donderdag 16 januari 2020

Andermans dromen dromen (Hoogsensitief - Anders Bekeken, Aanvulling 20)

Andermans dromen dromen

Hoogsensitieve mensen zijn vaak zeer intuïtief, op het randje van helderziend. De meesten zijn zich daar echter niet bewust van, waardoor de intuïtieve indrukken zich via het geijkte communicatiekanaal van het onbewuste manifesteert, namelijk de droom. Betrokkenheid bij het leven van een ander, nieuwsgierigheid, verliefdheid, bezorgdheid of wanhopig willen weten hoe het met iemand is, het zijn de typische triggers waardoor de intuïtie op iemand wordt gericht en waardoor men zonder het vaak te beseffen oppikt hoe het die ander vergaat en in welke emoties hij of zij verzeild is geraakt. In de praktijk leidt dit onder meer tot het dromen van andermans dromen. Een andere oorzaak van dergelijke dromen kan zijn dat iemand anders met zijn of haar aandacht bij jou hangt. Of een ander dus naar jou uitreikt met zijn gedachten of omgekeerd, het leidt tot indrukken krijgen van elkaar die zich in dromen kunnen vertalen.
Voor mensen die hun dromen bestuderen en ze standaard interpreteren als symbolische verhalen die iets over henzelf vertellen, kan dit zeer verwarrend zijn. Het gaat immers om dromen die niet rechtstreeks iets over jezelf zeggen maar over een ander. Een voorbeeld:
Op een ochtend werd ik wakker uit een droom die me al de halve nacht gekweld had en waarbij ik me in een huis bevond dat op instorten stond. De hele tijd door was ik bezig met het bouwwerk te stutten, maar ik had slechts rotte planken tot mijn beschikking die geen enkele steun boden.
Deze droom herinnerde me aan gelijkaardige dromen die ik had gehad in de aanloop naar mijn echtscheiding enkele jaren voordien. Maar aangezien ik intussen al twee jaar een stabiel vrijgezellenbestaan leefde, kon ik deze droom niet aan dezelfde betekenis linken als toen, namelijk dat ik van mijn onbewuste de boodschap kreeg dat al mijn pogingen om de relatie van toen in stand te houden gedoemd waren om te mislukken. Ik zocht naar een andere interpretatiepiste, waarbij ik ervan uit ging dat het huis symbool stond voor mijn persoonlijkheid. In dit geval zou de droom mij waarschuwen voor een naderende psychose. Met een ongemakkelijk gevoel stond ik op1.
Ik had met iemand afgesproken die ochtend. De vrouw in kwestie vertelde me over haar relatiemoeilijkheden en alle energie die ze erin investeerde in een poging deze op te lossen. Ik voelde onmiddellijk dat er een link was met mijn nare droom van die ochtend. Voor mezelf was ik opgelucht dat deze droom feitelijk een boodschap voor haar had ingehouden en niet voor mezelf. Anderzijds was het pijnlijk om haar de boodschap over te brengen, namelijk dat haar pogingen om haar huwelijk weer op het juiste spoor te brengen wellicht niet meer waren dan wat oplapwerk, maar dat ze geen duurzaam helend effect zouden hebben. Het bleek allemaal te kloppen.

In het voorbeeld hierboven vertelde de droom wel nog op een onrechtstreekse manier iets over mezelf, namelijk dat ik door mijn eigen ervaringen uit het verleden zeer gevoelig was geworden voor gelijkaardige ervaringen van andere mensen. Een andere droom die echter totaal niets met mezelf te maken had, dateert van tijdens een korte relatie die ik had met een vrouw die een nogal bewogen leven achter de rug had en die haar verhaal maar met mondjesmaat loste. Soms waren mijn dromen de aanleiding voor haar om iets meer van haar verleden te onthullen.
Tijdens die droom reed ik in een jeep over kale, slecht onderhouden bergpaden. In de verte hoorde ik een geweerschot. Ik schrok, voelde een ijskoude angst rond mijn hart en werd vervolgens wakker.
Toen ik deze droom aan mijn toenmalige vriendin vertelde, bleek dat zij dit letterlijk had meegemaakt. Ze leefde toen in een onherbergzaam berggebied op de grens tussen Pakistan en Afghanistan. De jeep was deze van de man met wie ze in die tijd een relatie had. Het schot was gelost door de zus van die man, met een jachtgeweer. Door zichzelf in de buit te schieten, pleegde ze zelfmoord. Twee maanden voordien was ze tegen haar zin.

De droom uit dit voorbeeld had het karakter van het soort nachtmerries die iemand heeft die ernstige traumatische gebeurtenissen heeft meegemaakt en waarbij deze herbeleefd worden tijdens de nachtelijke dromen. Ik beleefde dus een plaatsvervangende nachtmerrie.
Er kunnen ook dromen opduiken waarbij je het leven van iemand anders meebeleeft tijdens de periode waarin de feiten zich voordoen. Een voorbeeld:
Ik droomde dat er een zwart schaap in mijn huis naar binnen liep en dat ik het naar buiten jaagde. Het beest kwam echter opnieuw binnen en liet zich niet meer verjagen, waarna ik het optilde en in mijn armen naar buiten bracht. Deze droom speelde zich evenwel niet in mijn eigen huis af, maar in dat van een vriendin. Dit huis was even oud als het mijne en had eenzelfde soort inkomsthalletje met twee deuren na elkaar.
Ze had een grote tuien en daarin graasden de schapen van haar nieuwe, , kleine dieren met zwarte wol van het ras Ouessant. De schapenwei had met heel wat zwakke plekken in de omheining. Bijgevolg braken de dieren regelmatig uit, waarbij ze steeds vaker gewoon het huis binnen liepen. Wat ik in mijn droom beleefde, maakte zij letterlijk mee.
In theorie zou deze de symboliek van ‘het zwarte schaap’ bevat kunnen hebben, wat tot de interpretatie zou leiden dat ik met veel moeite onterechte beschuldigingen aan mijn adres zou hebben ‘buiten gezet’. Er was in die periode van mijn leven echter geen enkele link met dit gegeven aanwezig.

De voorbeelden die ik tot nu toe heb gegeven komen uit mijn eigen leven. Het volgende voorbeeld is van iemand anders, maar die droom had wel betrekking op mijn leven.
De vrouw droomde dat ik me met mijn toenmalige partner op een skipiste bevond waar een springschans stond. Ik durfde niet van die schans af te skiën omdat dit automatisch zou eindigen met een achterwaartse salto en ik bang was om op mijn rug te vallen. Mijn vrouw argumenteerde dat ik niets te vrezen had omdat ze klaar zou staan om me tijdens die salto op te vangen. Ze was kwaad omdat ik haar niet vertrouwde. Uiteindelijk liet ik me door haar overhalen en waagde de sprong. Mijn vrouw stond aan het einde van de springschans, maar liep nonchalant lachend weg net voor ik in volle vaart van de schans afvloog. Ik viel op mijn rug en bezeerde me ernstig.
De vrouw die dit droomde kende ons beiden, maar wist niets over onze relatiemoeilijkheden. Een steeds terugkerend thema hierbij was dat ik mijn toenmalige vrouw op veel vlakken niet vertrouwde en dat ze mij dat kwalijk nam. Die droom toonde haarscherp dat ze effectief niet te vertrouwen was als ik me kwetsbaar opstelde en op haar moest kunnen rekenen.

