richting ontdekken. Al wat je hen opdringt of oplegt is gedoemd om te mislukken. Doordat het wezenlijke op het persoonlijke domineert, is de invloed van wat van binnenin komt altijd sterker dan wat van buitenaf komt. Opvoeding komt nu eenmaal van buitenaf, wezenlijke
inspiratie van binnenin.
Veel hooggevoelige kinderen zetten ondanks hun grote emotionele kwetsbaarheid vroeger dan gemiddeld hun eerste stappen in het openbaar leven. Dit gebeurt als gevolg van sociaal engagement, of dankzij hun creativiteit. Anderen wachten net veel langer dan gemiddeld en blijven bv zeer lang studeren om op die manier het innemen van hun plek in de maatschappij uit te stellen. Maar beide uitersten hebben wel gemeen dat ze in emotioneel opzicht veel langer kind blijven dan gemiddeld en dus veel langer nood hebben aan emotionele veiligheid en steun van hun ouders. Enkel door hieraan gehoor te geven, geef je hen wat ze nodig hebben. Doe je dat niet, dan zoeken ze die veiligheid bij een ander en duurt het veel langer eer ze in emotioneel opzicht op eigen benen komen te staan. Surrogaatouders kunnen immers zelden op een bevredigende wijze hun echte ouders vervangen. Doe je dat wel, dan ontwikkelen ze zich op hun eigen tempo tot zeer zelfstandige, emotioneel volwassen mensen. 

*****

Dit is een hoofdstuk uit het boek 'Hoogsensitief - Anders Bekeken', ISBN 978 90 77101 100
© 2016.


 

woensdag 14 maart 2018

Hoogsensitief - Anders Bekeken (Aanvulling ): Controlearts stress

Controlearts stress

Heel wat hooggevoelige mensen lopen vroeg of laat tegen een burnout aan en worden daardoor tijdelijk of langdurig werkonbekwaam. Vooral de meer extraverte types zijn hier kwetsbaar voor omdat ze zich intens sociaal engageren. In combinatie met hun hoogsensitiviteit leidt dat in de regel tot meer verantwoordelijkheid op zich nemen dan ze op lange termijn kunnen blijven volhouden, zich onmisbaar maken in hun job (of binnen de organisatie waarin ze actief zijn) en zeer veel overprikkeling op hun hals halen. Doordat er uiteraard ook positieve aspecten zijn aan die situatie houden ze het vaak lang vol: het geeft namelijk een wezenlijke voldoening om zinvol bezig te zijn door anderen te helpen. Maar na de burnout komt er een periode van heroriëntatie, van het leren kennen van de eigen kwetsbaarheid en grenzen, het leren omgaan met de beperkingen én de mogelijkheden van hun hoogsensitiviteit. Het gevolg is dat velen simpelweg niet naar hun oude job terug kunnen keren omdat ze dankzij die zoektocht leren hoe ze met zichzelf moeten omgaan om niet te hervallen, terwijl de vroegere werksituatie zich absoluut niet leent voor het vinden van evenwicht tussen engagement en zichzelf beschermen tegen overprikkeling en zich overwerken. Uit een burnout klauteren heeft veel gemeen met het overwinnen van een depressie. Cruciaal hierbij is dat men zich leert te focussen op wat wel kan, wat wel goed is, wat positief aanvoelt, op datgene waar men energie van krijgt. Door de aandacht te verleggen naar hoe men op basis van de eigen kwaliteiten in het leven kan staan – en moet staan om het vol te kunnen houden op lange termijn – komt men terug in een positieve gemoedstoestand en begint de levensenergie opnieuw te stromen. Maar net als na een depressie, heeft men na een burnout een verhoogde kwetsbaarheid ten opzichte van de prikkels die aan de basis lagen van de psychische overbelasting. Een terugval ligt om de hoek te kijken van zodra men afwijkt van het nieuw ingeslagen pad, van zodra men in de oude gewoontes terugvalt. Dat laatste is nu echter precies waarop controleartsen, werkloosheidsinspecteurs en werkwinkelconsulenten zich op focussen: herintegratie in het arbeidscircuit. In eerste instantie wordt die reïntegratie eenvoudigweg gezien als zo snel mogelijk weer terug aan het werk gaan in de vroegere job. Voor redelijk wat mensen vormt het in dat geval een oplossing om deeltijds te gaan werken in plaats van voltijds, maar voor de meesten is dit de kortste weg naar de terugvallen in een toestand van burnout of depressie. Het is moeilijk om aan werkloosheidsambtenaren en vooral aan controleartsen duidelijk te maken hoe de vork precies in de steel zit en waarom men eenvoudigweg niet terug kan naar hoe het vroeger was. Het gevolg hiervan is een stressvolle zoektocht naar attesten van specialisten die hen wel ernstig nemen. Dit maakt echter dat men zich volledig moet focussen op alles wat niet gaat, wat men niet kan, wat er mis is gelopen in het verleden en opnieuw mis kan lopen in de toekomst. Hierdoor raakt men de voeling kwijt met de positieve stroom die men vaak met veel tijd en moeite heeft opgebouwd. Voor de meeste mensen die zich in die situatie bevinden leidt een nakende confrontatie met een controlearts daarom op zich reeds tot een terugval in de oude problemen.