De neiging om andermans dromen te dromen is uiteraard niet bij elk hoogsensitief mens even sterk. De graad van hooggevoeligheid speelt hierbij een rol, evenals de mate waarin men de eigen intuïtie heeft ontwikkeld. Hoe hoogsensitiever iemand is, hoe gemakkelijker er vermenging gebeurt met de emoties, gevoelens gedachten en onbewuste inhouden van iemand anders en hoe meer kans er is op dromen die niet over iemand anders gaan.
Hoe bewuster iemand bezig is met het ontwikkelen van de eigen intuïtie en hoe langer dat ontwikkelingsproces al aan de gang is, hoe meer kans op dat soort dromen. De leerprocessen uit vorige levens kunnen hierbij een even grote rol spelen als deze uit het huidige leven. Sommige mensen worden immers met een sterk ontwikkelde intuïtie geboren zonder dat ze zich daarvoor hebben ingezet. Dit is steevast het resultaat van leerprocessen uit vorige incarnaties.
De manier waarop de hoogsensitiviteit verpakt zit in de totale persoonlijkheid speelt hier echter geen rol in. Indien de hoogsensitiviteit gecompenseerd wordt door een sterke rationele kant, zal het onbewuste toch zijn werk doen en via dromen aan het bewustzijn doorgeven wat het heeft opgepikt van een ander. Bij hoogsensitieve mensen die openlijk intuïtief en emotioneel zijn zonder dat dit onderdrukt wordt door rationele controle, kan hetzelfde gebeuren. Zij zullen echter minder geschokt zijn indien ze ontdekken dat hun dromen soms een helderziend karakter hebben dan mensen die dit vanuit een hyperrationele ingesteldheid uitsluiten.

Heel wat hoogsensitieve mensen hebben er baat bij om zich te leren afschermen voor andermans zorgen. De meestal heftige dromen die eigenlijk door iemand anders gedroomd zouden moeten worden, verstoren vaak onnodig de nachtrust en de gemoedsrust. Voor het slapen gaan een visualisatie uitvoeren waarin je je aandacht centert en dus bij andere mensen weghaalt en waarbij je je grenzen duidelijk neerzet en je eigen ruimte opvult met je eigen bewustzijnsenergie, is in die zin geen overbodige luxe. Je kan ook simpelweg vragen aan je onbewuste om enkel die dingen te dromen die voor jou persoonlijk van belang zijn.

1 Carl Gustav Jung had tijdens de jaren voordat de eerste wereldoorlog uitbrak enkele dromen die hem met dezelfde angst opzadelden, namelijk dat deze hem waarschuwden voor een psychose. In zijn geval bleken die dromen echter een accurate symbolische weergave te bevatten van het bloedbad dat zich enkele jaren later over Europa zou uitspreiden. Die conclusie kon hij echter pas maken nadat de oorlog zich en zijn volle omvang had ontplooid. 


*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij
Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 

donderdag 12 december 2019

Emoties

Onze emoties zijn als dieren.
Soms zijn het vogels in de verte, hoogvliegers die we in de verte waarnemen maar niet weten te bereiken, zoals onvoorwaardelijke liefde of onwankelbaar vertrouwen
Andere emoties zijn als nachtdieren van wiens aanwezigheid we ons overdag niet bewust zijn:
 de angsten die we niet onder ogen willen zien en onze kleinzieligheden die we uit de buurt van ons bewust zelfbeeld willen houden. Ze zijn vluchtig en niet te vangen - als vleermuizen - of schuw, schichtig, sluw en slim als ratten.
Net zoals een hondenliefhebber zich met zijn huisdier identificeert, zijn er emoties die ons zo vertrouwd zijn dat we ons ermee één voelen.Vertrouwde liefde en blijdschap.  Vertrouwd verdriet, vertrouwde melancholie.
Maar dat huisdier kan ook een kat zijn, die er alleen maar is als zij er zelf zin in heeft en niet als je haar roept en nodig hebt. Passie en gedrevenheid komen niet op commando.  Zelfvertrouwen evenmin.
Er zijn emoties die als een zwerfhond achter ons aan blijven lopen en die we niet van ons af kunnen schudden.  Onzekerheid, wantrouwen, jaloezie, hartstocht.  Hoe harder we ervan weglopen, hoe zekerder we hen na de volgende bocht in ons leven terug zien.
Net zoals er in elk huis spinnen wonen, zijn er emoties waarvan we niet willen weten dat we ze hebben. Het zijn onze diepere angsten, deze die zich genesteld hebben in de structuur van onze persoonlijkheid en de emoties die gebonden zijn aan de geheimen die we al veel te lang met ons meeslepen. 
Andere emoties zijn irritant als muggen in de nacht. Hen kunnen we niet negeren. Ze houden ons immers uit onze slaap.  Vaak zijn het emoties zoals kwaadheid en verontwaardiging, die gepaard gaat met inzichten die we het liefst niet zouden hebben. Of die verliefdheid, dat bedrog en zelfbedrog dat we niet onder ogen willen zien.

Als we onze emoties gevangen zetten, als vogels in een kooi, die niet langer de kans krijgen om te vliegen, verworden ze tot karikaturen van zichzelf.
Als we ze als herten in een omheining opsluiten, waardoor ze niet de ruimte hebben om zich op een natuurlijke manier te ontplooien, dan doen we hen onrecht aan. En onszelf.
Sommige emoties zijn als wolven. We vrezen hen en beschermen ons tegen hen met stalen hekken. we geven ze namen zoals woede, agressie en machtswellust.  Maar meestal zijn ze er niet zonder reden.
Onze angsten zijn als de schapen waar geen wolf nog bij kan. En toch doet de wolf slechts datgene wat moeder natuur hem voor heeft geschapen.
Onze emoties zijn als paarden, gespannen voor een kar, een koets of een strijdwagen. Ze vormen de stuwende kracht waarmee we ons levenspad berijden.
Maar als we de teugels te hard aantrekken, gaan ze steigeren en slaan ze misschien op hol, om pas na een uitputtende, woeste wedren tot staan te komen bij de eerste hindernis waar ze niet overheen kunnen stormen en waarbij ons voertuig over kop gaat.
Veel van onze emoties zijn als wilde dieren. Om met hen vertrouwd te geraken moeten we geduldig de tijd nemen om hun vertrouwen te winnen. We moeten hen accepteren en respecteren, hen laten zoals ze zijn en hen niet proberen te veranderen. Pas dan laten ze toe dat we hen voorzichtig aanraken.
We kunnen leren samen leven, wij en onze emoties, mits wederzijds respect.
Emoties die niet weggejaagd worden, niet gevreesd, niet buitengesloten of onderdrukt, kunnen doen waarvoor ze zijn ontstaan:. 
Ze kleuren ons leven, helpen ons om keuzes te maken en zorgen ervoor dat we op aarde weten te overleven.