Een bijkomend probleem is dat hoogsensitieve mensen in de regel een zeer frisse uitstraling behouden ondanks dat ze zich beroerd voelen. Dit alles maakt op de controlearts de indruk alsof ze zo weer aan het werk kunnen maar het niet willen. Dit alles is het gevolg van het feit dat onze maatschappij een probleem heeft: een eenzijdige fixatie op prestatiedruk in van prikkels vergeven omstandigheden. Alleen daardoor komt het dat hoogsensitiviteit op weg is om als een psychiatrische stoornis beschouwd te worden. Alleen door de ontmenselijking van de doorsnee werkomstandigheden ontstaan er bij veel hoogsensitieve mensen problemen zoals burnouts op het werk. Het terug ‘vermenselijken’ van de samenleving en zeker van de werkomstandigheden zou anderzijds niet alleen voor hoogsensitieve mensen zeer heilzaam zijn.

*****

Deze tekst vormt een aanvulling bij het boek Hoogsensitief - Anders Bekeken (isbn 9789077101100)

dinsdag 27 februari 2018

Hoogsensitiviteit en reïncarnatiepsychologie – Een brug te ver?

Hoogsensitiviteit en reïncarnatiepsychologie – Een brug te ver?

‘Ik heb u en het boek even opgezocht op het net en ik bots op een eerste struikelblok....reincarnatie'psychologie'??
Ik ben academisch opgeleid, wat niet betekent dat ik niet open sta voor 'alternatieve' denkpistes maar dit is me toch een brug te ver, met alle respect. Vriendelijke groeten, A. B.
’

Van deze reactie op mijn boek ‘Hoogsensitief – Anders Bekeken’ schrik ik niet. Vanuit de gevestigde academische wereld is dit het enige mogelijke respectabele en logische oordeel. Zelf ben ik opgeleid als bioloog en ken ik de wetenschappelijke denkprocessen door en door. In de biologie is alles veel meet- en quantificeerbaarder dan in de menswetenschappen, in casu de psychologie. Maar toch heb ik voor mezelf een uitbreiding van het wetenschappelijk geaccepteerde denkkader nodig en wel om de volgende reden: in de realiteit bots ik namelijk al te vaak op zowel menselijke problemen als menselijke kwaliteiten die niet op een logische manier te verklaren zijn met het huidige denkkader van de psychologie. Ter vergelijking: tijdens de vorige eeuw hadden de meest vooraanstaande fysici eveneens met waarnemingen te maken die niet strookten met de gevestigde inzichten die door Newton en co waren uitgewerkt. Het leidde tot Einsteins relativiteitstheorie en tot de quantumfysica, twee wetenschappelijke theorieën die niet in taal uit te drukken zijn, tenzij je je van metafysische metaforen bedient. Als het over de uitbreiding van het psychologisch denkkader gaat in de richting van reïncarnatiepsychologie, beschouw ik mezelf niet als een grensverleggend pionier. Ik ben alleen maar goed in het consequent toepassen van een theorie waaraan door anderen is vorm gegeven. Einstein, Planck, Heisenberg en co waren daarentegen groots in hun denken en hun pionierswerk. De resultaten van hun werk zijn overigens nog steeds onbegrijpelijk voor de gewone mens.
De les die ik hieruit geleerd heb, als wetenschapper, is: wijken bepaalde waarnemingen consequent af van wat de theorie voorspelt, negeer ze dan niet, maar zoek naar een logische verklaring via een uitbreiding van de theorie.
Niet zelden gaat het om hoogsensitieve personen indien het verklarend gehalte van de huidige psychologie te kort schiet. Ik geef twee voorbeelden:
1/ Een (hooggevoelige) vrouw van ongeveer vijfendertig had een succesvolle carrière als advocate, een bevredigende relatie en verder geen sociale of praktische moeilijkheden. Toch leed ze onder een verregaand gevoel van zinloosheid, alsof haar leven doelloos en uitzichtloos was. Na een ganse resem therapeuten en therapieën die noch een verklaring, noch een oplossing voor haar innerlijk lijden boden, onderging ze een regressie. Het verhaal dat ze herbeleefde leek zich ergens af te spelen in het Midden-Oosten en was even banaal als grauw. Ze ervoer zichzelf als een jonge vrouw die leefde in een kamp waar niets te beleven viel en waar alleen maar andere vrouwen leefden, één en al uitzichtloosheid en verveling. Uit een nabijgelegen legerkamp stal ze een jeep waarmee ze de woestijn inreed. Auto rijden kon ze niet. Ze reed zich te pletter en stierf. Einde verhaal. Maar bizar genoeg betekende deze regressie tevens het einde van haar innerlijke lijdensweg. Tijdens de weken erna ervoer ze opnieuw levensvreugde en kon ze haar leven zoals het nu was volledig ontvangen, voor het eerst en blijvend.
Een redenering die vanuit klassieke psychologische hoek in dergelijke gevallen vaak gemaakt wordt is dat het om ‘dekherinneringen’ zou gaan, met andere woorden: een fantasieverhaal dat alle emoties bevat van een echte herinnering, maar herwerkt tot een ander verhaal dan wat werkelijk is gebeurd. Nogal ver gezocht, die theorie, zeker als je met mensen te maken hebt die hun jeugd reeds tot in detail hebben uitgeplozen. De gerenommeerde psychiater Raymond Moody, de pionier van het onderzoek naar bijna-doodervaringen schreef vanuit zijn eigen praktijk een boek over dergelijke resultaten van reïncarnatie- en regressietherapie. Hierin bekent hij geen verklaring te hebben voor de positieve effecten ervan, maar dat hij desondanks niet in reïncarnatie gelooft. Een wetenschappelijk principe stelt nochtans dat aan de eenvoudigste theorie die het grootst verklarend vermogen heeft, de voorkeur moet gegeven worden. Reïncarnatiedenken biedt in dit geval een eenvoudige en logische verklaring die tevens een groot verklarend vermogen heeft. Klinkt ‘dekherinneringen’ nu echt logischer?
2/ Een hoogsensitieve en hoogbegaafde vrouw van halfweg de veertig was opgegroeid in een gezin dat gedomineerd werd door een aan alcohol verslaafde vader die erop los sloeg indien hij dronken was. Waarvoor en wanneer hij kwaad en agressief zou worden was onvoorspelbaar. Het enige voorspelbare was dat hij vrijwel voortdurend dronken liep. Hij stierf aan de gevolgen van zijn alcoholmisbruik toen haar adolescentie aanbrak. Met haar moeder had ze niet de minste gevoelsband; ook kreeg ze van haar nooit bescherming. Ze was de favoriete pispaal en boksbal van haar vader. Ze werd daarenboven voortdurend door haar moeder weggeduwd, letterlijk en figuurlijk. De enige liefde die ze zag tijdens haar jeugd was die van haar moeder voor haar jongere broer. Compenserende vader- of moederfiguren waren er niet in haar leven.
Zo iemand groeit normaal gezien op tot een volwassen mens met zware hechtingsstoornissen en een borderlinepersoonlijkheid. Toch was dit niet zo in haar geval. Ze genoot en geniet de voordelen van een zeer sterke innerlijke verbondenheid waarop ze als volwassen mens steevast kan terugvallen. In tegenstelling tot de meeste van haar lotgenoten herhaalt ze de destructieve relatie van haar ouders niet in haar eigen leven. Ze gaat door het leven als een empathisch mens met even weinig of even veel emotionele en hechtingsmoeilijkheden als iemand die een doorsnee jeugd zonder zware traumatisering heeft genoten.
Het ontwikkelen van een evenwichtige, stabiele persoonlijkheid onder ernstig traumatiserende omstandigheden valt niet te verklaren vanuit de ontwikkelingspsychologie. Toch komt het regelmatig voor. Het denkkader van de reïncarnatiepsychologie biedt hier wel een hypothetische verklaring voor: de innerlijke verbondenheid en stabiliteit kan je tijdens vorige levens ontwikkeld hebben (net zoals andere talenten waarmee je geboren kan worden). In het geval van deze vrouw diende ze dit dus niet te ontwikkelen, maar kon ze terugvallen op een zeldzaam goed ontwikkelde menselijke kwaliteit die ze reeds bij haar geboorte had.