zaterdag 30 november 2019

De effectgerichte communicatie van psychopaten en andere manipulatieve persoonlijkheden


Effectgerichte communicatie

De essentie van communicatie bestaat uit het doorgeven van informatie aan elkaar. Dat is de hoofdreden waarom we met elkaar praten.
Daarnaast zijn er heel wat mensen die praten om gevoelens van onbehagen, eenzaamheid of onzekerheid te compenseren. De inhoud van wat ze zeggen, is ondergeschikt aan het effect dat het heeft op henzelf: ze voe­len zich minder onzeker of eenzaam als ze iemand hebben om tegenaan te kletsen. De intentie is in dit geval niet het doorgeven van informatie, maar het bereiken van een gevoel van verbondenheid. Soms wordt dit doel bereikt, meestal niet, maar dat is in de context van dit hoofdstukje over de communicatieme­thodes van psychopaten niet zo relevant. We kunnen deze vorm van communiceren ‘effectgericht’ noemen, maar in dit geval gaat dit niet automatisch gepaard met een vorm van manipulatie. Men beoogt enkel een ef­fect op zichzelf.
De effectgerichte communicatie die door psychopaten gehanteerd wordt, gaat een flink stuk verder. Het principe is simpel: wat je inhoudelijk nu precies zegt, is van totaal ondergeschikt belang. Het enige wat telt is wat jouw woorden te weeg brengen bij iemand anders en hoe ze inwerken op de gemoedstoestand van de ander. Hierbij spe­len timing, intonatie en de context waarin iets wordt gezegd een even grote rol als de woorden zelf. De keu­ze tussen waarheid of leugen, zin of onzin, wordt gemaakt in functie van het effect dat men beoogt: verwar­ring stichten of vertrouwen wekken, iemand om de tuin leiden of zijn zelfvertrouwen destabiliseren, iemands wantrouwen sussen of net aanwakkeren.
De effecten die een psychopaat wil bereiken, zijn steeds dezelfde: verwarring stichten, vertrouwen ondermij­nen, de eigen ongeloofwaardigheid verdoezelen, aandacht krijgen en vasthouden. De achterliggende redenen zijn eveneens beperkt in aantal: het bereiken of bestendigen van een machtspositie of het verwerven of vasthouden van ma­terieel voordeel. Dit gaat vrijwel altijd hand in hand met het beknotten van andermans initiatieven of met het om­buigen van deze initiatieven in functie van hun eigen voordeel. Zelf willen ze alle vrijheid in handen houden om de eigen initiatieven ongehinderd uit te kunnen voeren. Maar wat een psychopaat bovenal wil is aandacht, aandacht en nog eens aandacht. En om dat te krijgen, is het gebruik van woorden een uitstekend middel.
Dit principe begrijpen is niet zo moeilijk. Het telkens weer doorzien in de praktijk is dat wel. Psychopaten hebben er immers het handje van weg om iemands ingangen en zwakke plekken op te sporen. Geen enkele opening laten ze onbenut, of het nu gaat om een interesse, een angst, ambitie of kwetsbaarheid. Al wat ze in hun voordeel kunnen gebruiken, wordt geregistreerd om vroeg of laat ingezet te worden. Woorden spelen daarbij een belangrijke rol.

In een ruimere context bekeken, leidt de communicatie met een psychopaat tot het ondermijnen van je we­zenscontact, tot de verzwakking van je innerlijke verbondenheid, je eigenheid, het contact met je levensstroom en je vermo­gen om te groeien en te evolueren. Elke activiteit die bijdraagt tot het verdwijnen van je zwakke plekken en zwarte vlekken, wordt door de psychopaat gesaboteerd. Hij moet immers zijn openingen koste wat kost zien te behouden. Woorden zijn uitzonderlijk goeie wapens om iemand van zinvolle initiatieven af te brengen, mits je geen moeite hebt om de waarheid geweld aan te doen.
Als een psychopaat je onzeker kan maken door een rechtlijnig standpunt te formuleren en zich daaraan te houden (bv als je bang bent voor blinde autoriteit) dan zal hij dit niet nalaten, tenzij hij net de bedoeling heeft om je vertrouwen te winnen. In dit geval zal hij kiezen voor het formuleren van een genuanceerde mening. Diezelfde psychopaat kan echter als een windhaan van mening veranderen als hij je daardoor van je stuk kan brengen en emotioneel kan ontregelen. Als dat zijn bedoeling is en hij denkt er zijn doel mee te bereiken, zal hij het niet nalaten om van strategie te veranderen.
Effectgerichte communicatie kan afwisselend waarheden en leugens bevatten of alleen uit leugens bestaan. Of alleen uit waarheden. In het eerste geval dienen de waarheden een ingang te forceren om de leugens ver­kocht te krijgen. In het tweede geval dienen de leugens een ingang te scheppen om nog meer leugens ver­kocht te krijgen. In het derde geval dient de waarheid om vertrouwen te scheppen, of om iemand op de kast te jagen, of om een ander effect te bereiken. Er kunnen allerlei redenen achter schuilgaan, behalve de wezen­lijke behoefte om uit waarheidsliefde de waarheid te communiceren. Effectgerichte communicatie dient en­kel het eigenbelang.