Ik schat dat voor minstens negentig procent van de psychische mogelijkheden en moeilijkheden de huidige ontwikkelingspsychologie een afdoende verklaring kan bieden. De uitzonderingen op deze regel behoeven een alternatieve verklaring, net zoals quantumprocessen of gemeten afwijkingen van de zwaartekracht en de lichtsnelheid niet kunnen verklaard worden door de Newtoniaanse fysica. Reïncarnatiepsychologie biedt een poging hiertoe, niets meer maar ook niets minder.

donderdag 8 februari 2018

Boekbespreking F. Van Groningen: Leven zonder filter


Boekbespreking F. Van Groningen: Leven zonder filter

Ik heb lang geaarzeld alvorens me het boek ‘Leven zonder filter’ van Fleur Van Groningen aan te schaffen. Een oud stemmetje in mij vindt elke bestseller al bij voorbaat verdacht. Het is echter een zeer goed boek. Het gaat wel degelijk over hoogsensitiviteit in al zijn facetten, maar het behoeft toch wat duiding omdat het vrijwel uitsluitend over één vorm van hoogsensitiviteit gaat, namelijk de extreme vorm. ‘Leven zonder filter’ is een autobiografisch verhaal waarin – zo blijkt na het gelezen te hebben – het leren omgaan met en het overwinnen van de gevolgen van ernstige jeugdtrauma’s een even belangrijke rol speelt als het leren hanteren van extreme hoogsensitiviteit. Dit kan bij de argeloze lezer een vertekend beeld oproepen van de doorsnee hoogsensitieve persoonlijkheid. Vandaar dat ik het best wel zinnig vond om via een bespreking van dit boek mogelijke misverstanden te ontmijnen.

Het boek heeft als ondertitel: ‘mijn ervaring met hoogsensitiviteit’. Ook de tekstjes op de achterflap hebben het enkel en alleen over hoogsensitiviteit. Nu is het zo dat de publiciteitstekst op de kaft en de inhoud van een boek een verschillend doel hebben en bijgevolg lang niet altijd als vlag en lading even nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd. De uitgever bepaalt wat op de kaft komt en wil dat het boek daardoor maximaal aandacht krijgt en zo goed mogelijk verkoopt, terwijl de auteur de inhoud voor zijn rekening neemt en vooral zijn of haar verhaal wil doen.
‘Leven zonder filter’ is het goudeerlijke autobiografische relaas van een extreem hooggevoelige vrouw die daarenboven de nefaste gevolgen van zeer ernstige jeugdtrauma’s heeft overwonnen. Ongemerkt lopen deze twee verhaallijnen door elkaar heen. Een ondertitel van het genre ‘hoe ik dankzij mijn hoogsensitiviteit de gevolgen van kindermisbruik heb overwonnen’ zou enerzijds meer recht doen aan die tweede rode draad uit het leven van de auteur, maar mogelijk was dit vanuit het gezichtspunt van de uitgever minder interessant. En ook: de auteur wou duidelijk een positief verhaal brengen, volledig in overeenstemming met hoe ze haar eigen leven ervaart. Vandaar vermoedelijk dat het misbruik slechts enkele keren vermeld werd, zonder er dieper op in te gaan.
Wie echter met deze problematiek vertrouwd is, leest tussen de regels door heel veel wat niet geschreven is en herkent veel van de problemen die de auteur tijdens haar leven heeft weten te neutraliseren, als typisch voor de trauma’s van een misbruikt kind, ongeacht of dit kind nu hoogsensitief is of niet.
Dit wil echter niet zeggen dat er van hoogsensitiviteit geen sprake zou zijn. Integendeel beschrijft haar verhaal in detail het wel en wee van een extreem hooggevoelig persoon en de typische aanpassingsmoeilijkheden aan onze maatschappij die daarmee gepaard gaan. Ik noem het ‘extreme hoogsensitiviteit’ om de volgende redenen: ze heeft vanaf haar prille kindertijd spontane vorige-levensherinneringen, geeft blijk van een zeer heldere intuïtie die gepaard gaat met heldervoelendheid, spontane transpersoonlijke ervaringen en een zeldzaam goed ontwikkeld intuïtief psychologisch inzicht in haar medemensen. Dit is lang niet bij alle hoogsensitieve personen zo.
Uit het boek blijkt dat ze dat psychologisch inzicht weliswaar niet zomaar cadeau heeft gekregen, maar het heeft ontwikkeld als nevenproduct van het werken aan zichzelf. Maar het intuïtieve karakter dat het klaarblijkelijk heeft aangenomen, waarbij ze zonder veel bewust analyseren of nadenken kan plaatsen wat in een ander omgaat, krijg je niet met scholing alleen. Zoiets is typisch voor extreme hoogsensitiviteit.
Terecht vermeldt Fleur Van Groningen dat veel hoogsensitieve mensen ernstige trauma’s oplopen met dank aan de combinatie van extreme empathie en een naïef geloof in de goede bedoelingen van de mensen met wie ze in contact komen. Ik zou hier nog aan willen toevoegen dat veel daders over een pervers soort intuïtie lijken te beschikken die hen helpt om gemakkelijke slachtoffers precies aan hun sterk empathisch vermogen te herkennen. Dit betekent echter nog niet dat traumatisering van hooggevoelige mensen een algemene regel is. Hooggevoelige personen die zonder trauma’s hun jeugdjaren weten te doorworstelen, leggen bijgevolg een grondig verschillend traject af dan dat van Fleur Van Groningen, wat betreft de integratie van hun andere manier van functioneren.
Om dit te verduidelijken nemen we een kijkje in het leven van een hoogsensitieve leeftijdsgenote van de auteur, die ik voor de gelegenheid Kat zal noemen, een vrouw die ik al vanaf haar geboorte ken. Net zoals Fleur oefent Kat een creatieve job uit, heeft ze het aartsmoeilijk met menselijke drukte en onnodig lawaai en vermijdt ze overprikkeling. Ze is muzikaal begaafd en op een onopvallende manier hoogbegaafd, behalve voor wie haar goed kent. Ze heeft haar grenzen vaak met veel moeite moeten verleggen alvorens ze haar plek wist te vinden in de wereld, maar heeft intussen al vele jaren een bevredigende job en een stabiele relatie. Tot zover de frapante gelijkenissen. Nu de verschillen:
Kat is opgegroeid in een gezin waarin ze naast maximale basisveiligheid ook van jongsafaan geaccepteerd werd in haar hooggevoelig zijn. Tijdens haar tienerjaren vertoonde ze een sterke neiging tot verliefd worden op een onbereikbaar persoon, maar toen die man een aantal jaren later toch niet zo onbereikbaar bleek te zijn, zijn ze met elkaar in zee gegaan. Ze zijn nog steeds samen. Dit staat in scherp contrast met het moeizame gestruggle van Fleur doorheen haar opeenvolgende relaties met veelal foute mannen en haar veelvuldige verliefdheden op onbereikbare mensen. Kat kan zich in sommige gevallen intens inzetten om een ander te helpen zijn of haar problemen op te lossen, maar verliest zich daar nooit voor al te lange tijd in. Op het verwaarlozen van zichzelf door voortdurend op een ander gericht te zijn, laat ze zich niet betrappen. Voor Fleur daarentegen vormde dit lange tijd een gevaarlijke valkuil. Kat werd door haar moeder en haar oudere zus tijdens haar tienerjaren enkele malen dwingend gestimuleerd om naar een feestje, pretpark, optreden of een fuif te gaan, ten einde haar sociale geremdheid te overwinnen, maar de hartsgrondige ‘neen’ die ze achteraf zei tegen dergelijke ervaringen, werd telkens gerespecteerd. Ze heeft zichzelf dan ook nooit verloren in tot mislukken gedoemde pogingen om zich aan te passen aan de relatieve prikkelongevoeligheid en de behoefte aan sensatie van haar leeftijdsgenoten, in tegenstelling tot wat we kunnen lezen in de autobiografie van Fleur.
Deze verschillen illustreren zeer duidelijk het contrast tussen hoogsensitiviteit in combinatie met traumatisering en hoogsensitiviteit die gepaard gaat met een geïntegreerde basisveiligheid. Kat heeft nochtans ook haar worsteling moeten voeren om een verward tot negatief zelfbeeld te overwinnen dat het logische gevolg was van de grondige verschillen tussen haar en haar leeftijdsgenoten. Maar met hoe meer basisveiligheid je dit proces kan aanvatten, hoe gemakkelijker je om de valkuilen heen loopt. Een als kind getraumatiseerd hoogsensitief persoon begint daarentegen met een gigantische handicap aan dit proces.
Het verhaal van Kat is jammer genoeg nog steeds een relatieve zeldzaamheid in onze westerse samenleving en de meeste hoogsensitieve personen bevinden zich qua traumatisering en aanpassingsmoeilijkheden ergens tussen Fleur en Kat in. Op de niet hooggevoelige lezer van ‘Leven zonder filter’ kan het ongewild overkomen dat alle hoogsensitieven extreem kwetsbaar zijn voor relaties met narcisten en psychopaten, voor manipulatieve pseudogoeroes en voor foute vrienden die met hun gevoeligheden geen rekening houden, maar de werkelijkheid is dat de meesten onder hen weliswaar dergelijke dingen meemaken, maar het na één of twee van dergelijke relaties en vriendschappen al snel over een andere sociale boeg gooien.
Een jarenlange herhaling van vertrouwensbanden aangaan met inherent onbetrouwbare mensen is een typisch gevolg van langdurig of herhaald emotioneel en lichamelijk misbruik in de kindertijd, in combinatie met opgroeien tussen mensen die in emotioneel opzicht onbetrouwbaar zijn. Het onbetrouwbare wordt op die manier het vertrouwde en aan wat vertrouwd is in de kindertijd hecht men zijn instinctieve zoektocht naar veiligheid. Het doorbreken van een dergelijke psychologische paradox is niet vanzelfsprekend en vraagt voor de meeste slachtoffers veel meer tijd dan Fleur Van Groningen hiervoor nodig heeft gehad.
De neiging om de eigen problemen uit de weg te gaan door zich blijvend te focussen op het oplossen van andermans moeilijkheden, is een bekend gevolg van het verdringen trauma’s. Deze verschuiving dient om te vermijden dat men in zichzelf op zoek gaat naar de verdrongen herinneringen. Ook dit is dus allesbehalve typisch voor hoogsensitiviteit, maar des te meer voor getraumatiseerde persoonlijkheden.