In een gesprek met een psychopaat komt het erop aan totaal niet in te gaan op wat hij zegt, maar wel goed te luisteren. Van al wat gezegd wordt, moet je nagaan wat het effect op jezelf kan zijn – of op een derde persoon, waarbij jij als doorgeefluik wordt gebruikt - opdat je de bedoeling achter de gebruikte woorden kan doorgronden. Om hierin te slagen moet je je zelfbeeld goed voor ogen hou­den en stevig verankeren.
De kunst is om te leren denken zoals een psychopaat denkt, zonder echter over te gaan tot het spelen van eenzelfde spel met effectgerichte woorden, want daarin is een echte psychopaat altijd sterker. Hij heeft im­mers geen geweten, jij wel. Indien je toch een steekspel begint, geef je hem slechts nieuwe handvatten om jou verder mee te bewerken.
Communicatie bestaat niet enkel uit woorden. Ook de geuite emoties en de onbewuste boodschappen via de lichaamstaal spelen hun rol. Psychopaten zijn acteurs. Hun lichaamstaal en hun emoties zijn gespeeld. Of ze verraden niets. Een pokerface opzetten kan allerlei effecten hebben. Dit alles dient slechts één doel: jou bespelen, of via jou invloed uitoefenen de buitenwereld.
Het enige diepgewortelde gevoel dat een psychopaat kent en eventueel kan tonen, is innerlijke leegte. Zijn enige echte emo­ties zijn angst, onzekerheid en belustheid op sensatie. Al het andere wordt hooguit oppervlakkig nagespeeld. Maar goeie acteurs komen net door het gebruik van een tikkeltje overdrijving geloofwaardig over op de arge­loze toeschouwer.
Gevoelige mensen reageren systematisch op lichaamstaal en op de emoties die doorklinken achter de woor­den. Bij de communicatie met een psychopaat komt het erop aan dit te beseffen en jezelf de discipline op te leggen om dit niet te doen. Anders geraak je in de war door de opeenvolging van echte en gespeelde bood­schappen. Niet elke psychopaat heeft immers alles van zichzelf onder controle en tussen de bewust toege­paste misleidende boodschappen, sijpelen vaak angst en onzekerheid door. Maar het jammere van de zaak is dat zelfs de echte emoties ingezet kunnen worden om het gewenste effect te bereiken. Echte angst kan bv beschermingsdrang en medeleven opwekken als deze in de gewenste context wordt geplaatst.
Gevoelige mensen zijn om die reden de geprefereerde slachtoffers van psychopaten. Maar hooggevoelige mensen met eigenwaarde zijn de eersten om de non-communicatie van een psychopaat te doorzien en te doorprikken. Voor hoogsensitieve mensen komt het er dus op aan hun kwetsbare plekken te kennen en te he­len, zodat ze niet uit hun eigenwaarde en zelfvertrouwen geduwd kunnen worden. Mits behoud van hun we­zenscontact kunnen ze een psychopaat beter doorzien dan iemand anders. En afschepen.
Veel hooggevoelige mensen doen overigens het tegenovergestelde: ze doen aan ‘effectvermijdende commu­nicatie’, wat feitelijk een variant is op hetzelfde thema. Ze voelen intuïtief aan wat het effect van hun woor­den op een ander zouden kunnen zijn en kiezen ervoor om ze niet uit te spreken, bv opdat een ander zich niet gekwetst of schuldig zou voelen. Ook hiervan maken psychopaten dankbaar gebruik. Ze hebben al snel door dat hoogsensitieve mensen hen om die reden met zijden handschoentjes aanpakken, waardoor ze zich als gemakkelijke slachtoffers opstellen.
In deze context is het een frappante vaststelling dat er zowel in de reclamewereld als in de politiek systema­tisch effectgericht gecommuniceerd wordt. De twee meest invloedrijke sectoren van onze samenleving func­tioneren volgens de regels van de psychopathie. Waar invloed is, is macht te vinden. Macht trekt psychopa­ten aan, die vervolgens de spelregels beginnen te bepalen. Uiteindelijk volgt iedereen in deze sectoren deze spelregels, psychopaat of niet. 

Het zijn niet enkel psychopaten die effectgericht communiceren.  Narcistische persoonlijkheden bezondigen zich hier ook veelvuldig aan, zij het niet altijd.  Dat maakt hen mogelijk nog moeilijker mensen om mee om te gaan dan psychopaten: de helft van de tijd communiceren ze omwille van de inhoud en op andere momenten is het een en al manipulatieve effectgerichtheid.  Als je met een psychopaat te maken hebt en je hebt hem door, dan weet je ten minste waar je aan toe bent.  
Mensen met een ernstige vorm van borderline, manipuleren even vaak met woorden als narcisten.  Ook in dialoog met hen is het altijd aftasten om te weten of je naar de inhoud moet luisteren of dat je het effect moet inschatten van wat ze zeggen.  

                                                                                       *****

 Deze tekst vormt een hoofdstukje uit het nog te verschijnen boek 
Karmische Psychologie deel 4 ~ Aarde & Schaduw
Hfdst III: Psychopathie
 

zondag 13 oktober 2019

Sjamanisme Hier en Nu - Synchroniciteit en Totemdieren.