Los van dit alles is ‘Leven zonder filter’ een uitermate goed geschreven en interessant boek, dat bol staat van de praktische inzichten en tips om te leren omgaan met hoogsensitiviteit. Ook de niet hoogsensitieve lezers die beter met hun eigen emoties willen leren omgaan, kunnen er heel wat uit halen. Op het einde van het boek gaat de auteur kort in op haar manier van omgaan met spiritualiteit. Deze staat voor haar volledig ten dienste van het leven in het hier en nu, wat een zeer welkom contrast is met wat in veel andere boeken over dit onderwerp wordt geschreven.
Het relaas van Fleur Van Groningen illustreert ook een stelling die ik in mijn boek ‘Hoogsensitief – Anders Bekeken’ naar voor heb gebracht, namelijk dat hooggevoelige mensen over een grotere emotionele veerkracht blijken te beschikken dan hun gemiddelde medemens als het gaat over het genezen van psychische trauma’s. Aan het lijstje op p 246 van ‘Leven zonder filter’, waarin ze al het positieve opsomt dat haar hoogsensitiviteit haar heeft gebracht mag mv Van Groningen wat mij betreft het volgende toevoegen:
Dank zij mijn extra lange voelsprieten heb ik op vrij jonge leeftijd reeds de kracht, de ingesteldheid en de geestelijke flexibiliteit ontwikkeld die het me mogelijk heeft gemaakt de gevolgen van mijn vrij ernstige jeugdtrauma’s te overwinnen.

Op de manier waarop Fleur Van Groningen is omgegaan met de moeilijkheden in haar leven en de eerlijke, kwetsbare, maar tezelfdertijd krachtige manier waarop ze er in haar boek mee naar buiten komt, kan maar met één woord gereageerd worden: respect!

maandag 15 januari 2018

Aura - Chakra Psychologie

Aura - Chakra Psychologie

Voor sommige mensen is het de normaalste zaak van de wereld om te praten over hun aura en hun chakra's.  Bij anderen gaat direct de alarmbel rinkelen die hen waarschuwt voor onverantwoorde irrationaliteit van zodra het woord chakra valt.  Zelf schrijf ik boeken die voor twee soorten publiek bestemd zijn: de ingewijden in de aura-chakra taal en de meer rationele zoekers naar zingeving en spiritualiteit die zich vooral richten op het verwerven van psychologisch inzicht en die innerlijke groei zien als het overwinnen van hun beperkingen en het verleggen van hun grenzen.
De theorie die menselijke eigenschappen koppelt aan aura en chakra's vormt voor mij in de eerste plaats een taal. Deze taal maakt het mogelijk om onderwerp per onderwerp naar een mens te kijken, om psychologische eigenschappen te koppelen aan de spontane psychosomatiek waar elk mens aan onderhevig is.  Het levert daarenboven praktisch bruikbare ingangen voor psychotherapeutisch werk.
De theorieën over de menselijke aura en de chakra's zijn ontstaan in de schoot van de Vedische filosofie.  Het zijn geen willekeurige begrippen.  Ze zijn daarentegen tot stand gekomen door middel van zorgvuldige observaties.  Ook wie helemaal niet vertrouwd is met deze terminologie heeft innerlijke ervaringen die ernaar verwijzen.  De spreekwoordelijke krop in de keel is niet zomaar een beeldende manier om uit te drukken dat iemand door emoties overmand wordt en daardoor niet tot spreken in staat is.  Het verwijst tevens naar een zeer tastbare lichamelijke ervaring.  Hetzelfde geldt voor de knoop in de maag die optreedt wanneer men te bang of te gestresseerd is om actie te ondernemen.  Op basis van dergelijke ervaringen werd het expressievermogen aan respectievelijk het vijfde chakra of keelchakra gekoppeld en de energiebeheersing aan het derde chakra dat ter hoogte van maag en plexus gesitueerd wordt.  Heftige emoties werken in op de darmen.  Het emotionele centrum of tweede chakra wordt bijgevolg op een logische manier in de onderbuik gelokaliseerd.  Onze diepe gevoelens ervaren we ter hoogte van ons fysieke hart.  Het hartchakra of vierde chakra, dat als bewustzijnscentrum van deze gevoelservaringen wordt beschouwd, krijgt daar dan ook zijn logische plaats.  Op die manier worden ook het denkvermogen aan het zevende chakra of kruinchakra gekoppeld en het concentratievermogen aan het zesde chakra of derde oog, gewoon omdat we die mentale activiteiten vooral op die plekken in ons lichaam gewaar worden.  Via de stuit en de voeten maken we contact met de aarde als we respectievelijk zitten en staan.  Het eerste chakra of aardechakra wordt gekoppeld aan de stuit en staat in nauw contact met de chakra's van de voeten.   Zo voelt het ook in ons lichaam aan en niet louter in theorie.
Het begrip 'je grenzen bewaren en respecteren' krijgt een veel plastischer invulling indien we dit koppelen aan het idee van een aura om ons heen.  De aura strekt zich uit tot waar ons bewustzijn spontaan reikt.  Als we auto rijden is dit bv tot net rond de buitenkant van ons vehikel.