  Synchroniciteit en totemdieren
Als twee gebeurtenissen gelijktijdig voorvallen, een opvallende symbolische parallel vertonen, maar verder geen causaal verband houden met elkaar (het een is niet het oorzaak van het ander), dan spreken we van synchroniciteit. Dit begrip werd in de analytische psychologie geïntroduceerd door Carl Gustav Jung, in reactie op heel wat dergelijke voorvallen in zijn praktijk als psychiater. Een voorbeeld uit mijn eigen kennissenkring:
Er loopt een kat onder de wielen van de auto van een vrouw. Het is onmogelijk voor haar om het dier te ontwijken zonder een ongeval te veroorzaken en zelf tegen een boom of een tegenligger te rijden. Diezelfde dag heeft ze de samenwerking met een zakenpartner, die al vele jaren een vriendin was, moeten stopzetten omwille van het niet naleven van financiële afspraken. Ze weet dat die vrouw daar financieel onder zal komen te lijden, maar als ze niet ingrijpt, wordt ze zelf de dupe. Beide pijnlijke voorvallen zou ze koste wat kost vermijden indien ze dat zou kunnen zonder zichzelf in gevaar te brengen. Het zakelijk bedrog van haar vriendin is er niet de oorzaak van dat de kat onder haar wielen loopt en de kat is niet de oorzaak van het financieel bedrog. Maar het voorval met de kat symboliseert wel wat er gebeurt tussen haar en die andere vrouw. Het vertelt haar tevens dat ze zich niet schuldig hoeft te voelen, dat het niet te vermijden was wat ze heeft gedaan, tenzij ze haar eigen overlevingskansen had willen ondermijnen.
Synchroniciteit is als een symbolisch geladen droom die zich in de fysieke werkelijkheid afspeelt, net op het ogenblik dat er zich een belangrijk feit in je leven voordoet dat aan die symboliek beantwoordt.
In sjamanistische levensgemeenschappen was men altijd zeer alert op dergelijke gebeurtenissen. Uiteraard werd de hoofdrol in hun geval vrijwel altijd gespeeld door een natuurelement of een dier. Ook in onze eigen volkscultuur zijn er nog sporen terug te vinden van de sjamanistische preoccupatie met synchroniciteit. In de traditionele kruidengeneeskunde werd van generatie op generatie de wijsheid doorgegeven dat men voor de bestrijding van een kwaal dient te kijken naar de kruiden die spontaan in de eigen tuin komen te groeien.
Zo zijn paardenbloembladeren bv uitstekend om een overbelaste lever te zuiveren. Ze duiken in elke tuin op indien ze niet systematisch dood gesproeid worden. Maar wie heeft geen overbelaste lever in onze suiker- en oververzadigde vettencultuur?
Een frappanter voorbeeld van dit principe herinner ik me uit mijn jeugd:
De buurvrouw had zwaar astma. In haar tuin dook spontaan Doornappel op, een giftige plant weliswaar, maar in een juiste dosering is het gedroogde blad een uitstekende astmaremmer. Er werden in de traditionele kruidengeneeskunde sigaren van gerold die opgerookt werden als medicijn tegen astma.
Van sommige sjamanistische culturen is redelijk veel traditionele kennis bewaard gebleven, onder meer over de betekenis die gehecht wordt aan symbolische ontmoetingen met dieren. Zo staat het Amerikaanse stekelvarken bv symbool voor zachtmoedigheid van binnen, in combinatie met zelfbescherming langs buiten. De vos als symbool voor sluwheid, wordt in West-Europa tot op de dag van vandaag in ere gehouden. De middeleeuwse fabel ‘Van den vos Reynaerde’ bouwde wat dat betreft wellicht verder op een eeuwenoude traditie die terug te brengen is tot sjamanistische samenlevingen uit de prehistorie.
Er bestaan massa’s populaire boekjes en kaartenreeksen met afbeeldingen van de meest tot de verbeelding sprekende dieren en hun symboolwaarde. Deze zijn gebaseerd op overgeleverde kennis uit vergane sjamanistische samenlevingen. Bij gebrek aan natuur en echte wilde dieren om ons heen, vallen veel mensen hierop terug in hun zoektocht naar synchroniciteit. Maar wat heeft dit nog te maken met sjamanisme?  Het gaat in de praktijk vrijwel altijd om diersoorten die in onze streken niet of niet meer voorkomen of zelfs nooit hebben geleefd (beer, bizon, stekelvarken, wapitihert…) of die zodanig zeldzaam zijn dat we ze vrijwel zeker nooit tegen het lijf zullen lopen (wolf, lynx…).
Het is perfect mogelijk om interessante inzichten te verkrijgen met betrekking tot jezelf of je levenssituatie, met de hulp van dergelijke kaarten. Maar met sjamanisme op zich heeft dit niets meer van doen. Er is immers geen verband met het stukje van de levende aarde waarop we nu leven, noch met het andere leven om ons heen. Nochtans is er ook in het leven van de moderne mens in zijn verstedelijkte omgeving voldoende synchroniciteit aanwezig waarin de natuur haar rol speelt. Een voorbeeld:
Een man toonde me een foto die hij had genomen vanuit het raam op de eerste verdieping van het pand waarin hij woonde. Op het platte dak onder dat raam, zat een roofvogel met felle gele ogen een duif kaal te plukken, op enkele meters van hem vandaan. Het ging om een havik, één van de drie inheemse roofvogels die op duiven jagen (de andere twee zijn de slechtvalk en occasioneel ook de vrouwtjessperwer). Als amateurornitholoog klopt je hart enkele tellen lang te snel als je een havik van zo dichtbij te zien krijgt. Ze zijn redelijk zeldzaam, maar vooral erg schuw, in tegenstelling tot bv de torenvalk.
De fotograaf in kwestie was geen vogelliefhebber. Hij worstelde met een slachtofferdeelpersoonlijkheid en met verdrongen agressie. Bewust klampte hij zich vast aan een vredelievende, vergevingsgezinde ingesteldheid. Onbewust zaten zijn levensenergie en wilskracht opgesloten in zijn agressieve schaduwkant. Het tafereel toonde hem dat de havik in hem, de duif aan het verslinden was. Zijn agressie liet zich niet langer verdringen. Dit was logisch, daar hij al een tijdje via therapeutische weg op zoek was naar zijn levenswil, in een poging zijn levensmoeheid te overwinnen. Het tafereel toonde hem ook de weg: hij moest de havik in hem de kans geven zich te tonen, in al zijn trots en waardigheid. Dit zou het beginpunt kunnen zijn van de integratie van zijn schaduw.
In een sjamanistische cultuur zou hem op dat punt mogelijk verteld zijn door de sjamaan, dat de Havik vanaf nu zijn totemdier zou zijn en dat het zijn levenstaak zou zijn om de bekwaamheden van de Havik in zichzelf te ontwikkelen: felheid in de strijd, snelheid en wendbaarheid, een scherp oog voor details, alertheid. Dit zou ook effectief bijdragen tot de integratie van wat we nu zijn schaduw noemen.
Er is pas sprake van een totemdier als de symbolische kwaliteiten die dit dier toekomen, op een logische manier aansluiten bij een leerproces in jezelf.
Vanuit de sjamanistische logica bekeken, is een totemdier altijd een soort uit jouw eigen leefwereld, een dier dat in de omgeving waar je zelf leeft, leeft of opduikt. Het komt er voor ons dus op aan de natuur om ons heen te leren kennen en te verkennen, zodat we de symboolwaarde van de soorten die hier en nu leven kunnen leren doorgronden en zodat we de kans krijgen deze soorten te ontmoeten. We moeten ons hierbij overigens niet beperken tot het dierenrijk. Planten kunnen ons via symboliek evenveel leren over onszelf. De synchroniciteit heeft immers veel materiaal tot zijn beschikking om ons te begeleiden in ons individuatieproces.
Enkele voorbeelden van inheemse dieren en de symboliek die je hen op een logische manier kunt toebedelen:
  • De groene specht was in mijn kindertijd een zeldzame en schuwe bosvogel die je zelden te zien kreeg. Halfweg de jaren tachtig van de vorige eeuw, begon deze soort zich aan te passen aan de mens en kwam hij steeds meer voor in lanen en tuinen met oude bomen.
Sinds ongeveer twee decennia is de groene specht een constante in mijn leven. Vanuit een sjamanistisch perspectief bekeken, zou je kunnen zeggen dat het mijn totemdier is. Bij elke rit van en naar huis, begeleidt er me wel eentje met zijn typische golvende vlucht van boom tot boom. Als ik bij vrienden op bezoek ga, verschijnt er vaak een groene specht. ’s Winters zoeken deze mooie vogels naar slakken en mieren in de wei voor het raam. Hun lachende alarmroep klinkt me intussen even vertrouwd in de oren als het kraaien van de haan.
Net als de groene specht heb ik in de loop der jaren geleerd me wezenlijk aan te passen aan de moderne maatschappij en zijn mogelijkheden. De omslagperiode, waarbij ik langzaam maar zeker afscheid begon te nemen van een oeroud wezenlijk verlangen om in de relatieve eenzaamheid van ongerepte, harmonische natuur te leven, was dezelfde periode waarin de groene specht afscheid nam van zijn statuut van exclusieve bosvogel. Voor hem gaven de bomen in parken, tuinen en lanen de doorslag, voor mij was dat een cursus intuïtieve ontwikkeling, aikido en een musiceren. Maar net als de groene specht, heb ik tot op de dag van vandaag nog steeds oude bomen om me heen nodig om me te kunnen aarden. De behoefte om ons voor de mensheid te verbergen, hebben we beiden achter ons gelaten.
  • De rosse eekhoorn, onze inheemse eekhoorn, duikt net als de spechten steeds vaker op in oude tuinen met hoge bomen. Het is een diertje dat het voor zijn zelfbescherming moet hebben van alertheid en snelheid. Hij beschikt niet over wapens om een rechtstreeks gevecht aan te gaan. Op de grond is hij minder veilig dan hoog in de bomen. Hij is niet alleen alert en snel, maar tevens onvoorspelbaar. Je zal hem zelden twee dagen na elkaar op het zelfde tijdstip op dezelfde plaats vinden.Ook de eekhoorn past zich steeds meer aan de moderne maatschappij aan.  Hij zoekt zijn weg en zijn wintervoorraad in tuinen waar notenbomen, hazelaars en vruchten te vinden zijn.  Maar net als de groene specht voelt hij zich nog lang niet echt veilig in de moderne wereld.
    De eekhoorn lijkt op mensen die het vooral van hun wezenlijke eigenschappen moeten hebben, die zich niet veilig weten als ze zuiver en alleen op hun ik-persoonlijkheid moeten terug vallen. Hun primitieve overlevingsinstinct hebben ze vervangen door of aangevuld met wezenlijke intuïtie. Door hun alertheid zijn ze in staat conflicten te vermijden. Ze zijn niet gewapend om harde confrontaties met hun medemensen aan te gaan.  Ze vinden in onze huidige tijd steeds beter hun weg in de moderne maatschappij, maar voelen zich er nog steeds niet echt in thuis.
  • De egel is een typisch dier van de begane grond. Het duister vormt zijn bescherming, zijn scherpe neus is zijn belangrijkste zintuig. Zijn zelfbescherming rust op zeer primitieve reflexen en op een instinctief vertrouwen op zijn scherpe stekels. Qua symboliek is de egel het tegendeel van de eekhoorn. Hij lijkt op mensen die het vooral van hun ik-persoonlijkheid en hun instinctieve functies moeten hebben om te overleven op aarde. Ze hebben duidelijke grenzen en vertrouwen daar blind op. Maar als ze met complexe bedreigingen geconfronteerd worden, zijn ze niet in staat om een wezenlijk aangepast intuïtief gedrag aan de dag te leggen. Ze vertrouwen ten onrechte op hun primitieve reflexen en worden door de omstandigheden platgewalst, zoals ook de egels onder de wielen van auto’s verdwijnen, omdat ze zich tot een stekelige bal oprollen.
    *****
    Deze tekst vormt een hoofdstukje uit 'Sjamanisme Hier en Nu', een nog onafgewerkt en onuitgegeven manuscript.

zaterdag 21 september 2019

De verschillen tussen seks en porno

De verschillen tussen seks en porno

Onze menselijke seksualiteit wordt van nature gekenmerkt door discretie. Koppels die de liefde willen bedrijven trekken zich terug op een rustige en veilige plek en wensen vooral niet gestoord of bekeken te worden. Daarin zijn we totaal anders dan onze nauwste verwanten de bonobo’s. De meeste andere sociale en asociale zoogdiersoorten trekken zich evenmin aan van pottenkijkers tijdens het paren. De kat doet het openlijk, de hond eveneens. Chimpansees daarentegen zijn net zoals wij discreet. Porno kijken botst in die zin bij mensen op een instinctief taboe.
Erover praten botst op hetzelfde instinctieve taboe als ernaar kijken: praten over seks doen we maar bij grote uitzondering. Dat heeft onder meer invloed op het opvoeden van onze kinderen; het liefst gaan we dit onderwerp uit de weg. Zij ook trouwens, behalve als pubers onder elkaar.
Taboes hebben een bijna magische aantrekkingskracht op pubers. Elke generatie tast op die manier de grenzen af van wat maatschappelijk acceptabel is en van wat daaraan kan veranderen. De samenleving evolueert hierdoor. Het werkzame mechanisme hierbij wordt gevormd door generatieconflicten. De uitkomst van deze steeds terugkerende clash tussen ouders en kinderen is niet altijd even gunstig op lange termijn, noch voor de individuele mensen, noch voor de samenleving. Maar vaak is het effect op korte termijn evenzeer onduidelijk.
De seksuele revolutie van de jaren zestig van de vorige eeuw bv zorgde voor ongeziene generatieconflicten. De oudere generatie zag enkele degeneratieve invloeden, de jongeren ervoeren bevrijding.
De kern van dit conflict was tweeledig: dankzij voorbehoedsmiddelen werd het voor jong en oud mogelijk om van seks te genieten zonder de voortdurende angst voor ongewenste zwangerschappen. Tezelfdertijd was er een nooit eerder geziene reactie tegen de kerkelijke indoctrinaties die seks als zondig beschouwden, tenzij binnen het huwelijk en dan alleen nog in functie van de voortplanting.
Op korte termijn was het effect ontredderend voor de meeste leden van de oudere generaties maar bevrijdend en stimulerend voor veel jongeren. De effecten op lange termijn waren echter veel genuanceerder: de anticonceptiepil gaf vrouwen de kans om aan geboorteplanning te doen en niet langer veel meer kinderen te baren dan ze aankonden. Anderzijds vonden veel mannen het maar doodnormaal dat vrouwen zich seksueel beschikbaar bleven stellen, ze moesten immers toch niet langer vrezen voor ongewenste zwangerschappen. Op dat laatste vlak zorgde de seksuele revolutie van de vorige eeuw dus niet voor enige verandering. De gelijkwaardigheid tussen man en vrouw met betrekking tot keuzevrijheid rond het al dan niet hebben van seks, is pas de laatste decennia langzaam tot stand aan het komen, als laat uitvloeisel van de veranderingen die meer dan een halve eeuw geleden werden ingezet.

Wat het lange-termijneffect van het massale aanbod aan internetporno op de huidige en de volgende generaties zal zijn, is evenmin duidelijk. Hiermee leren omgaan in het kader van de opvoeding van kinderen is in die zin pionierswerk. Verbodsbepalingen? Vergeet het maar. De nieuwe generatie is handiger met pc en smartphone dan hun ouders. ‘Heu, zoontje lief, wil je me eens helpen om die pornofilter in te stellen?’ Zo zou ik het moeten aanpakken en wellicht ben ik niet de enige. Opvoeden dan maar.
Hoe en wanneer breng je zoiets ter sprake bij kinderen? Hierop is geen pasklaar antwoord te verzinnen. ‘Als de gelegenheid zich voordoet’ lijkt me het beste advies en opdat de gelegenheid zich zou kunnen voordoen dient er wel een sterke vertrouwensband tussen ouders en kinderen te bestaan.

En nu de verschillen tussen porno en echte seks, want dat is de informatie die opgroeiende kinderen dienen te krijgen:
Seks staat altijd bol van de emoties en indien het echt goed zit tussen zij die het met elkaar delen, gaat het gepaard met diepe gevoelens. De emoties kunnen variëren van overweldigende lustgevoelens zonder meer, tot verlangens die gekruid zijn met de behoefte aan koestering, veiligheid of troost. Seks kan met vreugde en plezier beleefd worden, als uiting van genegenheid of als vlucht uit verdriet. Emotieloos is het echter nooit. Bij porno daarentegen zijn echte gevoelens uit den boze. Het bestaat uit emotieloos acteerwerk, tenzij je je focust op de onderdrukte angst die bij veel porno-acteurs op de achtergrond meespeelt of op de verborgen machtswellust bij anderen. De reden dat angst niet tot de voorgrond doordringt is dat er quasi altijd geacteerd wordt onder invloed van opwekkende drugs: cocaïne en methamphetamines zijn niet weg te denken uit het leven van de porno-acteurs en -actrices.
Seks gaat altijd gepaard met een gevoel van kwetsbaarheid dat in het beste geval vergezeld wordt van een even sterk gevoel van veiligheid omdat de partners elkaar kennen en respecteren. Porno is feitelijk nog veel kwetsbaarder, maar de deelnemers hieraan hullen zich in een air van onkwetsbaarheid, met behulp van de opwekkende middelen die hen helpen om te ‘presteren’ op scene en voor de camera.
Bij seks wordt wat men voelt ten opzichte van elkaar, vertaald in lichamelijke aantrekking en in elkaar fysiek koesteren. Elkaar bevrediging schenken is eveneens belangrijk, maar komt niet altijd op de eerste plaatst. Porno draait daarentegen om het leveren van een fysieke prestatie, waarbij enkel lust, macht en/of onderwerping op een oppervlakkige manier worden uitgedrukt, afhankelijk van het scenario dat nagespeeld wordt. Bevrediging wordt gefaked.
Seks wordt beleefd door echte mensen met een normaal lichaam dat zowel schoonheid als gebreken bevat. In porno acteren alleen maar lichamelijk quasi volmaakte mensen, wat een verkeerd beeld schetst van de realiteit van het menselijk lichaam.
Aan goeie seks houd je een warm, aangenaam, bevredigd gevoel over. Porno vult het gemoed evenmin als dat de behoefte aan voeding gestild wordt door het eten van een lading gekleurde suiker. Je houdt er vooral een gevoel van leegte aan over.
Als we die boodschap kunnen overbrengen aan jonge mensen die hun ontluikende seksualiteit aan het ontdekken zijn, beschermen we hen effectief tegen de mogelijkheid om aan porno verslaafd te raken en om het naspelen van porno-scenes te verwarren met de beleving van seks. Onze menselijke seksualiteit is te mooi en te waardevol om zo maar in te ruilen voor pornografische leegte.

Opdat het niet te simpel zou worden, krijgen we in de praktijk te maken met een serieus bijkomend probleem. Wat hierboven geschreven staat, geldt voor wat we ‘reguliere porno’ kunnen noemen: producten van een professionele filmindustrie. De argeloze pornokijker wordt echter door google automatisch naar zoekmachines geleid die dan zelf weer links aanbieden naar allerlei soorten filmmateriaal waarop seks te zien is. Een groot deel van dit aanbod is van criminele oorsprong en wordt geplukt uit onder meer websites die kinderporno aanbieden en verzamelen, websites waarop expliciete beelden van misbruik en verkrachtingen te zien zijn, websites met zogeheten ‘wraakporno’ en meer van dat fraais. Dat laatste slaat op amateurbeelden van seks die mensen hadden met een partner uit een stuk gelopen relatie. Als wraak op de ex in kwestie worden deze beelden digitaal te grabbel gegooid. Dit alles is zeer schrijnend maar vermengt zich naadloos met de pornofilms van reguliere oorsprong.
Hoe we onze puberende kinderen op die dingen moeten voorbereiden is me niet zo duidelijk. We kunnen hen enkel maar voldoende morele waarden meegeven en hopen dat ze deze uit zichzelf in de praktijk brengen, ook met betrekking tot dergelijke zaken. Als ze zelf beginnen te praten over hun confrontaties met dergelijk beeldmateriaal, kunnen we hen uitleggen wat er aan de hand is. Zelf ben ik er voorstander van dat dit tijdens de schooluren verplicht behandeld zou worden, bv in het kader van lessen zedenleer of godsdienst.

                                                                      ******** 

Deze tekst vormt een hoofstuk uit 'Karmische Psychologie, Deel 3: Relaties, Opvoeding en Seksualiteit', een boek in voorbereiding.

woensdag 21 augustus 2019

Hoogsensitieve personen en psychomedicatie (vervolg)

Hoogsensitief – Anders Bekeken (Aanvulling 18)
Hoogsensitieve personen en psychomedicatie (vervolg)

Alhoewel er bij de meeste hoogsensitieve mensen vooral vanalles misloopt bij het gebruik van psychoactieve medicatie, zijn er ook uitzonderingen. Het is interessant om na te gaan wat hen tot uitzonderingen maakt, waardoor het komt dat er voor hen wel een geneesmiddel blijkt te bestaan die in een bepaalde dosering een zinvol effect heeft.
Twee cruciale factoren lijken hierbij een bepalende rol te spelen:
– Om te beginnen moet men zich kunnen herinneren hoe het was om evenwichtig te functioneren. Omdat te kunnen, moet men die ervaring dus wel eerst gehad hebben. Iemand die voorafgaand aan een burnout of een traumatisering voldoende energie had om in praktisch en sociaal opzicht zijn plan te trekken en afdoende grenzen had om zonder continue overprikkeling te functioneren, heeft een referentiekader waaraan de effecten van de psychomedicatie kunnen getoetst worden.
Voor de meeste mensen die er niet meer in slagen mee te draaien in de maatschappij en daardoor angstremmers, antipsychotica, slaapmedicatie of antidepressiva voorgeschreven krijgen, wringt hier reeds het schoentje: ze gaan al zodanig lang over hun grenzen – vaak zonder besef van waar hun grenzen zich bevinden – dat ze niet weten hoe het is om op een evenwichtige manier te functioneren. Ze lijden al zolang ze zich kunnen herinneren onder chronische overprikkeling en hebben bijgevolg geen besef van hoe ze zich zouden kunnen voelen zonder deze overbelasting. Hun referentiekader is meestal: in staat zijn om over hun grenzen te blijven gaan en het vol te houden, ondanks alle emotionele en fysieke klachten die daaraan vasthangen.
– Ten tweede moet er een evenwaardige samenwerking tussen de behandelende arts en zijn hooggevoelige patiënt bestaan, waarbij de arts zeer goed luistert naar wat de patiënt te melden heeft over de effecten van de middelen die hij heeft voorgeschreven en waarbij hij de informatie die hij aangereikt krijgt vooral aux sérieux neemt. Het vinden van een middel en vooral een dosering dat het gewenste effect heeft, is alleen mogelijk als patiënt en arts samen zoeken. Dat effect bestaat erin dat het voor de hoogsensitieve patiënt een bijdrage levert tot opnieuw kunnen functioneren zoals deze zich het herinnert uit zijn of haar evenwichtige periode.
Een dergelijke zoektocht kan met behoorlijk wat vallen en opstaan gepaard gaan en lijdt vaker tot succes met veel kleinere doses dan wat de arts standaard neigt voor te schrijven, dan met grotere. De persoon die behandeld wordt, moet hierbij in staat zijn voldoende zelfvertrouwen en innerlijke autoriteit neer te zetten, om te blijven afwijzen wat niet het gewenste effect heeft, tegen de autoriteit van de behandelende arts in. Zelfs al is deze laatste bereid om te luisteren, dan nog ontstaan er gemakkelijk discussies over hoeveel en welke neveneffecten je bereid moet zijn om te accepteren, terwijl het in de regel om bijwerkingen gaat die voor hoogsensitieve mensen simpelweg niet aanvaardbaar zijn omdat ze gepaard gaan met een afstomping van het wezenscontact en hen verhinderen om de subtiliteit van het leven ten volle te beleven.

Zelfs al vormt deze gezamenlijke zoektocht een positief verhaal, dan nog kan en mag het niet louter de bedoeling zijn om iemand opnieuw klaar te stomen om terug de draad op te pikken van de activiteiten waar men aan onderdoor is gegaan. Het moet minstens gepaard gaan met een aanpassing in levensstijl en levensomstandigheden die het herstelproces ten goede komen en het is al even belangrijk om naast de medicatie ook de therapeutische weg te blijven bewandelen. Het is immers niet de bedoeling om een psychisch probleem met de hulp van medicatie blijvend in de kast te stoppen, want vroeg of laat gaat die deur toch weer open. Enkel indien de problemen gepaard gaan met een aantoonbare en blijvende beschadiging van het zenuwstelsel, is er geen alternatief op lange termijn voor psychoactieve medicatie. 




*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij
Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124

 


dinsdag 18 juni 2019

Hoogsensitief – Anders Bekeken – Chronische ziektes en hyperemotionaliteit

Hoogsensitief – Anders Bekeken (Aanvulling 17) –
Chronische ziektes en hyperemotionaliteit

In een boek over de ziekte van Lyme las ik de volgende uitspraak: ‘Lyme maakt mensen hooggevoelig’. Ik begrijp waar deze uitspraak vandaan komt, maar ze behoeft meer dan enige nuancering. Naar mijn gevoel zijn er twee mogelijkheden indien iemand getroffen wordt door een ziekte zoals Borreliase (Lyme) die het lichaam langzaam sloopt met veel pijn en vooral een enorme vermoeidheid tot gevolg:
1/ Gewoon gevoelige mensen kunnen er zeer emotioneel door worden, wat logisch is wegens hun toegenomen kwetsbaarheid. Net zoals hoogsensitieve personen worden ze gedwongen om veel meer op hun grenzen te letten, omdat ze veel minder aankunnen dan voordat ze ziek werden. De combinatie van heftige, moeilijk te bedwingen emoties en heel rap overprikkeld geraken, lijkt uiterlijk sterk op hoogsensitiviteit, maar er is één cruciale factor die niet zomaar verandert, namelijk de mate waarin men empathisch functioneert. Het vermogen om mee te beleven met andermans emoties, aan te voelen wat er in een ander omgaat en de neiging om zich daar spontaan aan aan te passen blijft in hun geval quasi onveranderd. Wel leidt hun ziekte-ervaring ertoe dat ze zich beter kunnen inbeelden hoe het voor andere mensen is die met iets gelijkaardigs worstelen, wat ze voorheen niet noodzakelijk konden. Hierbij gaat het echter om ‘theoriy of mind’ – het mentaal construeren van een getrouw beeld van hoe een ander functioneert – en niet om toegenomen rechtstreeks empathisch inlevingsvermogen.
2/ Hoogsensitieve mensen die voordat ze ziek werden konden terugvallen op een goed ontwikkeld compensatiemechanisme voor overprikkeling, kunnen dit nu niet meer. Hooggevoelige mensen met veel wilskracht en een sterke mentale controle, kunnen veel langer en vaker over hun grenzen gaan en het onderuitgaan ten gevolge van overprikkeling uitstellen, dan hoogsensitieven die daar niet op terug kunnen vallen. Hun slopend ziektepatroon eist nu echter alle mentale controle en wilskracht op om simpelweg te blijven functioneren. Er blijft maar weinig meer over om met overprikkeling om te gaan.

Het gaat hierbij niet enkel om de ziekte van Lyme, maar evengoed om klierkoorts, fibromyalgie en tal van andere ziektes en syndromen die de levenskracht ondermijnen. Bij hooggevoelige mensen haalt dit hun compensatiemechanismen ten opzichte van overprikkeling onderuit waardoor ze veel openlijker, herkenbaarder en uitdrukkelijker hoogsensitief blijken te zijn dan voorheen zichtbaar was. Bij gewoon gevoelige mensen leidt dit tot een toegenomen emotionaliteit en een verminderde prikkelbestendigheid.
In dat verband kom ik graag nog eens terug op een semantisch probleem dat ontstaan is doordat meer en meer specialisten net dit onderscheid willen benadrukken tussen enerzijds hoogsensitiviteit en anderzijds heftige emotionaliteit bij gewoon gevoelige mensen, door in het ene geval van ‘hoogsensitiviteit’ te spreken en in het andere geval van ‘hooggevoeligheid’. Persoonlijk hou ik het in dat laatste geval liever bij ‘hyperemotionaliteit’ als er dan toch per se een naam moet worden opgeplakt en wel om twee redenen:
Ten eerste zijn hoogsensitief en hooggevoelig in taalkundig opzicht simpelweg synoniemen omdat sensitief en gevoelig nu eenmaal exact hetzelfde betekenen. Ten tweede werd de term ‘high sensitive’, die reeds in de jaren negentig van de vorige eeuw door Elaine Aron geïntroduceerd werd, systematisch vertaald als ‘hooggevoelig’. ‘Hooggevoeligheid’ is nu reeds decennia ingeburgerd als Nederlandse naam voor het psychisch fenomeen dat door haar als eerste in zowel de wetenschappelijke als de gevulgariseerde psychologische literatuur werd geïntroduceerd. Deze naam nu reserveren voor een ander psychologisch mechanisme, leidt enkel tot verwarring. 



*******

Deze tekst vormt een aanvulling bij
Hoogsensitief – Anders Bekeken, tweede verbeterde druk
ISBN 9789077101124