Merken we bv dat onze ervaring van de realiteit verstoord is, dan kunnen we ons bij wijze van spreken aarden door ons voor te stellen dat de chakra's van onze voeten en onze stuit contact zoeken met de aarde onder ons.  Ervaren we dat anderen over onze grenzen gaan, dan kunnen we een of andere vorm van verdediging rond onze aura visualiseren.  Ons onbewuste begrijpt dergelijke symbooltaal en daardoor hebben die mentale acties ook daadwerkelijk effect.  Lichaamswerk dat zich op een bepaalde regio van ons lichaam focust, heeft een rechtstreeks effect op de psychische eigenschappen die zich in dat deel van ons lichaam lijken te manifesteren.  Een massage van de onderbuik brengt de emoties tot rust; een cranio-sacrale behandeling ontspant de gedachten. 

Het denken in termen van aura en chakra's is zowel de ingang tot een praktisch bruikbare taal, als een veelomvattend begrippenkader waaraan tal van psychologische inzichten gekoppeld kunnen worden.  Het biedt een handvat aan psychologen en psychotherapeuten die zich deze taal eigen maken, om met hun cliënten te communiceren en aan hun problemen te werken.  Alternatieve healers die louter van hun intuïtie gebruik maken, kunnen van datzelfde begrippenkader gebruik maken om de waarnemingen die ze bij hun cliënten doen gemakkelijker te interpreteren.  Wie zich op het eerste chakra van een ander afstemt bv krijgt inzichten over diens vermogen zich te aarden en zich met zijn lichaam te identificeren en niet over andere onderwerpen zoals zijn filosofische ingesteldheid ten opzichte van de wereld.  Dit laatste zal eerder naar boven komen drijven indien de healer zich op het zevende of kruinchakra afstemt.
Om al die redenen maak ik systematisch gebruik van het aura-chakra denkkader.  Het biedtl een handige kapstok om hedendaagse psychologische inzichten een plaats te geven in een bevattelijk kader en het biedt de gelegenheid om de menselijke psyche en het menselijk functioneren onderwerp per onderwerp aan te pakken.  De relatie tussen psyche en lichaam, de psychosomatische verwevenheid van lichaam en geest, wordt dankzij de aura-chakra psychologie tastbaar en begrijpelijk.
Hoe beter je deze taal begrijpt, hoe gemakkelijker het wordt om te communiceren over de mens in al zijn aspecten.  Vandaar dat zowat elk boek dat ik schrijf een korte of langere inleiding tot de aura-chakra psychologie bevat.

Via deze linken vind je meer informatie over mijn boeken: